Home   2026-08-03 17:31:33

De meeste Cyprioten, Turks en Grieks, willen hereniging en daarop is nu ook een beetje hoop. ‘Vroeger kon je lopen waar je wilde’

Original article

Terug naar de krant

„Wil je hem zien?” Theodoula Fiakkou veert op van de bank. Vanuit de woonkamer van haar vriendin steekt ze door het bijkeukentje de tuin in, ze loopt een eindje de verkruimelende landweg langs Athienou op en dan wijst ze. Daar, tussen de cipressen en de palmbomen, daar ligt-ie: de grens.

Met het blote oog is niks te zien. Geen slagbomen, geen douane. Wie de kaart van Cyprus erbij pakt, valt ook weinig op. Hooguit een stippellijntje. Op de Cypriotische vlag wappert het eiland nog altijd als één ondeelbare natie, in zonnig oranje boven twee groene olijftakken.

Maar Theodoula Fiakkou en haar vriendinnen weten wel beter. Aan de andere kant van de onzichtbare grens zijn tienduizenden Turkse soldaten gestationeerd. Zij houden er de status quo in stand die ontstond toen Turkije het eiland binnenviel, in 1974, naar eigen zeggen om de Turkse Cyprioten te beschermen tegen de Griekse meerderheid. Een maand en drieduizend doden later was de scheiding een feit. En die is er nog steeds.

Je ziet misschien niets, maar wie hier doorloopt, loopt snel genoeg tegen een soldaat aan.

Zo ligt Cyprus, al ruim twintig jaar een EU-lidstaat, er sinds de jaren zeventig bij. De regering in hoofdstad Nicosia heeft in feite slechts controle over twee derde van het eiland. Het noorden valt daarbuiten. Dat wordt bestuurd als de Republiek Noord-Cyprus, een quasi-staatje dat alleen door Turkije wordt erkend. Ertussen ligt een bufferzone van soms meters en soms meerdere kilometers breed, bewaakt door blauwhelmen van de Verenigde Naties.

Middenin die bufferzone ligt Athienou, het dorp waar Theodoula Fiakkou en haar vriendinnen met gebak en koffie de middag voorbij laten glijden. Georgia Toumba voert er het hoogste woord. Het is haar woonkamer waarin ze zitten, en een van die duizenden doden in 1974 was haar man, een Grieks-Cypriotische soldaat.

Hij was 33, vertelt ze. „Net zo oud als Jezus Christus.”

Zo dicht onder het oppervlak zit de herinnering aan de oorlog dus nog bij veel Cyprioten. Het verklaart waarom diplomaten en conflictbemiddelaars al decennia hun tanden stukbijten op het dossier-Cyprus. Stiekem wordt deze week, ondanks alles, gehoopt op een doorbraak. De hoogste baas van de VN, secretaris-generaal António Guterres, is van maandag tot woensdag op het eiland om gesprekken te voeren met de leiders van beide zijden in het conflict.

Dat alleen al is bijzonder. Het is de eerste keer in zestien jaar dat een secretaris-generaal van de VN voet op het eiland zet. Guterres komt met een missie. De VN zitten in zwaar weer en ziet hun invloed tanen, en Guterres’ termijn loopt eind dit jaar af. De Portugees lijkt erop gebrand nog één succes te boeken voordat hij zijn post verlaat. Maar makkelijk wordt het niet.

Theodoula Fiakkou wijst naar een Turkse wachttoren.

Foto Alinne Rezende

Georgia Toumba (rechts) met twee vriendinnen in haar woonkamer in Athienou, vlak bij de grens met Noord-Cyprus.

Foto Alinne Rezende

Georgia’s man kwam in 1974 om het leven bij de Turkse inval van Cyprus.

Foto Alinne Rezende

Onzichtbare scheidslijn

Georgia Toumba herinnert zich nog goed hoe het was voor de oorlog. „Vroeger kon je lopen waar je wilde. Je kon aan de andere kant winkelen. Onze boeren konden overal hun gewassen zaaien.” Haar stem stijgt net uit boven het geblèr van een spelletjesshow op de televisie. „Maar nu mag je er niet heen.”

