Als het aan wetenschappers ligt, zal het nooit meer zomertijd worden
Stel je een situatie voor waarin een onbekende je opdraagt zeven maanden per jaar elke dag een vol uur eerder op te staan dan normaal. Als je aan die iemand vraagt waarom je dat in godsnaam zou doen, haalt hij zijn schouders op en zegt: ‘Nou, gewoon, omdat de anderen het ook doen? Ik weet het eigenlijk ook niet, in elk geval niet omdat het gezond is, haha, je kan er zelfs hartstikke ziek van worden: hart- en vaatziekten, kanker, you name it. Maar ik wil toch dat je het doet.’
Waarschijnlijk denk je nu dat je deze gevaarlijke gek een dreun zal geven, maar in het echt doen we allemaal braaf wat hij zegt, en wel omdat we sukkels zijn.
Afgelopen weekend ging de wintertijd weer in en voor kenners van de tijd is dat altijd een mooi, maar ook frustrerend moment. Mooi omdat de wintertijd beter aansluit bij onze natuurlijke tijd dan de zomertijd; frustrerend omdat ze weten dat de klok over vijf maanden weer een zwieper krijgt naar de verkeerde kant, en het ze maar niet lukt een groot publiek duidelijk te maken waarom dat een behoorlijk drama is.
Spoorwegen
Een van die kenners is psycholoog Ticia Luengo Hendriks. Ze is oprichter van Platform Betere Tijden en van de International Alliance for Natural Time, organisaties die aandacht vragen voor de grote invloed van de biologische klok op onze gezondheid. Daarbij vinden ze zo ongeveer alle wetenschappers die zich daarin hebben verdiept aan hun zijde. Want een gezonde regelmaat volgt niet de maatschappelijke klok maar de biologische klok, die de ritmes in het lijf aanstuurt.
Die klok snapt niks van zomer- of wintertijd, die doet alleen aan natuurlijke tijd, oftewel de tijd die zonnewijzers aangeven en die ook wel zonnetijd of ware tijd wordt genoemd.
De natuurlijke tijd verandert naarmate je naar het oosten of westen reist. Tot ver in de 19de eeuw werd hij gerespecteerd. De klok van de Amsterdamse Westertoren gaf een andere tijd aan dan die van Berliner Dom, die immers stuk oostelijker ligt en waar de zon dus eerder opkomt. Volgens de natuurlijke tijd is het in Berlijn ongeveer veertig minuten later dan in Amsterdam.
Maar in 1884, toen overal treinen reden en zakenlieden al die verschillende tijden maar hinderlijk begonnen te vinden, werd in Washington een Internationale Meridiaanconferentie gehouden die de wereld in 24 tijdzones verdeelde. In de EU hebben we er drie: de West-Europese tijdzone die als startpunt dient (Universal Time Coordinated, UTC), de Midden-Europese die daar een uur op voorloopt (UTC+1) en de Oost-Europese die er twee uur op voorloopt (UTC+2).
Amsterdamse tijd
Landen waren niet verplicht hun klokken aan de hun toebedachte zones aan te passen en in Nederland hield elke stad nog lang zijn eigen tijd. In 1909 werd voor heel Nederland de Amsterdamse tijd als standaardtijd ingevoerd. Dat bleef zo tot mei 1940, toen de Duitse bezetter Nederland de Midden-Europese tijd van Berlijn oplegde. Een oorlog eerder had Nederland van Duitsland ook al de zomertijd overgenomen, toen uit vrije wil, maar toch. Het gevolg is dat we ’s zomers feitelijk volgens de Oost-Europese tijdzone leven.
Als de wijzers van de Westertoren op een zomerse dag op 12 uur staan, is het in Amsterdam eigenlijk tien voor half elf. En op een winterse dag is het dan eigenlijk tien voor half twaalf. De Midden-Europese wintertijd ligt dus dichter bij onze natuurlijke tijd dan de Midden-Europese zomertijd, maar nóg beter is het als Nederland overschakelt naar de West-Europese wintertijd. Waar Berlijn veertig minuten voor loopt op de Amsterdamse tijd, loopt Londen er maar twintig minuten op achter.
Impasse
Ticia Luengo Hendriks raakte geïnteresseerd in het verschil tussen de maatschappelijke en de natuurlijke tijd nadat haar oudste dochter was geboren. ‘Een uitgesproken avondkindje, met een ritme dat botst met dat van de maatschappij. Toen ze eenmaal naar school moest werd het echt een enorm probleem om haar elke dag om kwart over zeven dat bed uit te krijgen, ze lag dan nog diep te slapen, het was gewoon schrijnend.’
Rond 2013 richtte Luengo Hendriks het Platform Betere Tijden op. Een van de doelen van dat platform is een einde maken aan de zomertijd. In 2017 werd een petitie daartoe door ruim zeventigduizend mensen ondertekend.
In 2019 kwam het RIVM met een rapport dat duidelijk maakte dat Nederland het allerbest de Amsterdamse tijd kon aanhouden en anders in elk geval voor de fulltime wintertijd moest gaan. In het Europees Parlement werd in 2019 gestemd over het stoppen met schakelen tussen zomer- en wintertijd, met als uitkomst dat de lidstaten een eigen keuze konden maken.
Daarna raakte de boel in een impasse. In Nederland kwamen er ‘expertsessies’ waarin ook grote bedrijven als KLM en Schiphol zaten. ‘En die vonden het allemaal maar gedoe’, zegt Luengo Hendriks. ‘Ze snapten het ook niet helemaal. Dat is de hele tijd het punt: mensen snappen het niet. Ze weten niet of de klok nou voor- of achteruitgaat, hoe het zit met die tijdzones, wat zomertijd en wintertijd zijn. Die benamingen zijn ook zo verwarrend, bij zomertijd denken de mensen vooral aan lange zomerse avonden.’
Einde zomertijd
Maar er is goed nieuws. Vorige week werd in het Europees Parlement opnieuw over het afschaffen van de klokwissel gesproken, en dit keer stemden álle fracties voor. De Europese commissie werkt nu aan een onderzoeksrapport waarin vragen van de lidstaten worden beantwoord. Daarna hoeft ons nieuwe kabinet alleen nog maar even door te pakken.
Met een CDA dat rust, reinheid en regelmaat propageert, zijn de vooruitzichten alvast gunstig. Vaarwel zomertijd, en dat je maar nooit meer terug mag komen!
Lees ook
Geselecteerd door de redactie
- v-plusop zoek naar rust, reinheid en regelmaatwilma de rek
Waarom we massaal in opstand moeten komen tegen die ellendige wekker
- Cijfers bij het nieuws
De klok een uur terug: steeds meer landen stoppen met zomertijd, maar Europa houdt er vooralsnog aan vast
- v-pluswetenschap
Zomertijd, dus een uur kwijt: hoe biologische klok en ‘echte’ klok zich tot elkaar verhouden
- essay
We moeten langzamer leven, zeg ik plechtig na mijn vakantie. Maar ja, hoe doe je dat?