Home   2026-08-03 17:31:33

Als Gandalf was hij al een formidabele grijsaard en nu, op zijn 87ste, is acteur Ian McKellen nog altijd onverwoestbaar

Original article

Bij de meeste acteurs brengt de ouderdom sleet op het acteren. Niet alleen het lichaam verstramt met de jaren, ook de geest. Acteren, goed acteren, zit niet in de grote gebaren maar in de schakeringen van de ene naar de andere emotie, en precies die verfijning gaat onvermijdelijk wat verloren.

Maar wie Ian McKellen ziet in The Christophers, dat deze week verschijnt, ziet nog altijd een grote flexibiliteit in zijn tekstbehandeling, gezichtsuitdrukkingen, gebaren. De ouderdom krijgt maar geen vat op de inmiddels 87-jarige acteergigant.

Vanaf november kruipt McKellen voor de derde keer in zijn imposante theatercarrière in de rol van King Lear, een van de grootste rollen die een acteur kan spelen. Maar hij weet zelf ook wel dat er één rol is die hem altijd zal definiëren. In interviews grapt hij geregeld dat op zijn grafsteen zal staan: ‘Hier rust Gandalf.’ Maar uiteraard is hij meer, veel meer dan de wijze tovenaar met een liefde voor vuurwerk en pijptabak.

In The Christophers, geregisseerd door Steven Soderbergh, speelt hij Julian Sklar, een kunstenaar die te maken krijgt met een vervalser. Al is het de vraag of Sklar niet zelf de huichelaar is. Want een kunstenaar kan ook zelf een vervalsing worden, iemand die alleen nog maar herhaalt, niet meer creëert. Sklar spéélt alleen nog de rol van kunstenaar.

Ian McKellen (rechts) en Michaela Coel in ‘The Christophers’.

Bulderende stem

Veel van McKellens beste rollen zijn personages die zich verschuilen in een performance. Misschien geldt het voor iedere goede acteur, maar de zoektocht naar waarachtigheid binnen de vermomming die acteren is, loopt als een rode draad door zijn leven en werk. Technisch is hij uitzonderlijk begaafd, met een perfecte beheersing van zijn lichaam en vooral ook die stem, die hij zo heerlijk kan laten bulderen. Maar hij is ook een acteur die lang worstelde om bij de emoties van zijn personages te komen, om die daadwerkelijk te doorvoelen.

Ian McKellen in ‘The Christophers’.

McKellen (1939) groeide op in Wigan, een mijnstadje in het noordwesten van Engeland. Als kleine jongen doorziet hij al dat veel menselijk handelen performance is. Op de markt observeert hij hoe de verkoper van haarproducten een pruik draagt. En als koningin Elizabeth het stadje bezoekt, valt het hem op dat er een lichtje brandt in de auto van het koninklijk echtpaar, zodat ze goed zijn uitgelicht voor het publiek langs de weg.

Twee keer per jaar strijkt het circus neer in Wigan, waar McKellen zijn ogen uitkijkt. Al zijn het, vertelde hij in een profiel van tijdschrift The New Yorker, vooral de arbeiders die de tenten opzetten die hem in vervoering brengen. ‘Zij waren de eerste mannen tot wie ik me aangetrokken voelde: lang haar, strakke broeken, vieze handen. Iedereen zou daarvoor zijn gevallen.’

McKellen gaat Engelse literatuur studeren in Cambridge, al is die studie vooral een voorwendsel om zich aan te sluiten bij het prestigieuze theatergezelschap van die universiteit, The Marlowe Society. De voorstellingen van dat gezelschap worden in vooraanstaande Britse kranten gerecenseerd. Al snel staat McKellen bekend als een van de grootste talenten van zijn generatie.

Doorbraak in 1969

McKellen heeft zijn wereldfaam te danken aan film, maar onderschat niet wat een acteerreus hij is in het theater. Zijn doorbraakjaar is 1969, wanneer hij bij de Prospect Theatre Company de hoofdrollen vertolkt in Shakespeares Richard II en Christopher Marlowes Edward II. Twee uitdagende, zeer uiteenlopende koningsrollen die hij gedurende een twee jaar durende tournee afwisselend speelt, vaak op één dag.

