Bart (25): ‘Sinds ik niet drink heb ik zoveel meer energie: ineens heb ik zin om de zolder op te ruimen’
Waar ben je opgegroeid?
‘In het dorpje Rijsenhout, vlak bij Amsterdam. Eerst woonden we met z’n vieren, met mijn ouders en zus. Toen ik 9 was, gingen mijn ouders uit elkaar. Ze zijn wel allebei in het dorp blijven wonen, dat was superchill voor ons.’
Hoe heb je de scheiding ervaren?
‘Ik zeg vaak dat ik de scheidingloterij heb gewonnen. Mijn ouders hebben nooit ruzie gehad en altijd goed contact gehouden. Alles was perfect geregeld: de ene week woonde ik bij mijn vader, de andere bij mijn moeder.
‘Maar misschien bagatelliseer ik mijn verdriet dan een beetje. Toen mijn ouders vertelden dat mijn pa deze keer niet meeging op wintersport, voelde het echt alsof er een bom werd gedropt. Ik had het totaal niet zien aankomen. Mijn belangrijkste voorbeeld van wat liefde is, viel ineens uit elkaar. Natuurlijk heeft dat impact gehad.’
Op welke manier, denk je?
‘Ik klapte dicht, had lange tijd moeite met praten over mijn gevoelens. Liefdesrelaties aangaan vond ik ook doodeng, dus dat deed ik niet. Pas na mijn 20ste is dat rechtgetrokken, al weet ik niet precies waarom toen. Levenservaring, misschien? Nu heb ik al vier jaar een gezonde relatie met mijn vriendin. We wonen zelfs al twee jaar samen, hier in Amsterdam, en dat gaat super.’
Hoe ben je in Amsterdam terechtgekomen?
‘Door heel veel geluk. De eigenaar van dit appartement is een collega van mijn moeder. Op mijn 18de kon ik er meteen in.’
Vond je het een grote stap om te verhuizen?
‘Ik vond het wel eng, ja, want ik kende niemand in Amsterdam. Ik studeerde hier niet eens: ik zat toen op de kunstacademie in Utrecht. Maar ik had ook wel zin om weg te gaan uit Rijsenhout. Daar miste ik wat reuring. Ik kon me best eenzaam voelen, als ik ’s avonds laat door het dorp fietste en niemand tegenkwam. Daardoor, en ook vanwege corona, had ik aardig wat knaldrang opgebouwd. Zodra de laatste coronalockdown voorbij was, ben ik er in Amsterdam dus helemaal voor gegaan.’
Wat houdt dat in?
‘Feesten, feesten, feesten. Elk weekend stond ik in de club. Om zeven uur ’s ochtends lag ik in bed, ’s middags moest ik weer werken in een restaurant. Ik wilde overal van proeven: o, een illegale rave onder een brug? Vet! In die tijd dronk ik vaak zomaar zes dagen in de week. Nu zou ik dat niet meer volhouden, maar toen kreeg ik nog geen katers.’
Wat trekt jou zo aan in het nachtleven?
‘Aan het begin was het natuurlijk ook gewoon leuk en spannend, en een manier om nieuwe mensen te ontmoeten. Maar de muziek is voor mij altijd het belangrijkste geweest. Op mijn 11de raakte ik al in de ban van elektronische muziek: ik vond artiesten als Martin Garrix en Afrojack helemaal de shit. Toen ik wat ouder was, draaide ik op schoolfeesten en in het lokale poppodium in Hoofddorp.
‘In Amsterdam heb ik mezelf helemaal gevonden in de technowereld. Daarin ben ik nu nog steeds actief als dj, onder de naam August. En met een paar bevriende artiesten heb ik het collectief Abyss opgericht, waarmee we bijvoorbeeld feesten organiseren.’
Wat vind je zo bijzonder aan de technowereld?
‘Poeh, goede vraag. Ik kan me mijn eerste keer in de nachtclub De School (die in 2024 dichtging, red.) nog goed herinneren. Ik was sowieso onder de indruk van de plek: het was niet alleen een club, maar ook een cultureel instituut. Je kon een geheime gang vol rook in lopen en ineens een zieke kunstinstallatie tegenkomen.
‘Toen ik de muziek hoorde, dacht ik eerst: what the fuck? Het begon heel langzaam en diep. Ik begreep er niets van, want ik wilde gewoon dansen. Maar langzaam bouwde de eerste dj de intensiteit op; bij de volgende ging het nog iets sneller; de laatste ramde het dak eraf. Zo vertelden ze samen echt een verhaal. Dat was magisch, man.
‘Uiteindelijk ben ik in het café van De School gaan werken. Voor die tijd had ik wel het idee dat ik iets met muziek wilde doen. Het liefst wilde ik draaien, maar ik was ook realistisch: de kans dat je daarvan kan leven is niet groot.
