Spanje evacueerde zonder morren 73 duizend mensen: ‘Maar na dag vier begint de sfeer om te slaan’
De in 1933 geboren Juana Sánchez Lizana had nooit kunnen bevroeden dat ze Cadalso de los Vidrios op een dag zou moeten ontvluchten, het Spaanse bergdorpje waar ze werd geboren en nu alweer 52 jaar woont. ‘Misschien voor de oorlog’, zegt ze weifelend. ‘Niet voor een bosbrand’, klinkt het resoluut. Maar toen as zaterdagochtend als regen uit de lucht viel, werd ook zij geëvacueerd.
Alleen, waar ga je heen als je hele familie uit Cadalso de los Vidrios komt? Met z’n allen in een hotel in de hoofdstad was onbetaalbaar. Onderdak in een bejaardenhuis wees Sánchez Lizana af (‘Ik ga daar waar de kinderen gaan’). Daarom slaapt de 93-jarige, die in een rolstoel zit, op een van de tweehonderd veldbedden in de sporthal in de Madrileense voorstad Móstoles. Sánchez Lizana ondergaat het lijdzaam. ‘Op de grond slapen zou erger zijn geweest.’
Spanje zette de afgelopen dagen een mega-operatie op touw. Volgens de Spaanse krant El Mundo werden de afgelopen dagen 73 duizend mensen geëvacueerd uit de regio Madrid, de aangrenzende provincies Ávila en Toledo en de provincie Castellón (nabij Valencia) wegens hevige bosbranden, die nog altijd niet volledig onder controle zijn. Daarbovenop werden 19 duizend mensen verordonneerd om binnen te blijven vanwege de rook. Het is de grootste Spaanse evacuatieoperatie van deze eeuw.
Hoe gaat dat, duizenden mensen dagenlang opvangen? En hoe krijg je het zo snel voor elkaar? In dit geval was het regionale bestuur van Madrid het eerst aan zet. Toen dat een oproep deed om evacués op te vangen, was Móstoles een van de gemeenten die haar vinger op stak, zegt burgemeester Manuel Bautista, die maandagmiddag in de sporthal komt kijken. Het Spaanse Rode Kruis zette de eerste blauwe veldbedden neer.
Vrijdagochtend, toen de bosbranden zich uitbreidden, riep het ministerie van Binnenlandse Zaken de nationale noodtoestand uit en werd het leger verantwoordelijk voor de evacuatie. De militaire noodeenheid bracht nog eens driehonderd veldbedden en levensmiddelen naar de stad, die over drie locaties werden verdeeld. Eenmaal ingericht, ging de gemeente over het reilen en zeilen ter plekke. Burgemeester Bautista riep de hulp van zijn lokale netwerk in.
Lokale verenigingen
Om 2 uur ’s middags is de 54-jarige Raúl Peris een van de twee vrijwilligers die enorme pan Fideuà (een soort paella, maar met pasta in plaats van rijst) de sporthal binnen tilt, waar de eerste evacués al in de rij staan voor hun lunch.
Peris is lid van een van de vijftien peñas van de gemeente. Deze verenigingen zijn vergelijkbaar met Oranjeverenigingen in Nederland en organiseren festiviteiten rondom de Spaanse onafhankelijkheidsdag en bij de viering van de beschermheilige van Móstoles. Grote maaltijden verzorgen is Peris daarom niet vreemd. ‘Als de gemeente ons belt, staan we klaar. We zijn blij om iets voor deze mensen te kunnen doen.’
De regio Madrid telt in totaal vijftien evacuatiecentra voor circa tweeduizend mensen. Dat klinkt weinig, maar niet alle geëvacueerden hoeven te worden opgevangen, zegt de 55-jarige Raúl Esteban, een ex-brandweerman, die de noodhulp namens de gemeente Móstoles coördineert. In de door de bosbranden geteisterde gemeenten hebben veel Madrilenen een vakantiehuis. ‘Zij konden naar hun andere huis.’ Anderen verkozen een hotel boven een sporthal of konden bij vrienden of familie verblijven. ‘De rest krijgt hier onderdak. Het zijn vooral migranten of mensen die iets minder te besteden hebben.’
Bij de veldbedden van Habiba Buskil (50) en Abdel Selam (65), ontstaat halverwege de dag consternatie. Het van oorsprong Marokkaanse echtpaar heeft zich in het midden van de zaal geïnstalleerd, maar een forse man meent dat ze zijn plek hebben ingepikt. Hij begint te trekken aan Selams rugzak. Iemand van de gemeente wordt erbij gehaald. Buskil vist het briefje dat ze bij binnenkomst kreeg uit haar portemonnee om aan te tonen dat dit écht haar veldbed is. Maar omdat ze gebrekkig Spaans spreekt, duurt het even voordat het misverstand is opgelost.
‘Het is dag vier’, verklaart coördinator Esteban. ‘We weten uit ervaring dat de sfeer dan omslaat. Mensen beginnen er genoeg van te krijgen. Het samenleven wordt moeilijker. De eerste ruzietjes ontstaan.’ Om de moed erin te houden, organiseert de sociale dienst van de gemeente activiteiten voor de kinderen. ‘We verzamelen nu zwemkleding, zodat iedereen naar het zwembad kan. Voor later deze week regelen we een goochelaar.’
Moeilijke dagen en uren
Het ministerie van Binnenlandse Zaken hief dinsdagochtend de evacuatiebevelen op voor negen van de vijftig gemeenten. De gemeenten van de geëvacueerden in Móstoles zaten daar niet bij. Wanneer zij naar huis kunnen, is nog onduidelijk. Hoewel de brand zich volgens de autoriteiten ‘positief’ ontwikkelt, zijn de branden nog steeds actief. Bovendien draait de wind dinsdagmiddag en stijgt het kwik binnenkort, waardoor de brandbestrijding moeilijker zal worden. ‘We zijn inderdaad het tij aan het keren’, zei premier Pedro Sánchez dinsdagochtend. Hij waarschuwde tegelijkertijd voor ‘erg moeilijke dagen en uren’.
Hoe lang het ook duurt, de 67-jarige gepensioneerde architect Francisco Rey houdt het nog wel een tijdje vol in de sporthal in Móstoles, zegt hij, terwijl hij een ijskoud flesje water aanneemt van de plaatselijke pastoor. Hij vult zijn dagen met rondjes lopen, staren en scrollen op zijn telefoon. ‘Ik zie het gewoon als een vreselijke vakantie. Je kunt je er tegen verzetten, maar het is wat het is.’
Lees ook
Geselecteerd door de redactie