Ian McKellen in tv-serie ‘The Tragedy of King Richard II’, rond 1971.Bron Getty Images

In 1969 maakt hij ook zijn speelfilmdebuut, in een verdienstelijke bijrol in het weinig memorabele A Touch of Love. Erg op zijn gemak op de filmset voelt hij zich niet, en hoewel hij uitstapjes blijft maken naar cinema, zal het tot in de jaren negentig duren voordat zijn filmcarrière echt op gang komt. In het theater volgen de rollen en lofbetuigingen elkaar ondertussen in rap tempo op. Met Judi Dench speelt hij in een uitgebeende en emotioneel rauwe enscenering van Macbeth (1976). Voor zijn rol als de in waanzin vervallende componist Salieri in Amadeus (1980) wint hij zijn eerste Tony Award.

Winnaars van de Tony Awards in 1981, vanaf links: Kevin Kline, Jane Lapotaire, Lauren Bacall en Ian McKellen.Bron Bettmann Archive

Coming-out, live op de radio

Een doorslaggevend moment in zowel zijn leven als zijn acteercarrière is zijn coming-out, op zijn 49ste, in 1988. Tijdens een radioprogramma van de BBC gaat hij in debat met een rechtse columnist over Sectie 28, een wetsamendement dat verbiedt homoseksualiteit te ‘bevorderen’ of ‘aan te moedigen’. De columnist refereert consequent aan homoseksuelen als ‘them’, waarop McKellen uiteindelijk van zich afbijt: ‘Laten we het niet hebben over hen, laten we het hebben over mij.’ Drie maanden later staat hij op de cover van The Gay Times.

‘In die tijd draaide mijn acteren volledig om vermomming’, zei McKellen in The New Yorker over de beginjaren van zijn carrière. Hij hield van het verkleedkistaspect van theater. De pruiken en kostuums, de loopjes en maniertjes. En hij was er goed in. Maar het had altijd een element van verhullen, van zich verschuilen achter de rol. Iets wat hij ook in het echte leven deed door niet openlijk uit te komen voor zijn homoseksualiteit. Toen hij dat wel deed, zei hij in de documentaire McKellen: Playing the Part (2017), was het ‘alsof er een last van mijn schouders viel waarvan ik niet wist dat die daar lag’.

Ian McKellen in de documentaire ‘McKellen: Playing the Part’ uit 2017.

Het veranderde zijn acteren. Zoals hij het in The New Yorker bondig samenvatte: ‘Vanaf dat moment kon ik huilen op het toneel.’ De transformatie die hij als acteur doormaakt, is er een van het nadoen van emoties naar het doorvoelen ervan. ‘In de kast zitten is een goed beeld’, zei McKellen in een interview met The New York Times in 1998. ‘Je zit daar, opgesloten, je kunt je niet uitdrukken. Tegenwoordig heb ik zelfs een website. Ik ben spraakzamer dan ooit.’

Homobeweging

McKellen werpt zich op als spreekbuis voor de homobeweging. In 1989 is hij een van de oprichters van Stonewall, een liefdadigheidsinstelling die zich inzet voor homorechten. Als politicus Michael Howard, voorstander van Sectie 28, hem om een handtekening vraagt, schrijft hij op het briefje: ‘Fuck off! I’m gay.’

In 1991 wordt hij geridderd, wat tot een rel leidt in de Britse kunstgemeenschap. In een artikel in The Guardian trekt filmmaker Derek Jarman hard van leer tegen McKellen, die volgens hem met zijn acceptatie van het ridderschap de homofobe regering legitimeert. Enkele dagen later volgt een steunbetuiging voor de acteur, ondertekend door achttien kunstenaars die (velen voor het eerst) in die brief zelf ook uit de kast komen.

Quote van Ian McKellen - riep anderen op niet zo lang te wachten met uit de kast komen als hij had gedaan..
‘Je vervalst jezelf ten behoeve van een samenleving die niet wil dat je uit de kast komt’
Ian McKellenriep anderen op niet zo lang te wachten met uit de kast komen als hij had gedaan.

McKellen verwijt zichzelf dat hij zo laat uit de kast is gekomen. ‘Ik veracht de McKellen van de eerste 49 jaar van zijn leven’, zei de acteur in een interview. Hij riep anderen op niet zo lang te wachten. ‘Je vervalst jezelf ten behoeve van een samenleving die niet wil dat je uit de kast komt.’

In 1995 zet hij een gewaagde stap: hij produceert en schrijft mee aan een verfilming van Shakespeares Richard III, verplaatst naar de jaren dertig van de vorige eeuw. Hij speelt zelf de listige Richard; grommend, vleiend, zijn tanden ontblotend of juist verstoppend achter een schuine glimlach. Een man wiens hele wezen huichelachtig is. McKellen speelt hem geraffineerd zelfbewust, met een charme die onweerstaanbaar is.