De grenzen naar de Turkse zijde zijn in 2003 opengesteld als deel van het vredesproces. Maar als Fiakkou en Toumba naar de plekken uit hun jeugd willen, moeten ze eerst langs een grenspost, die kilometers van hun dorp ligt. Daar komen ze dus nooit meer, vertelt Fiakkou.

Jongeren die iets van hun leven wilden maken, zijn al lang en breed vertrokken. Weg uit Athienou en de omliggende dorpen, die er allemaal even doods bij liggen. Ze gingen naar Larnaca of Nicosia, de grotere steden op het eiland, zucht Fiakkou. „Of naar Duitsland en Italië.” Van de smeltkroes die deze streek ooit vormde, hebben ze nooit iets meegekregen.

Door de generaties loopt op Cyprus zo een al even onzichtbare scheidslijn. Voor oudere eilandbewoners zoals Fiakkou en Toumba is de oorlogsgeschiedenis er een van pijn en verdriet. Tegelijkertijd zijn zij de enigen zich kunnen herinneren hoe het was om samen te leven.

Vrijwel alle Griekse Cyprioten zijn, soms al voor en zeker na de invasie, naar het zuiden getrokken. Hun Turkse buren vluchtten in de omgekeerde richting. Met steun uit Ankara zijn tienduizenden Turken vanaf het vasteland naar het noorden van het eiland verhuisd.

De praktische gevolgen maken elke bemiddelingspoging bij voorbaat lastig. Aan de Turkse zijde horen kinderen op school hoe het noorden is bevrijd, in het zuiden hoe de (Griekse) bewoners er zijn verdreven. In de huizen van talloze Griekse Cyprioten in het noorden wonen nu Turken, en vice versa. Alleen al de vraag wie na een hereniging in die overgenomen huizen zou mogen wonen, is genoeg om een toeschouwer moedeloos te stemmen.

De Turkse regering stelde zich tot voor kort snoeihard op in het vredesproces, maar ook de andere zijde gaat niet vrijuit. Kort voor de Turkse invasie had de toenmalige militaire junta in Athene een staatsgreep gesteund op Cyprus, in de hoop het eiland Grieks te maken. Rustig is het eigenlijk nooit geweest sinds de Britten Cyprus in 1960 verlieten en het eiland onafhankelijk werd. Er zijn nog altijd twee Britse militaire bases.

Niet ver van Athienou liggen de restanten van Petrofani, een Turks-Cypriotische nederzetting die na de invasie is verlaten.

Foto Alinne Rezende

Federale staat afgewezen

In 2004 werd een vredesplan van de hand van Kofi Annan, een van Guterres’ voorgangers als VN-baas, voorgelegd aan de beide bevolkingsgroepen in een referendum. Annan had bedacht hoe Cyprus herenigd kon worden onder de paraplu van een federale staat. De Turkse Cyprioten stemden voor. Maar de Griekse Cyprioten, die wisten dat de door hen bestuurde staat een week later ongeacht de uitkomst zou mogen toetreden tot de Europese Unie, stemden tegen.

In veel opzichten maakt ‘hun’ Cyprus – op dat noordelijke puntje na – het twintig jaar later niet slecht. De Cypriotische economie is de inzinking van de eurocrisis te boven gekomen en behoort tot de Europese groeikampioenen. De schimmige Russische geldstromen die jarenlang tot gefronste wenkbrauwen in Brussel leidden, zijn grotendeels een halt toegeroepen.

En toch blijft de grens voor de meeste Cyprioten, Turks en Grieks, een graat in de keel. In opiniepeilingen steunt een grote meerderheid van beide groepen het idee van hereniging. De Griekse Cyprioten zouden liever op een eiland willen wonen waar niet dagelijks duizenden Turkse soldaten patrouilleren.

