Home   2026-08-03 17:31:33

Op Europa’s grootste fotofestival draait het om de glorie en de anti-glorie van het verleden

Original article

Terug naar de krant

Toen de Italiaanse dichter en schrijver Giacomo Leopardi (1798-1837) in 1818 naar de laatste resten oudheid keek, kon hij zien wat er stond, maar – zo schreef hij – de glorie ervan ontging hem. „Ik zie de muren en bogen, de zuilen, de standbeelden en de verlaten torens van onze voorouders; maar hun glorie zie ik niet, noch zie ik de lauwerkrans en het ijzer waarmee onze voorvaderen omgord waren”, dichtte hij in ‘All’Italia’, het openingsvers van zijn Canti. Hij was teleurgesteld over wat er bij het Congres van Wenen (1814-1815) was beslist over Italië, en somber over de staat van het land dat nog steeds geen eenheid was.

Toen de Franse fotograaf Anne-Lise Broyer (1975) twee eeuwen later in Napels was voor haar fotoserie over landen rondom de Middellandse Zee, kwamen Leopardi’s woorden naar boven. „Het kan zijn dat ik het woord verkeerd heb begrepen, want ik zie glorie overal”, staat er bij een van haar foto’s. Bij de 57ste editie van het fotofestival Les Rencontres de la Photographie dat jaarlijks in de zomermaanden in de zuid-Franse stad Arles wordt gehouden, is tot 5 oktober te zien wat zij onder die glorie verstaat. De ‘glorie’ die afstraalt van de marmeren hoofden van weleer wijkt niet erg af van de hoofden van nu, ongeacht of je nu een vluchtelinge bent uit Libanon of een van oorsprong Griekse vrouw. Het hangt er maar net van af hoe je de beelden weergeeft, laat ze zien.

Paul Kodjo, ‘Deux femmes, un homme’, fotoroman, 1971.

Foto Paul Kodjo/Courtesy of Les Rencontres du Sud and in camera galerie.

Ayana V. Jackson, ‘Adelita: She was not only Brave she was Beautiful’, 2023.

Courtesy Ayana V. Jackson/Mariane Ibrahim

Glorie, of het gebrek eraan, vormt een rode draad in de ruim vijftig exposities in de stad, en enkele exposities erbuiten. Bij deze editie is veel aandacht voor fotografen van het Afrikaanse continent, waaronder die rondom de onafhankelijkheid van Ghana (Ghana! Dreaming Independence) een van de aanraders is (zie inzet). Hier is te zien dat Kwame Nkrumah, de eerste premier na de onafhankelijkheid, inzag hoe belangrijk het was de identiteit van zijn land zo snel mogelijk van een beeldtaal te voorzien. Hij zorgde er niet alleen voor dat er snel postzegels, ansichten en bankbiljetten met de juiste afbeeldingen kwamen, maar gaf ook fotografen en schrijvers de opdracht het land in beeld te brengen.

Podcastpresident

Schitterende foto’s zijn het, die de Ghanese fotograaf James Barnor (1929) maakte van de onafhankelijkheidsvieringen op 6 maart 1957 en de ontwikkelingen in de samenleving daarna. Lefgozers die kunstjes uithalen op de fiets, een toerist die het monument voor de onafhankelijkheid fotografeert of een gezin dat ontbijt met een grote doos Kellog’s Cornflakes op tafel: Barnor zet Ghana om in glorie. In de jaren voor de onafhankelijkheid had hij Nkrumah al neergezet als toegankelijk politicus die dicht bij zijn volk stond. Zo is er bijvoorbeeld een foto uit 1952 waarin de toekomstig premier een balletje trapt vlak voor een internationale wedstrijd. Op basis van de foto kan je gerust stellen dat aan Nkrumah geen voetbaltalent verloren is gegaan.

