Home   2026-08-03 17:31:33

Onderzoek wijst uit: klachten postcovidpatiënten hebben niets te maken met hun slechte conditie

Original article

De resultaten, dinsdag verschenen in vakblad Nature Communications, geven antwoord op de vraag of de klachten van postcovidpatiënten niet vooral worden veroorzaakt doordat zij te weinig bewegen. De studie is een vervolg op eerder onderzoek van bewegingswetenschapper Rob Wüst (VU), die met zijn collega’s spierbiopten van patiënten onderzocht en schade in het spierweefsel ontdekte. Dat onderzoek trok internationaal veel aandacht omdat er voor het eerst een verklaring leek te zijn voor de uitputting die patiënten ervaren na de geringste inspanning.

Collega-wetenschappers kwamen echter met twijfels en opperden dat de spierschade was ontstaan doordat patiënten te weinig bewegen. De energiecrashes leiden er immers toe dat zij fysieke activiteit mijden. En gebrek aan beweging, laat staan bedrust, leidt onder meer tot afbraak van spieren.

Om die kritiek te pareren deed Wüst met zijn team opnieuw onderzoek, waarbij ze gebruikmaakten van de resultaten van een internationaal onderzoek ten behoeve van de ruimtevaart. Daarvoor hadden zeven jaar geleden 24 gezonde mensen twee maanden dag en nacht op bed gelegen, om te achterhalen wat de gezondheidseffecten zouden zijn van gewichtloosheid.

Wüst had bij die proefpersonen ooit spierbiopten afgenomen, voordat ze in bed gingen liggen en na afloop. Nu kon hij die vergelijken met de biopten van 25 postcovidpatiënten én van 25 patiënten met ME/CVS (het chronisch vermoeidheidssyndroom), twee postacute infectieziektes die sterk op elkaar lijken. De onderzoekers onderzochten ook het bloed van patiënten nadat die een fietstest hadden gedaan.

Belangrijke erkenning patiënten

Wat vooral opviel, vertelt Wüst telefonisch, is een verschil in kleur van het spierweefsel. Bij de gezonde mensen die zestig dagen in bed hadden gelegen, was dat weefsel overwegend rood, wat duidt op zuurstofrijke spiervezels, legt hij uit. Die kleur komt van de rode energiecentrales in de cellen. De patiënten hadden daarentegen overwegend witte spiervezels, die sneller vermoeid raken. ‘Hoe roder, hoe meer uithoudingsvermogen iemand heeft.’

Bij de twee patiëntengroepen werkten niet alleen de energiecentrales in de spiercellen minder krachtig dan bij de bedrustgroep, ook de bloedvoorziening naar de spieren bleek minder goed, waardoor er bij inspanning mogelijk minder zuurstof kan worden geleverd. ‘Dit is een belangrijke weerlegging van eerdere kritiek’, zegt longarts Merel Hellemons (Erasmus MC), niet betrokken bij het onderzoek. Ze noemt de bevindingen ‘een belangrijke erkenning’ voor patiënten.

‘Veel patiënten krijgen te horen dat ze meer moeten bewegen, dat het slecht voor hen is als ze minder actief zijn’, schrijft ze in een reactie. Het Amsterdamse onderzoek werpt daar een ander licht op, aldus Hellemons. Een standaard beweegadvies waarbij mensen conditie opbouwen door steeds meer te trainen, is voor deze groep niet verstandig, waarschuwt ook Wüst, omdat daardoor de spierschade en de vermoeidheid kunnen verergeren.

Dat wil niet zeggen dat patiënten helemaal niets moeten doen, zegt hij. ‘Bij de groep gezonde mensen in ons onderzoek zagen we al na zes dagen bedrust de eerste tekenen van spierafbraak, gevolgd door signalen van botontkalking en problemen met hart en bloedvaten. Als patiënten niet meer bewegen, krijgen zij daar ook mee te maken, boven op de fysieke problemen die ze door hun ziekte al hebben. De vraag is steeds: wat kan er nog wel, daar is maatwerk voor nodig.’