Golf van executies dreigt in Iran na openbare ophangingen van demonstranten, stelt Amnesty
De afgelopen tien dagen zijn volgens de mensenrechtenorganisatie al minstens vijf mensen terechtgesteld die hadden deelgenomen aan de protesten van begin dit jaar. Twee van de executies vonden dinsdag plaats in de stad Isfahan in het midden van het land. Volgens berichten op sociale media ging het om een openbare ophanging met behulp van hijskranen.
Er is sprake van ‘een gruwelijke golf van executies en doodvonnissen om afwijkende meningen te bestraffen en te onderdrukken’, aldus Heba Morayef van Amnesty International. ‘Ze willen een beeld van kracht en absolute controle uitstralen in de nasleep van de volksopstand van januari en te midden van aanhoudende aanvallen door de Verenigde Staten en Israël.’
‘Vijandelijk voetvolk’
De rechterlijke macht en de staatsmedia hebben geëxecuteerde demonstranten herhaaldelijk omschreven als ‘vijandelijk voetvolk’ van de Israëlische geheime dienst Mossad gelieerde ‘met zwaarden zwaaiende moordenaars’ en ‘vijandelijke agenten onder het mom van demonstranten’.
Veel slachtoffers zijn mensen die werden veroordeeld op basis van vage aanklachten als ‘vijandschap tegen God’ en ‘corruptie op aarde’. Sommigen zouden betrokken zijn geweest bij brandstichting, vernieling, wegblokkades of verstoring van de openbare orde. Amnesty wijst erop dat dit geen daden zijn die voldoen aan de drempel die volgens het internationaal recht geldt voor de doodstraf. Anderen werden vervolgd wegens spionage en samenwerking met Israël en andere vijandige staten.
De dinsdag geëxecuteerde mannen, Amir Hossein Safari en Abolfazl Sepahi, waren op 8 januari gearresteerd tijdens protesten in Isfahan. Zij werden ter dood veroordeeld na een volgens Amnesty International oneerlijk massaproces, samen met tientallen anderen. Op 19 juli werden twee andere demonstranten uit dezelfde zaak, Erfan Esfandiari en Gol-Mohammad Mohammadi, ter dood gebracht. Acht anderen lopen ook het risico op spoedige executie.
Repressie op universiteiten
Ondertussen is er een repressiegolf gaande op universiteiten. De autoriteiten voeren een ‘systematische campagne tegen een van de invloedrijkste burgergroepen van het land, namelijk docenten’, zo meldt het in New York gevestigde Center for Human Rights in Iran (CHRI). Volgens het CHRI zijn leraren en activisten van lerarenvakbonden gearresteerd, gedwongen verdwenen en vervolgd op grond van aanklachten wegens nationale veiligheid.
Gedetineerde leraren worden in isolement gehouden en langdurig in eenzame opsluiting geplaatst, aldus het CHRI. Ook wordt ze essentiële medische zorg, contact met familie en voldoende voedsel ontzegd.
Het mensenrechtencentrum heeft minstens zestig personen gedocumenteerd die zijn gearresteerd, vervolgd of gevangengezet. Het werkelijke aantal ligt vrijwel zeker veel hoger, volgens het CHRI, met name onder leraren die tijdens de protesten in januari werden gearresteerd, en in kleinere steden waar arrestaties vaak niet werden gemeld.
‘De Islamitische Republiek is vastbesloten de bevolking het zwijgen op te leggen. De gewelddadige campagne tegen leraren, een van Irans belangrijkste onafhankelijke maatschappelijke instellingen, is cruciaal voor dit doel’, aldus Hadi Ghaemi, directeur van het CHRI.
Lees ook
Geselecteerd door de redactie