Ian McKellen in ‘RichardIII’

De film is een succes en vanaf dat moment staat zijn filmcarrière stevig op de rails. In het op meerdere fronten rammelende Apt Pupil (1998) speelt hij een nazi die na de oorlog onder een valse naam onderduikt in een Amerikaans stadje. In een in potentie nogal clichématige scène waarin het aantrekken van een uniform de sluimerende nazi in hem doet ontwaken, maakt McKellen indruk met de gelaagde manier waarop hij dat proces in zijn gezichtsuitdrukking en lichaamshouding uitdrukt. De rug die zich recht, een verharding in zijn oogopslag.

McKellen in ‘Apt Pupil’ uit 1998.

In hetzelfde jaar speelt hij Frankenstein-regisseur James Whale in Gods and Monsters. Whale verstopt zijn eenzaamheid achter een flamboyant masker. In een interview met queer televisieprogramma In the Life vertelde McKellen dat hij veel van zichzelf terugzag in Whale, een Engelsman die de oversteek maakte naar Hollywood en openlijk homoseksueel was. ‘Ik dacht: dit is een rol waarvoor ik niet veel van mezelf hoef te vermommen, waarvoor ik kan putten uit aspecten van mijn eigen leven.’

Ian McKellen in ‘Gods and Monsters’.

Rijke filmcarrière

Het is ook een rol die hem, zo stelt hij, leert wat goed filmacteren is. Hij roemt in interviews het naturalisme van zijn tegenspeler Brendan Fraser, bij wie je de gedachtevorming op zijn gezicht ziet voordat hij spreekt, daar waar veel acteurs – ‘deze acteur’, wijst McKellen op zichzelf – vaak meteen hun tekst uitspreken. Te veel acteren dat ze ergens zijn in plaats van er te zijn. De rol levert McKellen zijn eerste Oscarnominatie op (een tweede ontvangt hij voor The Fellowship of the Ring).

Aan het begin van het nieuwe millennium speelt hij twee rollen die van hem een filmster maken. In superheldenfilm X-Men (2000) is hij de grote antagonist Magneto. Over de rol is hij zelf niet onverdeeld tevreden, maar de film levert hem wel een innige vriendschap op met collega-acteur Patrick Stewart. De twee drinken uren samen thee (‘in de middagen misschien iets sterkers’, aldus Stewart) in hun trailers. Hun vriendschap gaat viraal op internet en in 2009 spelen ze samen in een succesvolle enscenering van Samuel Becketts toneelstuk Wachten op Godot.

McKellen als Magneto in ‘X-Men’.

De opnamen voor X-Men dreigden nog even in de weg te zitten van die andere, nog veel bepalendere rol. Maar McKellen kon toch op tijd naar Nieuw-Zeeland afreizen voor Peter Jacksons Lord of the Rings-verfilmingen. Hij speelt tovenaar Gandalf als een figuur die zich maar al te bewust is van de theatraliteit van zijn tovenarij, en dat op gezette momenten met een twinkeling in zijn ogen nog even aanzet.

Ian McKellen als Gandalf in ‘The Lord of the Rings’.

Breekbaarheid van Gandalf

Hij heeft de rol in zijn hart gesloten. Op internet circuleert een filmpje waarin hij een groep schoolkinderen voor zijn raam waarschuwt wat er gebeurt als ze niet goed studeren voor hun examens: ‘YOU SHALL NOT PASS!’ ‘Een beetje een show-off’, beschrijft McKellen de rol glimlachend in de documentaire Playing the Part. Maar zeker in de tweede en derde film laat hij ook de breekbaarheid van Gandalf doorschemeren, wat de momenten waarin hij zich als tovenaar groot maakt alleen maar indrukwekkender maakt. Omdat we beseffen dat dat hem wat kost.

De kleine jongen die om zich heen keek en besefte dat we allemaal altijd een rol spelen, weet als acteur precies dat aspect van zijn personages steeds weer te treffen. Maar waar de vermomming lang een vorm van verstoppen was, is het steeds meer een instrument geworden dat onthult. Dat een kwetsbaarheid of waarheid blootlegt. De eenzaamheid van James Whale, de desillusie van Julian Sklar. Voor McKellen is dat de essentie van acteren. En misschien ook wel van ons zijn. ‘We zijn nooit simpelweg onszelf,’ zegt hij in Playing the Part, ‘we spelen altijd de rol van onszelf.’