Het liefst ben je gemarteld en heb je dat op schrift. Inmiddels overleden zijn strekt tot aanbeveling
Eerst zeggen de mensen die zich bezorgd noemen dat ze niks hebben tegen vluchtelingen, mits het echte vluchtelingen zijn.
Is goed, zeggen de boven ons gestelden die dolgraag de bezorgden te vriend willen houden. Lang inbochtengewring volgt, gegoochel met definities over echt en nep. Honger, ongeluk of een verschrikkelijk regime telt niet, dat is de pech van geboorteplek. Oorlog is echt. Dat er geschoten wordt en dat er bommen op je stad vallen, dat de kinderen onder het puin liggen, dat je wereld instort en dan niet figuurlijk.
Dan zeggen de mensen die zich toenemend bezorgd noemden, dat ze zich afvragen of oorlog wel echt oorlog is, want op Facebook heeft gestaan dat er mensen gaan skiën of met bier op een terras zitten, en wij maar werken.
Maar natuurlijk, zeggen de machthebbenden die zich primair zien als beschermers van de toenemend bezorgden, want van de mensen die niet bezorgd zijn hebben ze geen last. Ze maken een nette buiging en beloven dat ze er ‘persoonlijke vervolging’ van maken. Je bent een echte vluchteling als er niet per ongeluk een bom op jouw huis of kind viel, maar dat ze specifiek jou moesten hebben, om wie je bent. Liefst blijft het niet bij bedreigingen, maar ben je daadwerkelijk gemarteld en heb je dat op schrift. Inmiddels overleden zijn strekt tot aanbeveling.
Dan zeggen de mensen die zich enorm bezorgd noemen, dat ze heel erg zijn voor het opvangen van echte vluchtelingen met bewijs in drievoud van vervolging en marteling, bij voorkeur dood. Maar moeten dat alleen reizende mannen zijn in de leeftijd waarop ze veel testosteron aanmaken? Vluchtelingentestosteron is onberekenbaar, dat heeft op X gestaan.
Excuus, excuus, stamelen de functionarissen die dolgraag in het gevlij willen komen bij de enorm bezorgden. Ze trekken aan hun haren, zeggen ‘stom, stom’ en ‘we doen voortaan alleen gezinnen. Dingen met kinderen. Meisjes! Met het oog op vluchtelingentestosteron.’
Dan zeggen de mensen die zich onoverkomelijk extreem bezorgd noemen dat ze heel erg zijn voor de opvang van gezinnen, dingen met kinderen, op testosteron geteste meisjes. Maar dat gezinnen en testosteronvrije meisjes zelden een overtuigend bewijs van persoonlijke marteling (bij voorkeur dood) kunnen overleggen. Ze hebben een afgeleide status, glippen hier binnen in het kielzog van een afgetakelde vader of broer, zitten een beetje mee te profiteren van andermans vervolging. Freeriders zonder schrammetje.
‘Vergeef ons’, smeken de mensen die graag alle onoverkomelijk extreem bezorgden tevreden willen houden. Handenwringend en knipmessend lopen ze achteruit de kamer uit. ‘Weg met nareizende familieleden’, krijten ze. ‘Hoe hebben we kunnen denken dat dit een goed idee was?’
Dan wijzen de mensen die zich bezorgden noemen, die bedolven zijn onder zorgen die alle andere zorgen overschaduwen, naar een plukje kinderen. Wat is dat?
‘Alleenstaande minderjarige asielzoekers’, stamelen de goedpraters en appeasers van de mensen met allesoverschaduwende zorgen. ‘Kinderen, zonder familie, ook meisjes!’
HOER, schrijven de mensen met allesoverschaduwende zorgen op de muur. En ‘STINK TEEF’. Hoe meer zorgen, hoe meer spaties.
Jankend werpen de slijmjurken die met hun nagels hangen aan de kiezersgunst van de allesoverschaduwend bezorgden zich op de grond. ‘Is niet onze schuld’, roepen ze. ‘Is het stomme vluchtelingenverdrag. We gooien het in het vuur. Stem op ons, alsjeblieft, alsjeblieft, alsjeblieft.’