Nieuwe Surinaamse bondscoach Henk Fraser hoopt na de zomer weer Europese profs te kunnen opstellen
Vorig najaar assisteerde de in Paramaribo geboren Fraser (60) bondscoach Stanley Menzo in de laatste fase van de WK-kwalificatie. Toen het Surinaamse elftal in de laatste wedstrijd tegen Guatemala directe plaatsing voor het eindtoernooi misliep, nam Menzo ontslag.
Fraser was in beeld als opvolger, maar tekende in januari een contract bij Shaanxi Union, dat uitkomt op het tweede niveau in China. Hij stapte daar in juni om persoonlijke redenen op.
Toen Fraser was afgehaakt, deed de Surinaamse voetbalbond een beroep op Henk ten Cate om Natio via de play-offs in maart alsnog naar het WK te loodsen. Toen ook dat na de 2-1-nederlaag tegen Bolivia mislukte, zat Ten Cates termijn er meteen op en kwam Suriname zonder bondscoach te zitten.
Paspoortenkwestie
Én zonder profs uit Europese competities. Die verkeerden tot de intercontinentale beslissingswedstrijden in de veronderstelling dat ze met behoud van hun Nederlandse nationaliteit voor Suriname mochten uitkomen.
Dat bleek anders te liggen nadat in maart aan het licht was gekomen dat Go Ahead Eagles in de begin dit jaar met 6-0 gewonnen competitiewedstrijd tegen NAC met verdediger Dean James een niet-gerechtigde speler had ingezet. James had met een Indonesisch paspoort interlands voor Indonesië gespeeld, waardoor hij volgens de grondwet automatisch zijn Nederlandse nationaliteit was kwijtgeraakt. Hetzelfde gold voor vrijwel alle Surinaamse internationals, onder wie Tjaronn Chery (NEC) en Etienne Vaessen (FC Groningen).
In april verloor NAC weliswaar het kort geding tegen de KNVB om de wedstrijd tegen Go Ahead ongeldig te laten verklaren, maar het gevolg was wel dat de interlandcarrière van Nederlandse profs met een Surinaamse achtergrond op losse schroeven kwam te staan. Als spelers van buiten de EU moesten ze stuk voor stuk opnieuw een werkvergunning aanvragen bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). Vanaf dat moment was de vraag welke Suriprofs nog voor Natio zouden kiezen. In Paramaribo werd een commissie samengesteld met vertegenwoordigers van regering, voetbalbond en juristen aan beide kanten van de oceaan, maar daarna bleef het maandenlang stil.
Waarschijnlijk opgelost
Nu laat bondsvoorzitter Dayasankar Mathoera telefonisch weten dat de nationaliteitskwestie ‘met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid’ wordt opgelost. Volgens hem draait het om de juridische vraag of de internationals uit Europa ‘vrijwillig de Surinaamse nationaliteit aanvragen’ of dat ze die ‘in het landsbelang aangeboden krijgen’. Bij die laatste optie zou de Nederlandse grondwet niet langer een obstakel vormen. ‘Bovendien moet duidelijk zijn dat ze verder geen rechten of verworvenheden aan het Surinaamse paspoort kunnen ontlenen.’
Het is volgens Mathoera de bedoeling dat de Surinaamse president hun op verzoek van de Surinaamse voetbalbond toestemming verleent om hun diensten te bewijzen en Suriname te vertegenwoordigen. Het Surinaamse paspoort dat de voetballers krijgen, is uitsluitend bedoeld om interlands te spelen.
President Jennifer Simons moet zich nog wel uitspreken over de nieuwe regeling en aansluitend moet de bijbehorende wetswijziging worden aangenomen door het Surinaamse parlement en bekrachtigd door de Staatsraad. Mathoera verwacht dat deze procedure vóór de interlandperiode in september is afgerond. ‘Zo willen we de spelers uit de diaspora de zekerheid geven dat ze volledig gedekt zijn en tegelijkertijd voorkomen dat hun clubs dwars gaan liggen.’
In feite komt de regeling neer op het zogenoemde sportpaspoort, zoals dat de Nederlandse profs met Surinaamse (groot)ouders vanaf eind 2019 was voorgehouden. Daarmee maakte spits Nigel Hasselbaink als eerste prof met de Nederlandse nationaliteit zijn debuut voor het Surinaamse elftal. Tientallen collega’s zouden zijn voorbeeld volgen. Het verschil was alleen dat hun wel degelijk een officieel Surinaams paspoort werd verstrekt, en dat bleek strijdig met de Nederlandse grondwet.
‘Groot hart voor het land’
Negenvoudig international en oud-Feyenoorder Jean-Paul Boëtius is blij met Fraser als bondscoach. ‘Een echte peoplesmanager met een groot hart voor het land. Hij hoeft niet vanaf nul te beginnen: alle spelers kennen hem nog van de vorige periode. Hij heeft een duidelijke visie en is vooral sterk in individuele begeleiding, ook voor jongens die niet in de basis staan.’
Boëtius, die na zijn vertrek bij RKC afgelopen mei binnenkort een contract bij een buitenlandse club verwacht te tekenen (‘Kan best in een exotisch land zijn’), hoopt dat er snel een eind komt aan alle gedoe met de nationaliteit van de internationals: ‘Van wat ik ervan heb begrepen is dat wij als voetballers onder valse voorwendselen voor Suriname mochten uitkomen. Maar in Suriname is het heel anders gegaan dan met de Nederlandse jongens die voor Indonesië zijn gaan spelen.
‘Het lijkt me het beste als er een soort garantstelling komt zodat wij als internationals op geen enkele manier in de problemen kunnen komen met ons paspoort. Als het voor alle partijen duidelijk is, gaan we nog veel bereiken met Natio.’
Lees ook
Geselecteerd door de redactie