Holocaustvergelijking leidt tot normalisering antisemitisme
Op donderdag 30 juli worden bij Loods 24 in Rotterdam de Joodse stadsgenoten herdacht die tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn weggevoerd en voor het overgrote deel vermoord. Vanaf die plek vertrokken duizenden mannen, vrouwen en kinderen naar Westerbork en vervolgens naar de vernietigingskampen. Loods 24 is daarom al jaren een plaats die uitnodigt tot herdenken.
Toch dreigt deze herdenking dit jaar onderdeel te worden van het politieke debat rond de oorlog in Gaza. DENK, de Partij voor de Dieren en tientallen pro-Palestijnse organisaties willen dat de Israëlische ambassadeur niet mag komen. Zijn aanwezigheid zou, vanwege de oorlog in Gaza, de waardigheid van de herdenking aantasten.
Juiste positie
Dat protest is meer dan een politieke discussie over het Midden-Oosten. Het laat zien hoe de manier waarop over Israël wordt gesproken langzaam verandert. Wat niet zo lang geleden ondenkbaar was – dat een vertegenwoordiger van de Joodse staat ongewenst zou zijn bij een herdenking van vermoorde Joden – wordt nu gezien als de moreel juiste positie.
Dat betekent niet dat de oorlog in Gaza niet bekritiseerd mag worden. Integendeel. Democratische samenlevingen moeten ruimte bieden aan fundamentele kritiek op het handelen van regeringen, ook van de Israëlische. Maar een Holocaustherdenking is niet de plek om die strijd uit te vechten. De Israëlische ambassadeur is daar in de eerste plaats als vertegenwoordiger van de staat waarin na de oorlog talloze overlevenden en hun nakomelingen een veilig thuis vonden. Wie zijn aanwezigheid bij de herdenking ter discussie stelt, doet méér dan kritiek uiten op een regering.
Dit protest staat niet op zichzelf. Het past in een ontwikkeling waarin de Holocaust steeds vaker wordt gebruikt om het huidige conflict tussen Israël en de Palestijnen te duiden. Gaza wordt een ‘concentratiekamp’ genoemd. Israëlische militairen worden met de SS vergeleken. Demonstranten dragen een gele ster met het woord ‘Palestijn’. Wie het publieke debat volgt, kan zich nauwelijks aan de indruk onttrekken dat de taal van de Holocaust is veranderd van een historische beschrijving in een politiek instrument.
Moreel oordeel
Geschiedenis kan helpen hedendaagse gebeurtenissen te begrijpen. Maar wie Gaza een ‘nieuw Auschwitz’ noemt, zegt niet alleen dat de situatie ernstig is. In die woorden klinkt óók mee dat Israël hetzelfde doet als nazi-Duitsland. Daarmee wordt niet langer een historisch inzicht geboden, integendeel. De verschillen tussen Auschwitz en Gaza zijn legio. Wél wordt met die woorden een moreel oordeel uitgesproken dat iedere verdere discussie vrijwel onmogelijk maakt.
Woorden doen ertoe. Een concentratiekamp is niet zomaar een afgesloten gebied. Auschwitz was niet simpelweg een plaats waar veel mensen zijn omgekomen. De Holocaust was een door de nazistaat georganiseerd vernietigingsprogramma dat gericht was op de volledige uitroeiing van het Joodse volk in Europa. Juist omdat die geschiedenis zo uitzonderlijk is, dragen begrippen als ‘concentratiekamp’, ‘genocide’ en ‘Endlösung’ een zware, morele lading.
Wie zulke woorden gebruikt, plaatst de ander in de rol van de nazi en zichzelf in de rol van het slachtoffer. Daarmee verschuift het debat van een discussie over militaire proportionaliteit, internationaal recht of humanitaire hulp naar een moreel zwart-witbeeld waarin de uitkomst al vaststaat. De vergelijking is niet bedoeld om te verhelderen, maar om te veroordelen.
Uitsluiting
Maar het blijft niet bij woorden. Wanneer Israël steeds vaker wordt voorgesteld als de dader, verandert ook de manier waarop mensen naar vertegenwoordigers van de Joodse staat kijken. Dan is hun aanwezigheid bij een Holocaustherdenking niet langer vanzelfsprekend, maar ongepast. Wat begint als een historische vergelijking, eindigt in de morele uitsluiting van een vertegenwoordiger van Israël.
Wie de Holocaust voortdurend inzet als moreel wapen tegen Israël, verandert ook ongemerkt het maatschappelijke klimaat. De stap van ‘Israël handelt als de nazi’s’ naar ‘een Israëlische ambassadeur hoort niet thuis bij een Holocaustherdenking’ blijkt dan ineens verrassend klein.
Het debat rond Loods 24 gaat daarom uiteindelijk niet alleen over Gaza. Het gaat over de vraag of de herinnering aan de Holocaust een plaats blijft waar vermoorde Joden centraal staan, of dat ook die herinnering wordt ingezet als instrument in het politieke conflict van vandaag. Wie Auschwitz gebruikt als retorisch wapen tegen Israël, tast niet alleen de historische betekenis van de Holocaust aan. Hij draagt er ook aan bij dat het uitsluiten van vertegenwoordigers en inwoners van de Joodse staat steeds normaler wordt.
Lees ook
Geselecteerd door de redactie