Nederlandse brandweerlieden kijken mee in Catalonië: ‘In Spanje weten ze dat het vuur soms sterker is’
De natuurbranden die Spanje een paar decennia geleden teisterden, treffen tegenwoordig Nederland, krijgt Edwin Kok van Spaanse brandweerlieden te horen. De Spanjaarden lopen naar eigen zeggen voor in de tijd. Ze drukken de Landelijk Coördinator Natuurbrandbeheersing op het hart: maak niet dezelfde fouten maar pas de Spaanse kennis, tactieken en technieken ook in Nederland toe.
De afgelopen twee weken hielpen twintig Nederlandse brandweerlieden uit verschillende veiligheidsregio’s bij het blussen van branden in de Spaanse regio Catalonië. Vrijdag wordt de groep afgelost door twintig frisse collega’s, die ook weer twee weken blijven. Kok zorgt dat de brandweerlieden in de juiste kleding worden gestoken en over geschikte auto’s beschikken. En hij sluit alles kort met de Catalaanse collega’s. In principe blust hij zelf niet, „tenzij het écht nodig is”, vertelt hij aan de telefoon.
Nadat Nederland in 2020 tegelijkertijd werd getroffen door twee grote natuurbranden, zocht de Nederlandse brandweer contact met de Spaanse collega’s. Inmiddels werken de korpsen zo’n vijf jaar intensief samen. Behalve de Spanjaarden helpen, willen de Nederlanders ook de kunst afkijken. Het Nederlandse team van natuurbrandanalisten, dat tweeënhalf jaar bestaat, is volledig gevormd naar het Catalaanse systeem.
De Nederlandse brandweerlieden worden na aankomst niet meteen aan hoge vlammen blootgesteld, vertelt Kok. Eerst volgt een training van circa anderhalve dag, om gewend te raken. Trainen kan gewoon in de praktijk. Bijvoorbeeld door de Nederlanders naar een brand te sturen die onder controle is, maar nog nasmeult.
In grote delen van Europa, waaronder in Nederland, wil de brandweer altijd sterker dan de brand zijn
Spaanse brandweermannen, die doorgaans in lastiger begaanbaar gebied opereren, blussen anders dan hun Nederlandse vakgenoten. Ze gebruiken veel minder water en pakken sneller een kettingzaag of handgereedschap om brandbare begroeiing weg te maaien.
„In grote delen van Europa, waaronder in Nederland, wil de brandweer altijd sterker dan de brand zijn”, aldus Kok. „De strategie is dan: heel veel water op het vuur gooien en hopen dat de brand uitgaat. Vaak lukt dat in Nederland, maar niet altijd”, zegt hij.
In het door grote branden geteisterde Spanje weet men: de brandweer is niet altijd sterker dan het vuur. De bomberos aanvaarden soms noodgedwongen dat een brand blijft doorwoeden. Ze maken zich dan nuttig door „heel ver” van tevoren dorpen en campings te ontruimen, zodat er in ieder geval geen menselijke slachtoffers vallen. Kok: „Dat is ook iets waar wij mogelijk vaker mee te maken gaan krijgen.”
Dilemma’s bespreken
Zuid-Europese brandweerlieden moeten engelengeduld hebben: wachten tot de vlammen een gebied met minder brandbare begroeiing insluipen, of tot het weer omslaat. Brandweerlieden werken veelal ’s nachts, als de temperatuur daalt, de luchtvochtigheid stijgt en de windkracht iets afneemt.
Soms kunnen vlammen tot wel vijftig meter hoog worden. Dan is er weinig aan te doen. Een brandweerman kan beter voorkomen dat het voortstormende vuur ook in de breedte uitbreidt, aldus Kok.
Omdat de Spanjaarden en de Nederlanders een maand samen optrekken, kunnen ze allerhande dilemma’s bespreken. Bijvoorbeeld: wat te doen als er vier natuurbranden tegelijk woeden, terwijl er onvoldoende materieel en mankracht is?
Het Spaanse advies: grote branden zijn heel vervelend, doe daar zeker iets aan, maar zorg er vooral voor dat die kleine branden niet óók groot worden. Dan stapelen de problemen zich op. „Dat kan best betekenen dat we accepteren dat een grote brand écht schade aanricht, omdat we niet de capaciteit kunnen leveren om die brand effectief te bestrijden”, aldus Kok.
De Spanjaarden leren ook van Nederlandse kennis. „Nederland is heel goed met water, dus boden we Spanje aan om in 2024 met onze pompen af te reizen naar Valencia waar een dodelijke watersnood plaatsvond”, legt Kok uit. Ook is er eens een Spaanse delegatie komen kijken in Valkenburg, waar in 2021 grote overstromingen plaatsvonden.
Dan klinkt een uitrukmelding aan de andere kant van de lijn. „Ik moet er even vandoor”, zegt Kok, „ik spreek je later.”
Mail de redactie
Ziet u een taalfout of een feitelijke onjuistheid?
U kunt ons met dit formulier daarover informeren, dat stellen wij zeer op prijs. Berichten over andere zaken dan taalfouten of feitelijke onjuistheden worden niet gelezen.