Meer transparantie nodig bij beoordeling van politiegeweld
Samen met advocaat Willem Jebbink deed het European Legal Support Center (ELSC) onlangs aangifte tegen de politieagenten die op 19 mei een hoogzwangere vrouw met geweld tegen de grond gooiden in een asielzoekerscentrum in Zeist en haar daarna over de grond sleepten. Beelden van het voorval gingen de wereld over. Nadat de korpschef van Midden-Nederland oordeelde dat het geweld ‘noodzakelijk’ was, zonder details van dat oordeel openbaar te maken, besloten wij aangifte te doen.
Vorige week publiceerde de Volkskrant een uitgebreid interview met diezelfde korpschef, Yvonne Hondema, over die aangifte en de beoordeling van politiegeweld. Het weinig verrassende antwoord van de politiebaas: ga niet af op wat je met je eigen ogen ziet, want politiewerk is ingewikkeld.
Aangezien ik betrokken was bij de aangifte, voel ik me geroepen om de tegenstrijdigheden in de antwoorden van de korpschef aan te kaarten.
Balanceren
Politiegeweld is allereerst een vraagstuk dat al langer speelt: hoe zorgen we ervoor dat burgers erop kunnen vertrouwen dat politieagenten die te ver gaan, ter verantwoording worden geroepen? Hoe balanceren we die noodzaak met het vermogen van politieagenten om hun werk te doen? In 2019 stelde de politie een adviescommissie Geweldsaanwending aan voor elke politie-eenheid. Deze commissies hadden de taak om politieagenten te laten leren van geweldsincidenten én diezelfde politieagenten uit het strafrecht te houden. Een commissie brengt een advies uit aan de korpschef, die het geweld vervolgens beoordeelt en bepaalt of er gevolgen aan verbonden worden.
Een van de hoofddoelen van deze commissies is inmiddels zeker bereikt: volgens onderzoeker Yair Schalkwijk beoordeelt de politie in 99 procent van de geweldsincidenten haar eigen optreden, zonder dat het Openbaar Ministerie ernaar kijkt – laat staan dat een onafhankelijke strafrechter zich erover buigt. Volgens hem en vele andere experts is dat problematisch. Zo is het proces weinig transparant, wat duidelijk te zien is in deze zaak.
Want waarom wordt het interne onderzoek in deze zaak niet openbaar gemaakt? Hondema zegt dat dit vanwege de privacy van de betrokkenen is. De beelden van onze cliënt waren al de wereld overgegaan. Over haar privacy zal ze het niet hebben. Daarnaast kan een onderzoek, zoals gebruikelijk in bepaalde rechtszaken, worden geanonimiseerd. Dit argument is dus klinkklare onzin, maar het past binnen het absurde beeld van een politiechef die beweert dat een zwangere vrouw met geweld op de grond is gegooid en over de grond is gesleept door politieagenten, om haar ‘uit een onveilige situatie’ weg te halen.
Disproportioneel
Het staat vrijwel vast dat het politieoptreden tegen onze cliënt in Zeist op 19 mei disproportioneel was en dat daarom de geweldsinstructie – de interne regels over het gebruik van politiegeweld – is geschonden. Als er geen aangifte was gedaan, was het incident dus intern en zonder transparantie beoordeeld.
In ons persbericht, waarnaar in het interview in de Volkskrant wordt verwezen, schreef ik dat onze zaak gaat over verantwoording afleggen voor institutioneel racisme en geweld tegen asielzoekers in het algemeen en Palestijnen in het bijzonder. Mijn opvatting wordt daarin gesterkt door herhaalde schandalen rond institutioneel racisme binnen overheidsorganen. De politie, de Koninklijke Marechaussee, de Belastingdienst en DUO zijn allemaal recent op de vingers getikt voor verschillende uitingen van institutioneel racisme. Veel van die schandalen zouden overigens zonder het onvermoeibare werk van organisaties als Amnesty International, Control Alt Delete, en het Public Interest Litigation Project (PILP), nooit aan het licht zijn gekomen.
En geloven we echt dat dit geweld op dezelfde manier zou zijn toegepast op een witte hoogzwangere vrouw in het Gooi die perfect Nederlands spreekt?
We twijfelen aan de zuiverheid van een politiechef die een oordeel moet vellen over geweld waarvoor zij uiteindelijk zelf verantwoordelijk is. Het ELSC zal samen met advocaat Willem Jebbink de zaak voortzetten totdat een onafhankelijke rechter die beoordeelt aan de hand van alle beschikbare beelden die de politie al in bezit heeft.
In hetzelfde interview waarin Hondema ons vraagt erop te vertrouwen dat het oordeel zorgvuldig en objectief wordt geveld, zegt ze het belangrijk te vinden ‘vierkant achter deze collega’s te gaan staan’. Hoe serieus zouden we een strafrechter nemen die na een uitspraak in het voordeel van het OM vierkant achter haar collega’s binnen het OM zegt te staan?
Het systeem moet op de schop, met transparantie als leidende waarde. Vertrouwen is helaas niet waar onze rechtsstaat op gebouwd is.
Lees ook
Geselecteerd door de redactie