Nkrumah wist wat de kracht van fotografie en beeldvorming was, en dus schakelde hij na de onafhankelijkheid de Amerikaanse fotograaf Willis E. Bell (1924-1999) in. Deze maakte in opdracht van de regering samen met de Ghanese schrijver Efua Sutherland The Roadmakers. In dit boek kwamen traditie en ideaalbeelden van een toekomst samen. Enkele jaren later gaf Nkrumah Bell andermaal een opdracht, deze keer voor Ghana on the move: Nkrumah’s speeches en visies op een socialistisch Ghana moesten worden aangevuld met Bells foto’s van het land in al haar succesvolle facetten. Inmiddels was de premier alleen niet meer zo populair en groeide de kritiek op zijn autoritaire gedrag. Het boek dat in 1966 verscheen, was tevens het jaar van Nkrumah’s ballingschap, nadat het leger de macht had overgenomen.

In zijn foto’s had Bell, net als de Amerikaanse fotograaf Paul Strand (1890-1976) van wie hier ook foto’s zijn te zien, de erfenis van het Britse kolonialisme bewust achterwege gelaten. Geen koloniale muren, standbeelden of verlaten torens, maar een focus op de toekomst. Dus fotografeerden beide fotografen de jeugd op straat, portretteerden ze mensen die het nieuwe Ghana moesten gaan vormgeven, en ook bijvoorbeeld fabrieken en industrie. Strand maakte nog een beroemd geworden portret van Nkrumah, dat hij later opnam in zijn boek Ghana: An African Portrait.

„Als Nkrumah vandaag de leider was geweest dan had hij absoluut elke dag vanuit zijn paleis een podcast opgenomen”, wordt opgemerkt in een video waarin wordt teruggekeken op de beeldvorming van het nieuwe land in wording. Hij moest het echter doen met foto’s. In de beeldvorming via foto’s slaagde hij wonderwel, voor zolang als het duurde.

Monument en antimonument

Mooi is hoe de expositie rondom het werk van Paul Kodjo (Ivoorkust, 1939-2021) hiermee rijmt. In de jaren zestig en zeventig fotografeerde hij Ivoorkust, na de onafhankelijkheid in 1960. Wie wil weten hoe glorie eruitziet, kan onder meer de geweldige foto bekijken die hij in 1970 maakte van een vrouw die voor een enorm gebouw staat. Ze kijkt naar de fotograaf die een lage positie heeft ingenomen. Het gebouw erachter moet immens zijn, maar door de positie waaruit de foto is genomen, is zij degene die triomfeert en niet het stenen gebouw dat ooit is neergezet om de vooruitgang te vieren en de moderne tijd te omhelzen.

„Alleen de stenen vergeten niet, voor alle anderen is het telkens jezelf heruitvinden”, zegt de verteller in The Algerian Novel van de Franse fotograaf Katia Kameli (1973), waarin het ook draait om de geschiedenis van een land, in dit geval het geboorteland van haar vader. Met de beelden gaat ze op zoek naar het collectieve geheugen. Briefkaarten, tijdschriften en foto’s vormen de leidraad die het beeld van Algerije moeten vormen. Glorie ziet zij ook niet, daarvoor zijn de beelden te divers. De geschiedenis die ze schetst vanuit vrouwelijk perspectief is zowel een monument als een antimonument.

Carlos Idun-Tawiah, ‘Many Reasons to Live Again’, 2022, te zien in de tentoonstelling ‘Ghana! Dreaming Independence 1957–1976’.

Foto Carlos Idun-Tawiah

Sammy Baloji, links: ‘Outskirts of Lubumbashi, Haut-Katanga Province’, 2013; rechts: ‘Clémentine Samba Mushidi, Kasaji, Lualaba Province’, 2018. Uit de serie: ‘Landscape Lens: A Katangese Crossing‘.

