Home   2026-10-22 19:56:51

←

Franse liedjes vertalen - het ritme, de frivole sfeer én de grappige woordspelingen vangen – Robbert-Jan Henkes kan het

Original article

Terug naar de krant

De reseda is een geurig plantje met witte bloemen en figureert in een Frans liedje, geliefd bij kinderen en geschreven door de surrealistische dichter Robert Desnos (1900-1945). Het probeert de vraag te beantwoorden waar de reseda – jawel – resideert („Où résida le réséda?”). Op rijmende plekken: in Canada, misschien op de berg Ida, maar ook dichter bij huis, gewoon op de veranda: „Oui-da!”

Desnos heeft zo’n tachtig van deze rijmpjes geschreven, bedoeld om te zingen „op willekeurig welke wijs”, zoals de ondertitel van een bundeltje uit 1944 luidt. De helft ervan is nu naar het Nederlands vertaald, samen met het Franse origineel gebundeld onder de speelse titel Veertig melodiertjes en meloblommekes. Als het geen bloempje is dat de hoofdrol speelt, dan wel een diertje, zoals de pad, het luipaard of de walvis: „Wallevis, wallevis, / die groter is dan allevis, / die maller is dan mallevis, / die geen wal is en geen vis is”.

Een gedicht vertalen is nooit een sinecure, maar een opgewekt en toch wel verraderlijk eenvoudig liedje lijkt me schier onmogelijk. Naar de letter kan niet, dan blijft er bitter weinig over, maar met een al te vrije vertolking is de geest uit de fles, al zou dat in Desnos’ geval wel weer passend zijn, aangezien zijn poëzie, zoals bij alle surrealisten, aaneenhangt van spoken, dromen en wanen. Zoals curieus samengevat in deze regel uit een eerder gedicht: „Ik heb zo vaak van jou gedroomd dat je je werkelijkheid verliest.”

Stijloefeningen

Laat het maar aan Robbert-Jan Henkes over. Hij buigt zich doorgaans over andere talen, maar het is niet meer dan logisch dat uitgerekend hij deze Franse versjes te lijf gaat. Hij vertaalde al heel verdienstelijk Russische kindergedichten en liedteksten van The Beatles en Bob Dylan. Vorig jaar verscheen de bundel Nachttrottoir, waarin hij een gedicht van de Rus Aleksandr Blok op zevenzeventig manieren ‘vertaalde’: in het Smibanees, à la Bilderdijk of Roosbeef, onomatopeïsch, op z’n Marsmans (zowel Hendrik als Lieke), in contravers.

Hiermee plaatst hij zichzelf in de voetsporen van de Franse schrijver Raymond Queneau, die in 1947 Stijloefeningen publiceerde, een verzameling van negenennegentig vertellingen van hetzelfde voorval. Queneau vormde vanaf de jaren zestig met anderen de Oulipo-beweging die de draad van het Franse surrealisme oppakte en er een eigen draai aan gaf. De vrije associatie en het automatische schrijven van hun voorgangers legden ze aan banden door formele beperkingen op te leggen. Paradoxaal genoeg resulteerde deze controledrift in grote creativiteit, getuige de oeuvres van Queneau en ook iemand als Georges Perec.

Het gaat in zulke gevallen om „vertalen wat er niet staat”, om met Henkes zelf te spreken. Dat is niet geheel ontoevallig de titel van zijn vertalersmemoir uit 2025. In Desnos’ geval gaat het erom de frivole sfeer te bewaren en het grappige woordspel te handhaven, terwijl het ook echt Nederlandse liedjes moeten worden. Daar komt veel meer bij kijken dan vertalen alleen, de vaste vorm van het kinderliedje dwingt je daar ook toe, zoals duidelijk wordt bij het rijmpje over de reseda, die ook bij ons voorkomt:

Weet jij waar de reseda wonen wouw?Wouw hij wonen in Grouw?In de grienden van Noord-Scharwoû?Op de hellingen van de Krakatau?– Ik weet niet waar hij wonen wouw,maar staan doet hij al jaren trouwhier in de tuin, ja nou!

