Gunther von Hagens, bedenker van museum Body Worlds, kon wereldwijd op forse kritiek rekenen
Veertig jaar werkte hij als anatoom en nooit zag hij naar eigen zeggen twee keer hetzelfde hart. Zijn fascinatie voor het menselijk lichaam maakte van de excentrieke Gunther von Hagens een van de bekendste artsen ter wereld. Niet omdat hij mensen genas, maar omdat hij het als levenswerk beschouwde ze over hun lichaam te leren.
Von Hagens stond in de jaren zeventig aan de wieg van een proces dat hij ‘plastinatie’ doopte, een methode om organen, pezen en spieren van binnenuit te conserveren. Het resultaat van de techniek is sinds 2014 onder meer te zien aan het Amsterdamse Damrak, in anatomiemuseum Body Worlds. De permanente expositie voert de toeschouwer langs tientallen binnenstebuiten gekeerde lichamen, die samen een kaartje leggen, paardrijden, saxofoon spelen of boogschieten.
Gunther von Hagens werd in 1945 geboren in het destijds Duitse dorp Alt-Skalden, in het huidige Polen. De fascinatie voor zijn eigen lichaam begon op 6-jarige leeftijd, vertelde Von Hagens veel later. Hij stootte zijn slaap, begon hevig te bloeden en hoorde een arts in het ziekenhuis tegen zijn collega zeggen dat hij het ‘waarschijnlijk niet zou halen’. De jonge Von Hagens leed aan hemofilie, waardoor zijn bloed nauwelijks stolde.
Twijfels over Sovjetideologie
‘De artsen waren geboeid door mijn lichaam, dat wakkerde mijn eigen interesse aan.’ Von Hagens ging medicijnen studeren, maar dat was aanvankelijk van korte duur. Tuigt hij als ‘kind van de DDR’ in zijn slaapkamer nog een gedenkaltaartje op voor Stalin, als student begon hij te twijfelen aan de Sovjetideologie. Von Hagens voegde zich bij studentenprotesten tegen de communistische inval in het toenmalige Tsjechoslowakije.
Via Tsjechoslowakije probeerde Von Hagens het ‘vrije’ Oostenrijk te bereiken, maar dat mislukte en de 23-jarige student verdwijnt in 1969 in de gevangenis. Anderhalf jaar later kocht West-Duitsland hem voor omgerekend 20 duizend euro vrij, zo bleek decennia later uit een boek over politieke gevangenen uit de DDR. Zijn gevangenschap inspireerde hem als mens en arts, zei hij later: hij leerde doorzetten en zijn solidariteit met zijn medemens groeide.
Zijn medicijnenstudie zette Von Hagens voort in het Westen, hij ging aan de slag bij het Instituut voor Pathologie en Anatomie van de Universiteit Heidelberg. De stad bood inspiratie: hij bestudeerde er onder meer organen die waren in grote kunststof blokken waren gegoten.
Plastineren van lichamen
Von Hagens legt zich toe op een vernieuwde versie van het plastineren en in 1995 opent in Japan zijn eerste tentoonstelling ‘Body Worlds’. Hij werkte op dat moment al zo’n twintig jaar aan de techniek. Hij werkte toen al zo’n twintig jaar aan de techniek, waarbij huid en vet worden verwijderd eb lichaamssappen door vloeibaar kunststof worden vervangen, waarna het lichaam in de gewenste positie wordt gebracht en uithardt in een speciale cabine. Het is arbeidsintensief werk, volgens Von Hagens: volledige preparatie van een lichaam kan wel 1.500 uur duren.
Aan lichamen geen gebrek: volgens het door Von Hagens opgerichte Instituut voor Plastinatie gaven wereldwijd meer dan 20 duizend mensen zich op als donor. Toch stuitte de methode op weerstand. Waarom zou je niet over anatomie kunnen leren aan de hand van gewone plastic lichaamsmodellen uit een biologielokaal?
Daarnaast werd Von Hagens verweten dat hij de lichamen in genderstereotyperende houdingen plaatste en een ‘peepshow des Todes’ optuigde met zijn project. Weer anderen vergeleken hem met Josef Mengele, die in nazi-Duitsland gruwelijke experimenten uitvoerde op Holocaust-slachtoffers.
Stevige kritiek
Hoewel Von Hagens zijn project uiteindelijk uitbreidde naar tientallen steden over de hele wereld, wilde niet ieder land iets van ‘Dr. Tod’ weten. In Londen ging iemand een tentoongesteld lichaam te lijf met een hamer. Von Hagens aanbod om paus Johannes-Paulus II na diens dood te plastineren, werd hem door het Vaticaan niet in dank afgenomen.
Body Worlds werd daarnaast geplaagd door een schandaal in China. Het Duitse blad Der Spiegel onthulde dat meerdere lichamen die Von Hagens wilde gebruiken werk, mogelijk toebehoorden aan geëxecuteerde gevangenen. De lichamen werden uiteindelijk gewoon begraven.
Stevige kritiek klonk er ook op Von Hagens’ besluit om voor een betalend publiek en camera’s een autopsie uit te voeren. De beelden werden live uitgezonden door een Britse commerciële zender en deden denken aan een moderne variant van de anatomische les van dr. Nicolaes Tulp. De vergelijking met het bekende schilderij cultiveerde hij bewust: de zwarte hoed die hij altijd droeg, was volgens Von Hagens een hommage aan het werk van Rembrandt.
Brug slaan naar eigen lijf
De kritiek op zijn intenties begreep hij niet goed, bleek door de jaren heen uit interviews. ‘Ik zie geen ruimte vol lijken of een dodenhal’, zei hij eind jaren negentig bijvoorbeeld. ‘Wat ik doe, is een brug slaan naar je eigen lijf. Als je naar de modellen kijkt, herken je jezelf als deel van de menselijke soort.’
Ook voor zichzelf zag hij een toekomst als ‘Body Worlds-model’ voor zich. ‘Ik wil dat mijn lichaam in transparante plakken wordt gesneden, zodat ze overal ter wereld tentoongesteld kunnen worden’, zei hij in 2007. Drie decennia nadat de eerste tentoonstelling haar deuren opende, overleed Von Hagens, na twintig jaar aan de ziekte van Parkinson te hebben geleden. ‘Mijn lichaam zal een bron van educatie blijven, ook nadat ik al weg ben.’