Het label ‘aanstelleritis’ doet de zorg meer kwaad dan goed
Als co-assistent leerde ik ze al kennen. Patiënten, meestal vrouwen, van wie je op voorhand weet dat ze een lijst diagnoses hebben, zoals fibromyalgie, ME en atypische buikklachten. De blikken van onderlinge verstandhouding onder hulpverleners op de spoedeisende hulp. Een diepe zucht, terloopse opmerkingen. En soms, lacherigheid.
De vrouwen met pijn op de borst ‘eci’, die daar lagen met alle draden en piepjes. Pijn op de borst e causa ignota. Dat klinkt fijn wetenschappelijk maar betekent letterlijk ‘zonder bekende oorzaak’. In essentie waar, maar in de praktijk vaak bestempeld als theatrale onzin. Niets te zien op het hartfilmpje immers.
Stelselmatig werden deze vrouwen niet serieus genomen. Die houding hebben wij – zonder hieraan veel twijfel als opleidelingen – overgenomen; die is ons als co-assistent ingetraind. Inmiddels weten we gelukkig beter. Dezezelfde pijnklachten worden nu begrepen en staan bekend als het vrouwenhart.
Maar waarom ging dit zo? En waarom gaat dit helaas nog steeds zo bij klachten die we niet direct onder een noemer kunnen brengen, klachten die te heterogeen zijn om de samenhang gemakkelijk te begrijpen? We noemen ze vage klachten, maar de klachten zijn niet vaag. Wij vinden ze vaag. Ze zijn immers moeilijker te duiden omdat we het patroon nog niet (her)kennen. Zoals covid-19 ons ook confronteerde met de realiteit van een virus dat zich niet gedroeg zoals wij hadden geleerd in onze opleiding.
Maakbare wereld
Als hulpverlener vinden we het lastig iets niet te begrijpen. Je kunt geen hulp verlenen, niets oplossen. In deze – steeds meer – maakbare wereld steekt dat ‘niet oplossen’ bovendien nog meer af als contrast. Zeker gezien de grote hoeveelheid (deels des)informatie die online beschikbaar is. Iets waarmee je als arts steeds meer te maken krijgt. En zeker in het geval dat er iemand tegenover je zit voor wie je de antwoorden niet hebt.
Als iemand veel soorten psychofarmaca gebruikt, dan weet je dat het om iemand met borderline persoonlijkheidsstoornis gaat. Zo hoorde ik tijdens mijn opleiding tot psychiater. Later hoorde ik: als iemand veel soorten psychofarmaca gebruikt, weerspiegelt dit de wanhoop van artsen.
Maakt het uit vanuit welk perspectief je kijkt? Het antwoord is een volmondig ‘ja’! Het maakt alles uit.
Luisteren
Bij het eerste perspectief hoef ik als arts niet meer na- of verder te denken over de klachten van de patiënt of over de diagnostiek. Bij de tweede geef ik mezelf als arts de ruimte om het nog niet te weten en verder te denken. En vooral te luisteren. En de klachten serieus te nemen.
Steeds weer worden we – door voortschrijdend inzicht – teruggefloten. Klachten die we afdeden als aanstelleritis blijken toch geaard in een biomedische verklaring. Zoals dat is gegaan bij het vrouwenhart, maar ook bij perimenopauzale klachten, long covid en ME.
Alternatieve informatie en alternatieve geneeswijzen bestaan niet voor niets. Het weerspiegelt dat we niet iedereen hebben kunnen helpen. En het bestaansrecht ervan toont aan dat het blijkbaar een select aantal patiënten uit deze groep wel helpt. Iedereen kent wel zo iemand die cynisch was maar er toch door werd geholpen. Waarom het de een helpt en de ander niet? Misschien omdat er verschillende biomedische oorzaken zijn voor al deze ‘vage’ klachten, die wij onder de gemeenschappelijke noemer ‘vaag’ hadden gegooid.
Als we iets niet weten, geeft dit ons mentaal ongemak. Ons brein lost dit op door een vooroordeel te gebruiken dat ons bovendien jarenlang is ingetraind. Aanstelleritis. Klaar.
Eindeloze zoektocht
Maar het hebben van klachten is naar; het wordt ondraaglijk als je niet serieus wordt genomen, er niet wordt geluisterd en niemand je kan vertellen hoe – en of – ze ooit weer ophouden. Dat wanhoop vervolgens leidt tot een eindeloze zoektocht buiten de gangbare wegen, begrijpt iedereen. Er gebeurt hiermee tegelijkertijd nog iets: namelijk het verlies van vertrouwen in je arts. En dus in het systeem van de zorg.
Dat is niet helpend in een wereld met toegang tot internet en informatie die potentieel leidt tot nare gevolgen, zoals verschillende artikelen in de Volkskrant deze week laten zien.
Aan ons als hulpverleners de taak om ons hiervan bewust te zijn, vooroordelen los te laten en klachten serieus te blijven nemen, ook daar waar we het nog niet weten of begrijpen. Dat we naast onze patiënten blijven staan en mee blijven denken, ondanks dat we het niet begrijpen. Dat vraagt veel – mogelijk te veel – binnen een systeem onder hoge werkdruk.
Maar het alternatief is veel ernstiger.
Lees ook
Geselecteerd door de redactie