De details verschillen en het ritme is door de ou-klank anders, maar Henkes’ keuze is minder willekeurig dan op het eerste gezicht lijkt. Bij ‘wouw’ moest ik direct aan een dorp in Brabant denken en ook aan een vogel, maar het wordt nog mooier: behalve de wilde en de witte reseda tref je in Nederland ook de reseda luteola aan en die variant is beter bekend als de wouw.

Zo krijgt de vernederlandsing van het liedje allerlei extra lagen en dat weet Henkes keer op keer voor elkaar te krijgen. Dat heet vakmanschap. In het liedje over de walvis gaat het om het feit dat ze geen vis maar een zoogdier is: ‘Welvis! Geenvis! Welvis! Geenvis! – / Van binnen is ’t een hallevis, / en als ze knalt een knallevis…’

Melancholische knauw

De melodiertjes en -blommekes nemen een bijzondere plek in het oeuvre van Desnos in. Ze stammen uit de laatste jaren van zijn leven, toen hij ondanks zijn grote staat van dienst (zie daarvoor de representatieve bloemlezing Onder dekking van de nacht) alsnog zeer productief was, totdat hij in april 1944 afgevoerd werd naar Auschwitz en uiteindelijk in Theresienstadt overleed aan de tyfus, ironisch genoeg enkele weken na de Duitse capitulatie.

Dat stemt zo uitermate triest en geeft de levenslustige liedjes een melancholische knauw. Sterker nog: het zorgt ervoor dat de dichterlijke lichtvoetigheid en bravoure nog veel meer op ramkoers ligt met de woelige werkelijkheid, waardoor ze zo veel meer zijn dan louter een liedje. Misschien is dat de reden waarom ze nog immer zo populair zijn onder de Franse jeugd. Een andere reden, zeker weten, is Desnos’ vondsten, waarvan ik nog één sprekend voorbeeld uit licht, uit het versje over het vergeet-mij-nietje:

Een vergeet-mij-nietje was het kwijt:Wat deed ze hier? Wat ging ze doen?Ze wilde iets, dacht ze – en toen?Ach blommeke zonder geheugen,geen waarheid en geen leugen,niets om zich op te verheugen…ach blommeke stil in de tijd.

Maak NRC jouw voorkeursbron op Google

Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten. Meer informatie

Kies NRC als voorkeursbron Melding voorkeursbron sluiten
Kies NRC als voorkeursbron

Mail de redactie

Ziet u een taalfout of een feitelijke onjuistheid?

U kunt ons met dit formulier daarover informeren, dat stellen wij zeer op prijs. Berichten over andere zaken dan taalfouten of feitelijke onjuistheden worden niet gelezen.

Artikel delen

  • Je kunt deze maand nog cadeau geven.
  • De link is geldig.

De link is nog geldig.

Je hebt al eerder van dit artikel een cadeaulink aangemaakt, de link is nog geldig.

Leuk dat je onze journalistiek deelt met anderen. Vanaf kun je weer artikelen cadeau geven.

Sorry, het lukt op dit moment niet om een cadeau-link te maken. Probeer de pagina opnieuw te laden of probeer het later nog eens.

Deel dit artikel via sociale media.

Hoe werkt het delen van artikelen?

Als cadeau

Als NRC-abonnee kun je elke maand artikelen cadeau geven aan een willekeurige ontvanger.

  • De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
  • De cadeaulink is geldig.
  • Het saldo wordt verminderd met 1 zodra er een cadeaulink wordt aangemaakt.

Standaard delen

Kies je voor standaard delen, dan kan iedereen met een NRC-abonnement de door jou gedeelde artikelen lezen. Niet-abonnees krijgen een betaalmuur te zien.