Home   2026-08-03 17:31:33

Het uitnodigen van de Israëlische ambassadeur politiseert Loods 24, niet het protest

Original article

Ik voel mij genoodzaakt te reageren op het opiniestuk over de Holocaustherdenking bij Loods 24. Dat ik deze reactie überhaupt moet schrijven, illustreert direct de beklemmende dynamiek van het huidige debat. Joodse organisaties die tegen het heersende narratief ingaan, worden door gevestigde instanties en overheden structureel in een reactieve positie gedwongen.

Aan non- en antizionistische Joden wordt zelden vooraf gevraagd wat een veilige herdenking betekent; zij moeten zich achteraf verdedigen tegen besluiten die lokale overheden en de zogenoemde ‘officiële’ Joodse gemeenschap allang achter gesloten deuren hebben beklonken. Dit kritische geluid is overigens geen lokaal randverschijnsel. Het vertegenwoordigt een grote, aanzienlijk groeiende minderheid binnen de internationale Joodse gemeenschap.

De standaardreactie die de Rotterdamse burgemeester Carola Schouten deze week gaf, is een treffend voorbeeld van dit institutionele blindstaren. In haar verklaring stelt de burgemeester dat de herdenking ‘geen keuze [is] tussen het ene of het andere verdriet’. Ze roept op om ‘ieder mensenleven in gelijke waarde [te] zien’. Een sympathiek geformuleerd sentiment, maar in de praktijk is het krampachtig schipperen. Het protest gaat immers helemaal niet over een hiërarchie van verdriet. Het gaat over de weigering om de diplomatieke vertegenwoordiger van een staat die nu grove, actuele mensenrechtenschendingen begaat, een erepodium te bieden.

Representatiemonopolie

Dit representatiemonopolie is gevaarlijk, vooral wanneer het geopolitieke hypocrisie verbloemt. De auteurs van het eerdere opiniestuk stellen dat het weren van de Israëlische ambassadeur een ontoelaatbare politisering van het verleden is. Dat is een buitengewoon selectief standpunt. Sinds de grootschalige invasie van Oekraïne zijn Russische diplomaten terecht niet meer welkom bij herdenkingen in concentratiekampen als Auschwitz en Buchenwald. De bittere ironie is dat het destijds juist het Rode Leger was dat deze kampen bevrijdde. Toch werd hun uitsluiting mondiaal erkend als een morele noodzaak. Wie stelt dat voor de vertegenwoordiger van Israël een andere, veel soepelere maatstaf moet gelden, beschermt niet de waardigheid van een herdenking. Die faciliteert namelijk een dubbele politieke standaard.

Wie pleit voor deze uitzondering, weigert de brute realiteit onder ogen te zien. De ontmenselijkende retoriek komt niet voort uit een oververhit protest, maar weerklinkt structureel in de hoogste Israëlische politieke regionen. Voormalig Knesset-lid Moshe Feiglin citeerde op nationale televisie letterlijk Adolf Hitler om de vernietiging van Gaza te legitimeren, met de glasheldere toevoeging: ‘Every child, every baby in Gaza is an enemy.’ Wanneer openlijk genocidale taal het staatsbeleid flankeert en uitmondt in oorlogsmisdaden, kan een ambassadeur onmogelijk als een passieve, ceremoniële toeschouwer worden gefaciliteerd.

Voor deze brede groep Joodse inwoners buiten Israël bestaat een helder alternatief voor dit morele vacuüm. Velen van hen baseren zich op de diasporische traditie van doikayt (hierheid). Deze theorie verwerpt de aanname dat Joodse veiligheid afhankelijk is van een exclusieve etnostaat. Ware veiligheid is ondeelbaar. Ze wordt lokaal bevochten in solidariteit met alle minderheden in de democratieën waarin deze groepen wonen.

BDS-beweging

Vanuit dat besef is ook de toenemende Joodse steun voor de BDS-beweging (Boycot, Desinvesteringen en Sancties) een volstrekt logische stap. BDS is geen antisemitisch instrument, zoals critici reflexmatig beweren. Het is een vreedzame campagne onder leiding van de Palestijnse burgermaatschappij (ngo’s, vakbonden, mensenrechtenorganisaties, red.). Volledig gemodelleerd naar de historische boycot die het Zuid-Afrikaanse apartheidsregime ten val bracht, biedt de beweging individuen en instituties een geweldloos en praktisch mechanisme om een staat ter verantwoording te roepen wanneer westerse overheden falen.

De herdenking bij Loods 24 draait om Rotterdamse stadsgenoten die het slachtoffer werden van machinale, geïnstitutionaliseerde ontmenselijking. Het afdwingen van de aanwezigheid van een ambassadeur van wie de regering exact diezelfde ontmenselijking vandaag de dag als geopolitiek instrument inzet, eert dat verleden niet. Het is de dwingende reden dat een groeiende Joodse beweging een dergelijke genodigde resoluut de rug toekeert.