Joop Rüter, ‘de snelste opa’ ter wereld, liep alle records aan diggelen
Zelfs toen Joop Rüter de 80 al ruim gepasseerd was, kreeg hij nog meerdere keren per jaar kleding en schoenen toegestuurd van een groot sportmerk. Niet zonder reden: hij was een van de snelste senioren ter wereld en Nederlands recordhouder op vrijwel alle afstanden binnen zijn leeftijdscategorie. ‘Kampioen ouwe lullen’, noemden ze hem bij zijn atletiekvereniging PAC uit Rotterdam liefkozend.
Wat zijn verhaal extra bijzonder maakte: Rüter begon pas op zijn 51ste met hardlopen.
Hij was 12 jaar oud toen de Tweede Wereldoorlog eindigde. ‘Tijd voor school of sport was er niet’, vertelt zijn zoon Joop jr. ‘In een gezin met acht kinderen moest er geld worden verdiend.’ Dus ging hij al jong aan het werk, eerst als sigarenmaker, daarna als uitbeender bij een vleesverwerkingsbedrijf op Katendrecht.
Tot dat bedrijf failliet ging en Rüter op zijn 51ste ineens op straat kwam te staan. ‘Wat nu?’, vroegen zijn kinderen zich bezorgd af. ‘We wilden niet dat hij zich kapot zou vervelen of iedere dag in het café zou zitten’, zegt zijn zoon. ‘Daarom zeiden we: pa, is hardlopen niks voor je? En om het meteen maar serieus aan te pakken, schreven we hem in voor de halve marathon van Rotterdam.’
Schot in de roos
Het bleek een schot in de roos. Rüter beschikte over uitzonderlijk talent en werd steeds fanatieker. Hij sloot zich aan bij PAC, ging gezonder leven en liep op zijn 56ste de marathon van Rotterdam in 2 uur en 42 minuten; een verbluffende tijd voor iemand van die leeftijd. ‘Die snelheid in mijn poten, dat is gewoon mijn mazzel geweest’, zei hij daarover in een interview met het AD.
Vanaf dat moment ging er een wereld voor hem open. Hij kreeg de bijnaam ‘de snelste opa ter wereld’, werd uitgenodigd voor wedstrijden in het buitenland, kreeg journalisten over de vloer en Adidas bracht hem, voorafgaand aan een persconferentie bij de marathon van Berlijn, in contact met de Ethiopische topatleet Haile Gebrselassie.
‘Zat ik daar, Jopie uit Crooswijk, naast Haile’, vertelde hij. ‘Met allemaal camera’s op ons gericht. Ik zal je eerlijk zeggen: ik had het effe niet meer.’
Waar veel leeftijdsgenoten opzagen tegen iedere nieuwe verjaardag, was dat voor Rüter juist een feestje. Elke nieuwe leeftijdscategorie betekende immers een kans om nieuwe records aan diggelen te lopen, en als vanzelf groeide hij uit tot een toonbeeld van vitaal ouder worden.
Pas na zijn 85ste kwam de klad er in. Wedstrijden liet hij steeds vaker schieten, trainen deed hij nog wel. Maar toen hij in 2020 een herseninfarct kreeg en hij het zicht aan zijn linkerkant verloor, was zijn loopcarrière definitief voorbij. De laatste anderhalf jaar woonde Rüter in een verzorgingstehuis, waar hij zich vanaf begin dit jaar in een rolstoel moest verplaatsen. Op 16 juni overleed hij, 93 jaar oud.
‘Hardlopen tilde hem op’
Vroeg hij zich weleens af wat er zou zijn gebeurd als hij in zijn jeugd al was gaan hardlopen? Had hij dan wellicht de wereldtop gehaald? Zijn zoon hoorde hem daar nooit over mijmeren. ‘Mijn vader was echt een kind van de oorlog. Het ging om overleven, Rotterdam moest worden opgebouwd. Die vraag leefde gewoon niet bij hem.’
Wel speelde zijn oorlogsverleden een belangrijke rol in zijn drang om op hoge leeftijd nog steeds de beste te zijn, denkt hij. ‘Het hardlopen tilde hem op. Opeens was hij iemand. Dat had hij als kind van de oorlog, opgegroeid in bittere armoede, zonder opleiding en zonder geld, toch maar mooi bereikt. En dat heeft hij helemaal zelf gedaan.’