Coalitievorming duurt steeds langer, Leiden laat zien waarom: ‘Dit gaat niet vier jaar werken’
Twaalf jaar lang waren D66 en de voorlopers van Pro – PvdA en GroenLinks – verstrengeld in een politieke liefdesrelatie in het Leidse stadsbestuur. Maar die romance is voorbij. Eind juni klapten de coalitieonderhandelingen tussen Pro (12 zetels), D66 (6) en CDA (2), terwijl een inhoudelijk akkoord in kannen en kruiken leek.
Machtspolitiek en de onderlinge verhoudingen bleken het struikelblok. D66 wilde een extra wethouder ten opzichte van de vorige bestuursperiode. De andere partijen gingen daar niet in mee, waarna D66-fractievoorzitter Wietske Veltman de stekker uit de onderhandelingen trok.
Leiden is daarmee de laatste grote stad die sinds de gemeenteraadsverkiezingen van 18 maart nog altijd geen nieuw college heeft. Ook gemeenten als Edam-Volendam, Papendrecht, Velsen en Zutphen zijn nog niet uit de formatie. Vier jaar geleden zaten na de zomer vijf gemeenten nog zonder college, nu zijn dat er zestien. Binnenlands Bestuur berekende dat de gemiddelde formatieduur daardoor vermoedelijk stijgt van 83 dagen in 2022 naar ongeveer 90 dagen.
Al eerder spanningen
Wat er in Leiden precies achter de schermen is gebeurd, houden beide partijen grotendeels binnenskamers. Wel erkent Pro-fractievoorzitter Emma van Bree dat er tijdens de formatie al eerder spanningen zijn geweest.
Zo ontstond discussie rond een motie over GroenLinks-wethouder Prescillia van Noort vanwege haar steun aan een omstreden Vattenfall-project voor restwarmte in Leiden-Noord. Daar waren veel bewoners niet blij mee. Volgens het Leidsch Dagblad kostte het veel overleg om te voorkomen dat coalitiepartner D66 de motie zou steunen.
‘Bij ons is de gevleugelde uitspraak: kleur op de wangen, maar elkaar geen blauw oog slaan’, zegt Van Bree. ‘Natuurlijk moeten coalitiepartners verdeeld kunnen stemmen, maar niet zonder overleg of als verrassing. Dat vonden wij, en ook het CDA, dusdanig vervelend dat we zeiden: dit gaat niet werken, de komende vier jaar.’
De kwestie zal D66-fractievoorzitter Veltman niet hebben geholpen om in een college te stappen waarbij Pro drie van de vijf wethouders zou leveren. Bij stemming zou die partij dan de helft – want de burgemeester, een CDA’er, behoort ook tot het college – van de stemmen bezitten. Volgens haar zou dat overwicht van Pro afbreuk doen aan ‘de open en transparante bestuursstijl waarin samenwerking centraal staat’, reageert Veltman schriftelijk.
Sleets huwelijk
Volgens Pro-fractievoorzitter Van Bree zat het probleem dieper dan de verdeling van de wethoudersposten. Dat was volgens haar geen principiële kwestie: ‘Dat had best gekund.’ De vertrouwensbasis was volgens haar al langer aangetast. Het jarenlange huwelijk bleek sleets te zijn geworden.
‘Gewoon, hoe je met elkaar samenwerkt. Afspraken kunnen maken, afspraken nakomen, niet terugonderhandelen, dat soort zaken. Als je elkaar op dat basale niveau niet kunt vinden, dan is er weinig vertrouwen dat het vier jaar lang tot een stabiele samenwerking leidt.’
De moeizame Leidse formatie staat niet op zichzelf. Politicologen waarschuwen geregeld dat langdurige coalitieonderhandelingen het vertrouwen in de politiek kunnen ondermijnen. Zo wijst populismeonderzoeker Cas Mudde er vaker op dat langdurige onderhandelingen tussen partijen het beeld kunnen versterken van een politieke elite die vooral met zichzelf bezig is.
Maar John Bijl, directeur van het Periklesinstituut en gespecialiseerd in lokale democratie, heeft ook wel begrip voor de langere formatietijd. Die hoeft volgens hem niet per definitie een probleem te zijn. Het idee dat een trage formatie in gemeenten vooral verloren bestuurstijd oplevert, noemt hij te eenvoudig. ‘Laten we eerlijk zijn: in een verkiezingsjaar wordt de begroting toch vaak al uitgekleed. De verloren tijd telt dus ook weer niet zó zwaar.’
Volgens Bijl gaan de lokale coalitiebesprekingen allang niet meer alleen over een inhoudelijk akkoord. Steeds vaker staat ook de bestuurscultuur centraal: hoe willen partijen samenwerken, hoe gaan ze om met meningsverschillen en hoeveel vertrouwen is er onderling? ‘Complete fracties schuiven aan, achterbannen worden geraadpleegd en informateurs besteden veel aandacht aan de onderlinge verhoudingen.’
Juist op dat gebied bleek het in Leiden moeilijk te zijn. Bijl ziet daarin een bredere ontwikkeling, die hij niet zonder meer afwijst: ‘Een democratie die politieke verschillen niet meer opzijschuift, maar de tijd neemt om ze serieus te bespreken.’
Jeugdzorg en woningbouw
Hij benadrukt daarnaast dat gemeenten in de loop der jaren ook steeds meer verantwoordelijkheden hebben gekregen voor ingewikkelde dossiers als jeugdzorg, woningbouw, de energietransitie en bestaanszekerheid. En dan zijn dossiers als asiel ook nog eens gevoeliger geworden. ‘Er is tijd nodig om zulke politieke verschillen zorgvuldig te overbruggen.’
Tegelijkertijd kregen gemeenten volgens Bijl zelden voldoende financiële middelen om die extra verantwoordelijkheden uit te voeren. ‘Elke wijziging van het gemeentefonds betekende tot nu toe een verkleining van de financiële ruimte, waardoor de politieke afwegingen scherper zijn geworden.’
Ook het kiesgedrag heeft de lokale politiek simpelweg veranderd. Sinds de ontzuiling stemmen kiezers minder voorspelbaar en vaker op lokale partijen, waardoor de gemeenteraden meer versnipperd heeft geraakt. Grote bestuurspartijen worden steeds zeldzamer en voelen de druk van de flanken. ‘Dat maakt onderhandelingen ingewikkelder.’
Inmiddels probeert Pro in de sleutelstad een nieuw college te vormen met het CDA, de VVD, de ChristenUnie en Studenten voor Leiden (SvL). ‘Dat zal op zijn vroegst eind september zijn’, tempert Van Bree de verwachtingen. ‘En de vraag is of dat lukt met alle recessen en vakanties.’