Fit worden voor een operatie heeft zin. ‘Patiënten zeiden: ik ben echt wat aan het dóén, niet alleen aan het piekeren’
Een kwart tot een derde van de patiënten ervaart complicaties na een kankeroperatie. Een wond die maar niet wil genezen, wond- of andere infecties, darmproblemen… De klachten zijn heel vervelend voor de patiënt en ze vertragen de genezing. Jaarlijks hebben tienduizenden patiënten in Nederland hiermee te maken.
„Er is al wel een tijdlang bekend dat mensen sneller herstellen als ze na de operatie sneller weer op de been komen”, vertelt Joëlle Dhanis. „Maar of het ook helpt om daar al vóór de operatie mee bezig te gaan, was niet goed bekend.” Eind augustus promoveerde Dhanis aan het Radboudumc in Nijmegen op een onderzoek naar zogeheten ‘prehabilitatie’ – het verbeteren van iemands gezondheid vóór een operatie – bij gynaecologische kankers: baarmoeder-, eierstok- en schaamlipkanker. „Wij zagen in onze studie dat prehabilitatie de kans op complicaties met ruim een kwart kan terugdringen: van 37 naar 27 procent. Best veel, in absolute aantallen.”
In de orthopedie – het specialisme dat zich richt op botten, gewrichten, spieren en pezen – is het al langer gebruikelijk dat patiënten voor de operatie een beweegprogramma volgen. „Maar de effecten daarvan zijn nooit goed bewezen”, zegt Dhanis. „In de darmchirurgie werd geleidelijk duidelijk dat er meer nodig is dan alleen bewegen. Ook voeding is van belang, je mentale gezondheid, of je drinkt of rookt en of je chronische ziekten hebt, zoals suikerziekte. Het Radboudumc wilde onderzoeken of dit ook geldt bij andere typen operaties. Daarom zijn er verschillende studies gestart, bij verschillende specialismen.”
Het onderzoek van Dhanis richtte zich dus specifiek op de gynaecologische oncologie. „Ik was daar terechtgekomen voor de onderzoeksstage van mijn master geneeskunde”, vertelt ze. „Ik vond dat zo interessant dat ik dat project verder heb uitgebouwd tot een promotieonderzoek.”
Enorm belastend
Jaarlijks krijgen zo’n vier- tot vijfduizend vrouwen in Nederland te horen dat ze een gynaecologische vorm van kanker hebben. In ruim tweeduizend gevallen gaat het om baarmoederkanker. Daarna is eierstokkanker het meest voorkomend, en dan baarmoederhálskanker. Schaamlipkanker is met zo’n 450 diagnoses per jaar het zeldzaamst. „De gynaecologische kankers zijn dus zeldzamer dan bijvoorbeeld borst-, long- en darmkanker”, merkt ze op. „Daarbij gaat het samen zo’n 27.000 nieuwe diagnoses per jaar. Maar juist die gynaecologische kankeroperaties hebben een enorme impact op vrouwen. Je verliest je vrouwelijke geslachtsorganen, wat mentaal enorm belastend is. Voor veel vrouwen betekent dit dat ze geen kinderen meer kunnen krijgen. En als je eierstokken worden weggehaald, kom je vervroegd in de overgang.”
Drie van die vier kankers nam Dhanis mee in haar onderzoek. „Baarmoederhalskanker niet, want die wordt niet primair met een operatie behandeld.” Logistiek was het een hele puzzel om prehabilitatie aan te bieden, want vaak zitten er maar een paar weken tussen de diagnose en de operatie. „En er zit altijd wat wachttijd tussen de verschillende stappen. Daarom hebben wij een programma samengesteld van drie weken – of langer, als er meer tijd was. Op den duur zou het interessant zijn om uit te zoeken of het soms beter kan zijn dat we de operatie een beetje uitstellen, om een langere prehabilitatie te kunnen doen. Maar zo ver zijn we nog niet.”
Aan het onderzoek deden 426 vrouwen mee, van wie 180 het prehabilitatieprogramma volgden en 246 de controlegroep vormden. Van tevoren deden alle deelnemers een fitheidstest en ze vulden vragenlijsten in over hun leefstijl en fysieke en mentale gezondheid. De experimentele groep kreeg vervolgens intensieve begeleiding van een fysiotherapeut, met drie keer in de week kracht- en conditietraining. Ze bezochten ook een diëtist en kregen voedingsadviezen. „Het doel was niet om mensen te laten afvallen”, benadrukt Dhanis. „Dat zou niet goed zijn, vlak voor een operatie. Sterker nog: een deel van deze patiënten is zelfs ondervoed, door de aanhoudende buikproblemen. Nee, het ging over gezónde voeding. En alle vrouwen kregen extra eiwitten en vitamines.”