Courtesy of the artist and Galerie Imane Farès, Paris

Indrukwekkend is ook het antimonument waarin de Congolese fotograaf Sammy Baloji (1978) de onafhankelijkheidsoorlog van Katanga laat zien. In 1960 werd de staat Katanga in het zuiden van Congo uitgeroepen, die hield stand tot 1963. Foto’s en films uit die tijd tonen de Belgische troepen die er arriveren, de impopulariteit in dat gebied voor Patrice Lumumba, die in dat gebied werd vermoord, en het gevecht om de koper- en goudmijnen. De gebeurtenissen van toen koppelt Baloji aan de verhalen en beelden van zijn reis naar het gebied in 2017. Een man, Georges Mbako, vertelt in een film hoe hij met drie andere mannen vastgebonden zat aan een boom. Om het uur wordt een van hen neergeschoten. Mbako, die een tijdje bewusteloos is nadat ook hij geraakt is en zeker weet dat zijn laatste uur heeft geslagen, wordt gered door een van de militairen: „Deze man is aardig, hij hielp me vroeger aan medicijnen.”

De foto’s van toen stonden in Paris Match, dat de slogan ‘de kracht van woorden en de schok van foto’s’ waarmaakte met de close-ups van de dodelijke slachtoffers. Baloji koppelt die beelden aan de foto’s van de mannen die er toen bij betrokken waren en indertijd naar Angola waren gevlucht aan Hotel Impala in de zuid-Congolese stad Kolwezi, waar zijn oudoom ooit de eigenaar van was. Treffend is bijvoorbeeld een portret van een man die op een blauw plastic stoeltje zit. Achter hem een poster met de politieke hoofdrolspelers van 1960. Zijn handen houdt hij gekromd, lamgeslagen door de tijd.

William Klein, collage voor de film ‘Mister Freedom’, circa 1967.

William Klein, ‘Ali has just knocked out Foreman, Kinshasa, Zaïre’, 1974.

Courtesy of Studio William Klein and William Klein Estate

De foto’s en gefnuikte idealen staan in schril contrast met Mister Freedom, een Franse satirische superheldenfilm uit 1969 die de Amerikaanse fotograaf en filmmaker William Klein (1926-2022) maakte, in de mooi vormgegeven expositie van zijn werk. Ruim baan is er voor zijn schitterende foto’s en collages. Soms treffend, andere keren absurd, zoals ook Kleins Mister Freedom absurd is. In een soort Superman-pak is hij een satire op het beeld dat de VS willen uitdragen naar de eigen bevolking en naar de wereld. Kijkend naar Klein komt de toeschouwer vanzelf weer uit bij Leopardi. Je ziet wat er was, gelooft misschien zelfs wat intenties, maar glorie?

Martine Barrat, ‘Block Party, Harlem’, 1992.

Courtesy of the artist and La Galerie Rouge

Mail de redactie

Ziet u een taalfout of een feitelijke onjuistheid?

U kunt ons met dit formulier daarover informeren, dat stellen wij zeer op prijs. Berichten over andere zaken dan taalfouten of feitelijke onjuistheden worden niet gelezen.

Artikel delen

  • Je kunt deze maand nog cadeau geven.
  • De link is geldig.

De link is nog geldig.

Je hebt al eerder van dit artikel een cadeaulink aangemaakt, de link is nog geldig.

Leuk dat je onze journalistiek deelt met anderen. Vanaf kun je weer artikelen cadeau geven.

Sorry, het lukt op dit moment niet om een cadeau-link te maken. Probeer de pagina opnieuw te laden of probeer het later nog eens.

Deel dit artikel via sociale media.

Hoe werkt het delen van artikelen?

Als cadeau

Als NRC-abonnee kun je elke maand artikelen cadeau geven aan een willekeurige ontvanger.

  • De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
  • De cadeaulink is geldig.
  • Het saldo wordt verminderd met 1 zodra er een cadeaulink wordt aangemaakt.

Standaard delen

Kies je voor standaard delen, dan kan iedereen met een NRC-abonnement de door jou gedeelde artikelen lezen. Niet-abonnees krijgen een betaalmuur te zien.