Bedreigingen als drukmiddel zijn onaanvaardbaar in de besluitvorming over asielopvang
Een Syrisch statushoudersgezin in Geesteren (gemeente Tubbergen) is voor de vierde maal getroffen door persoonlijk gericht geweld. Nadat eerder drie keer de ruiten van hun woning waren gesneuveld, ging afgelopen weekeinde hun auto in vlammen op. De boodschap van de dader of daders is dat het gezin beter kan vertrekken.
In Engelen (gemeente Den Bosch) zijn de huizen beklad van inwoners van wie wordt vermoed dat zij niet onwelwillend staan tegenover de beoogde opvang van vijftig alleenstaande minderjarige asielzoekers. Het voornemen een poa (project opvang asielzoekers) te openen stuit sinds april op verzet. De gemeente neemt in september een definitief besluit.
Ook in Engelen is het geweld zeer persoonlijk gericht, met name tegen vrouwen. Op de besmeurde woningen zijn scheldwoorden gespoten als ‘stinkteef’ en ‘poa hoer’. In beide gemeenten is het effect hetzelfde: de intimidaties veroorzaken angst, niet alleen bij de getroffenen, maar ook bij omwonenden.
Te hopen valt daarom dat zij die dit op hun geweten hebben, worden opgespoord en gestraft. Voor eigenrichting is in dit land geen plaats. Terecht laat het ministerie van Justitie in een reactie weten deze manier van druk zetten op besluitvorming ‘onacceptabel’ te vinden. In de rechtsstaat komen beslissingen democratisch tot stand. Protesten zijn geoorloofd, maar binnen de grenzen die daarvoor gelden. Mensen thuis bedreigen is een grove, niet te tolereren schending van die grenzen.
Dat de opvang van asielzoekers tot onvrede leidt, is niet van vandaag of gisteren. Bij de gemeenteraadsverkiezingen van jongstleden maart gingen veel raadszetels naar partijen die zich tegen asielzoekerscentra (azc’s) uitspraken. Tegelijkertijd is langs democratische weg, met steun van Tweede en Eerste Kamer, de Spreidingswet tot stand gekomen. Die vraagt van gemeenten een evenredige verdeling van opvangplaatsen over het land. In het huis van Thorbecke is het niet ongebruikelijk dat het Rijk een dergelijke taak oplegt aan een andere bestuurslaag.
Dat neemt niet weg dat dit een spanningsveld oplevert. Reinier van Zutphen, de Nationale ombudsman, schreef hierover in december behartenswaardige woorden. Hij onderzocht de gang van zaken rond de directe aanwijzing door het Rijk, in augustus 2022, van een hotel als azc in Albergen (ook in de gemeente Tubbergen). Het was de eerste keer dat het Rijk hiertoe overging.
Het leidde tot onvrede onder inwoners, die zich niet gehoord voelden, en zelfs tot brandstichting bij het hotel en bedreigingen aan het adres van de burgemeester. Volgens de ombudsman werden klachten van burgers inderdaad ‘onbehoorlijk’ behandeld: te traag, en uitbesteed aan een advocatenkantoor. Maar tegelijkertijd benadrukte hij de noodzaak van de Spreidingswet, als middel om rust te brengen in de opvangketen en daarmee maatschappelijke onrust weg te nemen.
Voor die lastige opgave staat nu minister Bart van den Brink (Asiel en Migratie, CDA). Hij kampt bovendien met de erfenis van het vorige kabinet, waaraan een regeringspartij deelnam die zich openlijk tegen opvang keerde. ‘Zwabberend beleid’, oordeelde de ombudsman: ‘Het gaat niet om gelijk of ongelijk. Als samenleving zullen we mensen die bescherming nodig hebben in ons land moeten opvangen. Dat vraagt wat van beide kanten, van zowel gemeente als inwoner.’
Lees ook
Geselecteerd door de redactie