De vrouwen kregen ook psychologische begeleiding. „Vooral gericht op: hoe ga je om met je ziekte, en hoe kun je je voorbereiden op de operatie”, legt Dhanis uit. „Maar als er echt sprake was van angsten of depressie, dan richtten de gesprekken zich ook daarop. Ze kregen ook adviezen over hoe ze zelf aan de slag konden gaan, en hoe je hier met je familie over kunt praten.”
Een volgende component was roken en alcoholgebruik. „We weten uit ander onderzoek dat roken de kans op complicaties behoorlijk vergroot”, zegt Dhanis. „En dat ermee stoppen, zelfs zo kort van tevoren, de wondgenezing bevordert en het aantal infecties terugbrengt. Ja, dat weegt op tegen de stress die mensen eventueel ervaren van het stoppen met roken.” Maar in haar programma waren de rokersaantallen te klein om daar harde uitspraken over te kunnen doen.
Ook over alcohol heeft ze geen harde cijfers. „Alcohol, ook maar één glaasje per dag, heeft een negatief effect op je immuunsysteem. We hebben mensen adviezen gegeven, maar geen schema.” Ten slotte waren er de onderliggende aandoeningen. „Daarbij hebben we mensen vooral doorverwezen, als daar aanleiding voor was. Bijvoorbeeld naar de huisarts als hun bloedsuiker te hoog was, of naar een geriater als er een risico was op een delier.”
Sneller herstellen
Het effect van het totale programma was dus behoorlijk: een kwart minder complicaties. „En dat is aanzienlijk, hoor”, vindt Dhanis, „zeker als je bedenkt dat complicaties een grote impact hebben. Met longproblemen moet je langer in het ziekenhuis blijven, bij infecties moet je soms antibiotica slikken, die zelf ook weer bijwerkingen hebben… En wonden die niet goed dichtgaan, die zijn gewoon heel naar. Als dat allemaal niet gebeurt, herstellen mensen sneller en komen ze weer in beweging. Daarin zit de grootste winst. Ook mentaal.”
De deelnemers vonden het programma fijn, merkten Dhanis en collega’s. „Hun conditie en spierkracht gingen echt vooruit in die paar weken, en de mensen voelden zich ook beter”, zegt ze. „Ze vonden ook dat het programma ze structuur gaf: ‘Ik ben echt wat aan het dóén, niet alleen aan het piekeren.’ Ook de voedingsadviezen en de psychologische begeleiding scoorden hoog. Veel mensen gaven aan dat ze daar ook ná de operatie graag mee zouden doorgaan.”
Het Nijmeegse Radboudumc heeft de prehabilitatie inmiddels standaard ingevoerd bij grote buikoperaties. „Ze worden helaas nog niet vergoed door de verzekeraars”, zegt ze, „maar het ziekenhuis betaalt daarvan nu een deel, gewoon, omdat men gelooft dat dit goed is. Collega’s zijn nu verder aan het onderzoeken of je het programma ook selectiever kunt maken: wie heeft wat precies nodig? We hopen dat deze aanpak op termijn breder vergoed gaat worden.”
Zelf is Dhanis inmiddels aan het werk op de afdeling orthopedie van het Isala-ziekenhuis in Zwolle. Volgend jaar hoopt ze ergens in die regio een opleidingsplaats te bemachtigen. Niet in de oncologie dus? „Nee! Mijn promotieonderzoek vond ik heel erg leuk, maar tijdens mijn master was ik er al achter gekomen dat de orthopedie mij het allermeest aanspreekt. Vooral het opereren: nadenken over de mechanica, over hoe je dingen exact goed zaagt en boort… ja, dat vind ik geweldig. En vooral dat mensen blij worden doordat ze dankzij die operatie weer makkelijker kunnen bewegen. Dat vind ik mooi.”
Wie is Joëlle Dhanis?
- Geboren:
- In 1999
- Was tot voor kort:
- Topturnster, als kind al. Ze was negen keer Nederlands kampioen, onder meer op de meerkamp in 2023 en op de balk en de vloer in 2024. „Ik ben vorig jaar gestopt. Ik doe nog wel aan schoonspringen; volgend jaar willen we naar het WK.”
- Is vrijwilliger bij:
- De motorcross, als wedstrijdarts. „Het varieert van kneuzingen en schouders uit de kom tot coureurs die je met botbreuken van de baan afhaalt. Mooie sport, hoor. Ik kom uit een motorfamilie.”
Maak NRC jouw voorkeursbron op Google
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten. Meer informatie
Mail de redactie
Ziet u een taalfout of een feitelijke onjuistheid?
U kunt ons met dit formulier daarover informeren, dat stellen wij zeer op prijs. Berichten over andere zaken dan taalfouten of feitelijke onjuistheden worden niet gelezen.