‘Ik ben dus weer even in Hongarije. Om Akos van de ‘horilka’ af te helpen’
Maandag 27 juli
11.26
‘Een groet uit Hongarije, land zonder luchtalarm. Het is warm hier en het schijnt nog warmer te worden. Mijn man Akos en ik zijn sinds afgelopen zaterdag weer in Boedapest, omdat de aanhoudende bombardementen op Kyiv ons in een soort zombies hadden veranderd. We sliepen slecht, zaten daar maar in die garage en Akos viel terug in een van zijn oude gewoonten waar ik hem juist vanaf had geholpen: het drinken van horilka – een sterke drank.
‘Akos heeft één favoriete variant, gemaakt van rogge. In Kyiv kon hij deze kopen bij een winkeltje om de hoek, waar de eigenaar tientallen flessen had staan, allemaal zelfgestookt.
‘Akos schonk zichzelf de laatste tijd vaak al kort na het ontbijt in. Dan deed hij de horilka in een breed glas, met een grote lepel boshoning erbij. Al roerend merkte ik dan hoe hij tot rust kwam, maar goed vond ik dit niet. ‘Het is gewoon te vroeg’, zei ik. ‘Begin alsjeblieft na vieren.’
‘Ik ga je niet vermoeien met de eindeloze gesprekken die volgden. Dat Akos überhaupt in Oekraïne kon verblijven – ‘land van de eeuwige sirenes’ – kwam door de horilka. Dat ik niet begreep hoe horilka hem door al deze stress heen sleepte, kon hij niet bevatten. Waarom had hij zo’n koppige vrouw, die niet gewoon in Boedapest de oorlog kon afwachten? Als we in Hongarije hadden kunnen zijn, dan zou hij geen horilka nodig hebben.
‘Akos is niet de enige die niet snapt dat ik gewoon in Oekraïne wil zijn. Want wie wil er nou in een stad wonen waar er elke week raketten inslaan? Het antwoord is zo simpel: ik wil in Kyiv zijn omdat het mijn thuis is. Omdat mijn herinneringen hier liggen. Mijn zoon hier opgroeide. Mijn eerste man hier stierf. En omdat – dat is dan een principekwestie – ik mij niet weg laat jagen door die imbeciel in het Kremlin. Nee zeg.
‘Maar goed, ik ben dus nu wel weer even in Hongarije. Om Akos van de horilka af te krijgen. We gaan zien of dit lukt. In ieder geval hebben we hier geen winkeltje om de hoek dat het spul verkoopt.’
12.18
‘Mijn kleindochters gaan deze zomer tot mijn verdriet niet naar Oekraïne. Hun moeder Anna wil het niet. Daarnaast zal Ksoesja na de vakantie stoppen met haar (online) Oekraïense school. Anna vond het te druk voor haar. Overdag ging Ksoesja in Italië naar school en ’s avonds volgde ze via de computer nog het Oekraïense onderwijsprogramma. Dat ging prima, haar cijfers waren op beide scholen hoog.
‘Volgens Anna is Ksoesja uitgeput. En lijdt ze aan een ‘burn-out’. Tsja. Wij kennen dit niet in Oekraïne. Anna heeft zich in korte tijd veel westerse begrippen eigen gemaakt, waarbij ik denk: ‘waar heb je het toch over?’ Ksoesja zou niet moeten stoppen met haar Oekraïense school. Het is júíst zo goed voor haar, zeker met het oog op terugkeer na de oorlog. Helaas valt met Anna nauwelijks nog te praten.’