Deze Zeeuwse akkerbouwer lukt het wél de droogte te trotseren
Akkerbouwer Maarten Janse trekt een van zijn aardappelplanten uit de grond en is positief verrast. Hij telt dertien knollen, sommige groter dan een gebalde vuist. ‘Acht zijn er op formaat, de andere niet.’ Zijn vermoeden is dat zijn inzet voor een goede bodemstructuur de aardappels dit jaar redt. ‘Ik vergelijk weleens opbrengsten met akkerbouwers die wel kunnen beregenen. Dan vragen ze: hoe kan het dat die boer in Zeeland wel kilo’s heeft?’
Het Zeeuwse landschap kleurt geel. Door de stoppels van het geoogste wintergraan, maar ook door de uitgedroogde gewassen die nog op het land staan. Het neerslagtekort in Nederland is opgelopen tot 232 millimeter, twee keer zoveel als gebruikelijk. De landbouw is een van de sectoren die daaronder lijdt. Zeker in Zeeland, waar zoet water vrijwel afwezig is en er gemiddeld nog minder regen valt dan in de rest van het land.
Luchtige grond
‘Aan de regen kun je niets doen’, stelt Janse (44) vast. ‘Wel aan hoe je ermee omgaat.’ Op zijn akkerbouwbedrijf van 65 hectare in Wolphaartsdijk, aan het Veerse Meer, is hij daarom al twaalf jaar bezig het waterbergend vermogen van zijn bodem te verbeteren.
Hij ploegt bijvoorbeeld niet meer. Daardoor blijft de structuur van de bodem luchtiger en kan water uit diepere grondlagen omhoog komen naar de plantenwortels.
Ook gebruikt Janse groenbemesters, gewassen die in de winter de bodem bedekken en die hij in het voorjaar onderwerkt. Daarnaast voedt hij de bodem met een mengsel van stro en paardenmest. De plantenresten maken van de bodem een soort spons, die water beter vasthoudt.
‘Sinds 2018 is het bijna elk jaar raak’, zegt Janse over de droogte. Hij voelt het zoute water dichterbij komen. ‘Als je hier een gat in de grond graaft, komt er al zout water uit.’
Beregenen is geen optie
De reflex van de meeste boeren bij droogte is beregenen. Staand bij een sloot langs Janses land blijkt hoe onrealistisch dat hier is: de uitgedroogde bedding zit vol scheuren. ‘En zie je die witte uitslag op de bodem? Dat is zout. Zelfs als er water in had gezeten, zou ik het niet kunnen gebruiken.’
Sommige Zeeuwse akkerbouwers voeren met tankwagens zoet water aan. ‘Maar ja, met die hoge dieselprijzen is dat nu niet te betalen’, zegt Janse. Dus is hij volledig afhankelijk van de regen. ‘Zondag is hier 4 millimeter gevallen. Dat verdampt in een halve dag.’
Na een paar jaar begon Janse de vruchten te plukken van zijn nieuwe werkwijze: het water trekt na een regenbui makkelijker de grond in, en de grond blijft langer vochtig. Toch hebben ook zijn gewassen het dit jaar moeilijk. ‘Je kunt je bodem tiptop in orde hebben, maar als het water gewoon op is, is het op. In die situatie zijn we nu terechtgekomen.’
Janses suikerbietenveld, bijvoorbeeld, vertoont her en der grote geelbruine en zelfs kale plekken, waar het bietenloof slap en verdord op de grond ligt. ‘Dit is een van de jongste stukjes Nederland’, legt hij uit. ‘De oude kreken zie je nog in het landschap, daar is de grondsoort anders en de waterhuishouding dus ook.’
De bieten zijn volgens hem nog niet dood, ‘maar ze houden ermee op’. ‘Normaal hangen de bladeren overdag slap en leven ze ’s nachts op, maar nu slapen ze de hele dag.’ Hij trekt een van de verdorde bieten uit de grond, die zo’n 5 centimeter lang en 2 breed is. Andere bieten, die nog groen loof hebben, zijn zeker drie keer zo groot.
Bepalende weken voor de oogst
De droogte heeft gevolgen voor de oogst. Zijn wintertarwe heeft Janse al binnengehaald, met een goede opbrengst. De gemiddelde opbrengst van wintergranen ligt volgens coöperatie Agrifirm in Nederland 10 tot 15 procent lager dan vorig jaar. Voor financieel belangrijke gewassen, zoals aardappelen en uien, worden de komende weken bepalend.
‘Ik ben eigenlijk best content met hoe dit erbij staat’, zegt Janse over zijn aardappelveld. Het loof is nog groen en staat recht overeind. ‘Maar je ziet wel dat ze water nodig hebben. En als ik naar het weerbericht kijk, zie ik twee weken droog weer en morgen 30 graden.’
Hij trekt een tweede aardappelplant uit de grond, in een stuk waar de grond droger is. De knollen zijn aanzienlijk kleiner dan die van de eerste plant. Maar de plant zelf is gezond. ‘Ik heb het idee dat ik de planten met mijn maatregelen langer fit kan houden. Als het in augustus of september nog gaat regenen, kunnen ze flink groeien.’
Hij neemt een handvol grond die niet in zandkorrels, maar in kluitjes uiteenvalt. ‘Die verkruimelt mooi. Maar ook hier is het vocht gewoon op.’
Hogere prijzen
Op een klein perceel vlak naast het Veerse Meer teelt Janse zeekraal, een zouttolerante plant met een knapperige bite en zoutige smaak. Zelfs die kleurt enigszins geel van de droogte. ‘Het is een vorm van droogteadaptatie, maar ook een ondernemerskans’, zegt Janse. ‘Ik kan er zelf de prijs voor bepalen. Voor mijn andere gewassen ben ik afhankelijk van wat Trump of Poetin doet.’
Of hij zich zorgen maakt over de toenemende droogte? ‘Ik ben niet iemand die zeurt en klaagt, want dan heb je geen leven. Je moet gewoon kijken naar wat je zelf kunt doen.’ Bovendien, zegt Janse: ‘Droge jaren zijn altijd financieel de beste jaren. Hoe minder aardappels er zijn, hoe beter de prijs.’
Lees ook
Geselecteerd door de redactie