Lees ook
Hier woont niemand meer (2008)

Turkse Cyprioten zijn het op hun beurt zat om te leven in een juridisch niemandsland waar de economie hoofdzakelijk draait op casino’s en clandestiene handeltjes. Als uiting van die onvrede kozen de noorderlingen vorig jaar bij de presidentsverkiezingen op hun deel van het eiland massaal voor de gematigde oppositieleider Tufan Erhürman, die streeft naar hereniging.

Ook Griekenland en Turkije beseffen dat een oplossing goed zou zijn voor hun relatie binnen de NAVO en de banden van Turkije met de EU. Vandaar dat Guterres reden heeft om te hopen dat het goedkomt. Ineens wordt er weer rekening gehouden met een écht einde aan het conflict.

Rijlessen op het vliegveld

Totdat van echte vrede sprake is, wordt de rust op Cyprus bewaakt door jongelui als Charlie, een jongensachtige kop onder een blauwe baret. De twintiger uit Lincolnshire is een van de honderden VN-militairen op het eiland, de VN willen zijn achternaam niet delen. Zijn compound, op het vliegveld van Nicosia, bevindt zich in de bufferzone. Niet ver daarvandaan treft Guterres woensdag de Turks-Cypriotische leider Erhürman en de Cypriotische president Nikos Christodoulides.

Nicosia Airport zelf is een toonbeeld van stilstand en verval. De landingsbaan is onbruikbaar. Naast een hangar staat sinds 1974 een oud vliegtuig van Cyprus Airways te verroesten. Voor de vertrekhal, waar ooit taxi’s halt hielden om passagiers met hun koffers af te zetten, krijgen VN-soldaten tegenwoordig rijlessen.

Zonder de VN, die al sinds de eerste opstootjes in de jaren zestig op het eiland actief waren, had het op Cyprus al vaak uit de hand kunnen lopen. De blauwhelmen patrouilleren er en houden de bestandslijn nauwlettend in de gaten. Een dode is er sinds de jaren negentig niet gevallen langs de bestandslijn, die 184 kilometer lang over het eiland slingert. Maar „kleine schermutselingen”, zegt Charlie, komen regelmatig voor.

Zo kwam het in de zomer van 2023 tot schermutselingen toen Turkse Cyprioten onder begeleiding van agenten en militairen probeerden een weg van het noorden naar een dorp in de bufferzone aan te leggen. Drie blauwhelmen belandden in het ziekenhuis.

Charlie, militair VN-missie

Foto Alinne Rezende
Soms moet je escaleren om te de-escaleren

De vlam kan snel in de pan slaan. Dat gebeurt zelden in Nicosia, waar de bestandslijn dwars door de stad loopt en de bufferzone op zijn smalst drie meter breed is en zichtbaar is met prikkeldraad en zandzakken. Het risicogebied is juist het platteland, waar de buffer breed uitwaaiert. De ene keer zijn het Turkse soldaten die de zone betreden. Dan weer zijn er boeren die er zonder toestemming met hun tractoren rondrijden. Kleine overtredingen worden snel als provocaties opgevat. En dan is de VN aan zet.

„Soms moet je escaleren om te de-escaleren”, zegt Charlie van onder zijn blauwe pet. „Niet met geweld hoor”, vult hij vluchtig aan. „Vooral door extra patrouilles uit te voeren, of extra mensen te sturen om onze aanwezigheid te laten zien.” Eén VN-jeep kan al veel onrust wegnemen.

De VN ondersteunt en begeleidt de vredesbesprekingen. „We hebben beide leiders aan één tafel samengebracht”, zegt de Pakistaanse VN-kapitein Mobashra Anees trots. „We doen ons best om te zorgen voor een duurzame vrede aan beide kanten.” Maar uiteindelijk, vervolgt ze, zijn het de leiders op het eiland die van een vredesakkoord een succes zullen moeten maken.

