Nederlandse staat schond zorgplicht met het niet beveiligen van de familie van Nabil B.
Dat is het harde oordeel van de rechtbank Den Haag in een lang slepende civiele procedure van de familie B. tegen de staat, die om veiligheidsredenen plaatsvond achter gesloten deuren. De uitspraak is al gedaan op 14 januari. Wegens ‘zorgvuldige anonimisering’ wordt die nu pas gepubliceerd, aldus een woordvoerder van de rechtbank.
In maart 2018 maakte het OM – tegen de nadrukkelijke wil van de familie en de kroongetuige zelf – bekend dat Nabil B. heimelijk belastende verklaringen had afgelegd over de criminele organisatie van Ridouan T. Betrokkenen vonden dat hiermee veel langer moest worden gewacht.
Zes dagen na de bekendmaking werd Nabils broer Reduan B. geliquideerd. Het was een wraakmoord; het slachtoffer had niets met criminaliteit te maken. Volgens de rechtbank had zijn dood mogelijk kunnen worden voorkomen als de familie tijdig en adequaat was beschermd.
Risico vergroot
Door de kroongetuigedeal te openbaren zonder beveiliging te bieden, heeft het OM het risico op ernstige wraakacties zelfs vergroot, oordeelt de rechtbank. Ondanks waarschuwingen en ‘reëel en onmiddellijk gevaar’ hebben verantwoordelijke OM-medewerkers niet tijdig en doortastend gehandeld.
In maart 2023 concludeerde ook de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) dat het OM grote steken had laten vallen in de beveiliging van advocaat Derk Wiersum van Nabil B. en diens vertrouwenspersoon Peter R. de Vries. Wiersum en De Vries werden eveneens geliquideerd. De OVV stelde dat ‘de hele beveiligingssituatie in Nederland niet is toegerust op dreiging vanuit de zware, georganiseerde criminaliteit’.
Anonimiteit
Leden van de familie B. werden na de liquidatie van Reduan door de staat halsoverkop in het buitenland ondergebracht. Sindsdien leven zij noodgedwongen in de anonimiteit. Omdat er al bedragen zijn betaald om hen te compenseren voor hun leed, kent de rechtbank hen ondanks het harde oordeel geen extra schadevergoeding toe.
De familieleden gaan hiertegen in beroep. In een persbericht schrijven zij dat de gevolgen van het falen van de staat ‘ingrijpend en blijvend’ zijn: ‘Levens zijn ontwricht, carrières verloren gegaan en er is diepe psychische schade geleden.’
Ze vinden dat de uitspraak onvoldoende recht doet aan de ernst van de situatie en de verantwoordelijkheid van de staat. Wel hoopt de familie B. dat het vonnis ‘bijdraagt aan betere bescherming van mensenrechten in vergelijkbare situaties’.