Home   2026-08-03 17:31:33

Onze nakomelingen zullen zich hoofdschuddend verbazen – wij noemden dat lezen

Original article

Stel je een bibliotheek voor, een weids archief waarin millennia aan menselijk bewustzijn rusten. Homerus en Augustinus, Dante en Shakespeare, Spinoza, Goethe, Nietzsche. Zolang de zwarte tekens op hun pagina’s worden ontcijferd, is hun sterfelijkheid opgeschort.

Het is geen oeverloze uitdijing, zoals het wiskundige labyrint uit De bibliotheek van Babel van Borges. Je vindt hier niet elke denkbare lettercombinatie, maar wat de mens werkelijk aan het papier heeft toevertrouwd: alles wat is doordacht, doorvoeld, gevreesd en gehoopt.

Aan de poort zetelt de beheerder. Geen censor met een fakkel, maar een onberispelijk hoofse bibliothecaris. Wie aarzelend een boek naar voren schuift, ziet hoe hij het behoedzaam aanneemt en zegt: ‘Laat mij u eerst vertellen wat hierin staat.’ Aanvankelijk lijkt dat een zegen. Archaïsche begrippen worden ontward, een verdampt historisch besef hersteld. De bezoeker wordt over een stugge openingsalinea heen getild. Plato verliest zijn hooghartigheid, Dante krijgt een uitnodigende foyer en zelfs de granieten zinnen van Heidegger blijken een toegangsdeur te bezitten. De bibliothecaris escorteert zijn gasten tot de drempel van de leeszaal. Daar kunnen zij hun eigen dwaling beginnen.

De bediening is zo bedwelmend dat lezers almaar terugkeren. Al snel hoeven er geen boeken meer overhandigd te worden; de parafrase volstaat. Waar de schrijver aarzelde, wordt nu één betekenis gekozen. De bibliothecaris kent de kortste route, welk boek voldoet en welke bladzijden ertoe doen.

De ware rijkdom van het archief school nooit uitsluitend in de inkt. Hij zat in de gangen, trappen en onverwachte doorkijkjes. Een curieus begrip opende een deur naar een ongeziene vleugel. Een ambigue formulering leidde naar twee vertrekken tegelijk. Bepaalde alinea’s waren steile wenteltrappen; andere boden vanuit een blinde hoek opeens uitzicht op een verborgen wereld. Je kwam hier niet om te vinden wat je zocht. Je kwam om overvallen te worden door wat je nog niet kon benoemen.

Wie blind vaart op de stuurmanskunst van de beheerder, verleert de kunst van dat verdwalen. Despoten uit het verleden verboden boeken en legden archieven in de as. Tirannie rook naar verbrand perkament. De nieuwe bibliothecaris vernietigt niets. Zijn macht schuilt in wat er op de leestafel verschijnt, en in welke gedaante.

Uiteraard gebeurt dat met de beste bedoelingen. Een hard oordeel krijgt een fluwelen context. Een sombere schrijver een hoopvollere uitleg. De vreemde gedachte wordt bijgeschaafd tot zij past tussen het vertrouwde meubilair van het hoofd. De waarheid wordt niet gelogen, maar gekalibreerd.

Het doel is de tevreden bezoeker. Men betreedt de bibliotheek om het vreemde te ontmoeten, maar treft in ieder boek de eigen spiegeling aan. Plato, Kafka en Nietzsche blijken wonderwel te bevestigen wat men in de hal al vond.

Een officieel dictaat ontbreekt. De stille angst dat een werk anders de leestafel niet haalt, is voldoende. De weerstand van een tekst was nooit een ontwerpfout. Wie las, capituleerde tijdelijk voor de hartslag van een ander brein. Bleef hangen bij een zin die zich verzette. Bladerde gefrustreerd terug. Verdroeg het ongemak van het niet onmiddellijk weten. Daar vond je niet alleen een conclusie, maar liep je de rafelige weg waarlangs zij was ontstaan.

Juist nu de bibliothecaris niet alleen uitlegt, maar ook schrijft, schildert en ontwerpt, blijkt wat de bezoeker heeft opgegeven. Wie de namen van stijlen, vormen en denkfiguren kent, kan hem naar afgelegen zalen sturen en onvermoede vleugels verbinden. Wie slechts vraagt om iets moois of oorspronkelijks, belandt in de drukst bezochte vertrekken. De machine heeft de kaart van de cultuur in zich opgenomen; wij vergeten hoe de kamers heten.

Daarin schuilt een laatste ironie. Nu wij het lezen aan de bibliothecaris uitbesteden, verslindt hij onze bibliotheek om zichzelf te vormen. Oude boeken zijn hem het dierbaarst, juist omdat hun bladzijden nog niet door machines zijn geschreven. Het boek, ooit de bestemming van een gedachte, wordt de grondstof van een andere intelligentie. De bibliothecaris leest inmiddels alles. Alleen zijn bezoekers niet meer.

Wellicht schrijven historici ooit dat deze beschaving haar geheugen niet verloor aan barbaren, maar aan een dodelijke drang naar comfort. Onze nakomelingen zullen zich verbazen over die gewoonte van hun voorouders: een boek uit de stelling trekken en zonder hulp het labyrint van andermans geest binnengaan.

Wij noemden dat lezen.