Guterres ziet genoeg reden om verder te gaan met besprekingen, zei hij woensdag aan het eind van zijn bezoek. De afgelopen maanden liet Guterres een vredesplan uitwerken door een speciale gezant, de Argentijnse María Ángela Holguín. In haar voorstel, dat deze maand uitlekte via de Britse krant The Independent, bestaat Cyprus in de toekomst uit twee grotendeels losstaande (deel)staten, met één gezamenlijke bovenlaag met vertegenwoordigers uit beide groepen.

De hoofdterminal van het vliegveld van Nicosia, dat sinds de scheiding van het eiland in 1974 in de bufferzone ligt en buiten gebruik is.

Foto Alinne Rezende

Op het verlaten vliegveld staat een afbrokkelend vliegtuig.

Foto Alinne Rezende

Wat destijds het belangrijkste internationale vliegveld van Cyprus was, is sinds 1974 verlaten.

Foto Alinne Rezende

Het ‘spookvliegveld’ van Nicosia huisvest nu een basis van de VN-vredesmacht die op Cyprus is gelegerd.

Foto Alinne Rezende

Nu hebben we hetzelfde verhaal

Intussen is Cyprus in zijn huidige vorm nog iets anders: een waarschuwing, een voorbeeld van hoe een onopgelost conflict blijft voortsudderen. Het land wordt met regelmaat genoemd in discussies over Oekraïne, omdat Kyiv voor de vraag staat hoe het moet omgaan met gebieden in Oost-Oekraïne, die Rusland onder geen beding zal willen opgeven.

Tatiana Kiriakou kan erover meepraten. Toen de Oekraïense, die woont in Cyprus en is getrouwd met een Griekse Cyprioot, zag hoe Rusland Oekraïne binnenviel, merkte ze de parallellen meteen op. „’Nu hebben we hetzelfde verhaal’, zei ik tegen mijn man. We voelen dezelfde pijn!”

Weet je hoe dat vóélt, als je jouw huis ziet en je ziet dat iemand anders erin is gaan wonen?

Als kind van twee jaar oud vluchtte de man van Kiriakou met zijn ouders uit Noord-Cyprus toen Turkije binnenviel. Soms wordt hij er wel een beetje moe van, als ze wéér over die gelijkenissen begint, zegt ze. Maar ze kan gewoon niet anders: als een conflict onoplosbaar lijkt, moet je zelf maar een manier vinden om ermee om te gaan.

Een keer zijn ze samen naar het noorden gereden, zij en haar man. Het huis waar hij opgroeide, was door het leger bezet. Een ander huis van zijn familie, een vakantiehuis, stond te koop. Boos: „Weet je hoe dat vóélt, als je jouw huis ziet en je ziet dat iemand anders erin is gaan wonen?”

Dan verschijnt een glimlach op haar gezicht. „Er was niemand thuis. Toen hebben we de planten uit de tuin maar meegenomen. Die hebben we nu in ons eigen huis een plekje gegeven.”

Mail de redactie

Ziet u een taalfout of een feitelijke onjuistheid?

U kunt ons met dit formulier daarover informeren, dat stellen wij zeer op prijs. Berichten over andere zaken dan taalfouten of feitelijke onjuistheden worden niet gelezen.

Artikel delen

  • Je kunt deze maand nog cadeau geven.
  • De link is geldig.

De link is nog geldig.

Je hebt al eerder van dit artikel een cadeaulink aangemaakt, de link is nog geldig.

Leuk dat je onze journalistiek deelt met anderen. Vanaf kun je weer artikelen cadeau geven.

Sorry, het lukt op dit moment niet om een cadeau-link te maken. Probeer de pagina opnieuw te laden of probeer het later nog eens.

Deel dit artikel via sociale media.

Hoe werkt het delen van artikelen?

Als cadeau

Als NRC-abonnee kun je elke maand artikelen cadeau geven aan een willekeurige ontvanger.

  • De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
  • De cadeaulink is geldig.
  • Het saldo wordt verminderd met 1 zodra er een cadeaulink wordt aangemaakt.

Standaard delen

Kies je voor standaard delen, dan kan iedereen met een NRC-abonnement de door jou gedeelde artikelen lezen. Niet-abonnees krijgen een betaalmuur te zien.