‘Bij De School ontmoette ik het hele team achter de club: de boekers, de programmeurs, de marketeers. Ineens wist ik dat ik ook deel van zoiets wilde uitmaken. Vooral programmeur worden leek me een droom. Dan kon ik zelf line-ups samenstellen en bezoekers hopelijk net zo’n ervaring geven als ik had tijdens mijn eerste nacht in De School. Voor het eerst in mijn leven voelde ik: dit is wat ik wil.’
Dat gevoel had je dus niet tijdens je studie?
‘Nee, totaal niet. Met mijn opleiding kunst en economie op de kunstacademie ben ik na een jaar gestopt. Ik had me van tevoren helemaal niet verdiept in wat die studie inhield. Blijkbaar was bedrijfseconomie er een groot onderdeel van, terwijl ik dat op de middelbare school had afgesloten met een vier.
‘Later heb ik nog even de hbo-opleiding creative business gedaan. Maar daar vond ik ook geen reet aan, ik vond het veel te breed. Ik ging amper naar de lessen, al zei ik altijd tegen mijn ouders: ja, gaat goed, hoor.’
Waarom verdiepte je je niet beter in je studiekeuze?
‘Voor mijn gevoel werd van me verwacht dat ik na de havo een hbo-opleiding zou doen. Maar ik voelde daar nul enthousiasme voor: ik vond leren gewoon kut. En dan ben ik zo eigenwijs dat ik er geen moeite voor ga doen, en zelfs geen open dagen ga bezoeken. Een irritante eigenschap, ik weet het.
‘Nu denk ik dat het chiller voor mij was geweest als ik op mijn 18de naar het mbo was gegaan. Maar op de middelbare school heeft niemand me verteld dat dat een optie was. Belachelijk, eigenlijk. Niet iedereen is gemaakt om veertig uur per week in de boeken te zitten. Ik in elk geval niet.
‘Omdat ik zo enthousiast werd van mijn tijd bij De School, ging ik onderzoek doen naar opleidingen die pasten bij wat ik wilde.’ Hij schiet in de lach. ‘Voor het eerst, dus. Zo kwam ik in 2024 terecht op de mbo-opleiding tot professional in de muziekindustrie aan de Herman Brood-academie.’
Voelde je je daar op je plek?
‘Ik heb het anderhalf jaar volgehouden. Ik zat daar als 23-jarige tussen de tieners die net van de mavo kwamen. Dat vond ik pittig. Maar ik heb tijdens die opleiding wel stage gelopen bij de organisatie waar ik nu werk: Zerøbpm.’
Wat voor organisatie is dat?
‘We organiseren meditatieve rituelen met ambient: een genre van atmosferische elektronische muziek, zonder beat. Bezoekers komen anderhalf uur luisteren; praten, telefoons, liggen en alcohol zijn niet toegestaan. Er is vaak een soort moderne ‘monnik’ die het ritueel leidt. Dat trekt een gemengd publiek: sommige bezoekers vinden de muziek gewoon gaaf, anderen zitten bij een yogaschool en doen het meer voor de mindfulness.
‘Tijdens het Amsterdam Dance Event organiseren we op vrijdag, zaterdag en zondag evenementen in de Thomaskerk in Amsterdam-Zuid, die ik voor een deel heb geproduceerd en geprogrammeerd. En ik ga zelf ook draaien. Het is heel bijzonder: bij Zerøbpm doe ik precies waar ik blij van word. Ik wil hier echt voor rennen.’
Feest je tegenwoordig minder?
‘Ja, zeker. Een beetje escapisme is goed, denk ik. Het is heel gezond om in het weekend even los te gaan. Maar je moet niet gaan wegrennen van je problemen. Ik zeg altijd: de nacht moet je meer opbrengen dan hij je kost. Als je dagen na het feesten nog steeds angstig en moe bent door je kater, en je afspraken afzegt, is die balans helemaal zoek. Dat is mij ook wel overkomen, vooral tijdens periodes waarin ik weinig voldoening uit school haalde.
‘Mijn vriendin en ik gaan nu nog maximaal twee keer per maand uit, en daar geniet ik dan echt van. En we staan nooit meer tot ’s ochtends vroeg op een afterparty in een random keuken. Ook heb ik nu al een maand niet gedronken.’
Hoe bevalt dat?
‘Heel goed. Sinds ik niet drink heb ik zoveel meer energie: ineens heb ik zin om de zolder op te ruimen. Of om vanavond met mijn vriendin onze nieuwe televisie op te hangen. Ik haal momenteel steeds meer geluk uit een ‘volwassen’ leven, merk ik. Ik vind het heerlijk om op zondagochtend te wandelen en ergens koffie te drinken, in plaats van uren in bed te blijven liggen.’
Lees ook
Geselecteerd door de redactie
- v-plus25 in ‘26
Efia (25): ‘Mijn moeder en de andere vrouwen in mijn leven lieten me zien dat je als vrouw alles kunt, ook zonder man’
- v-plus25 in ’26
‘Nederlandse gezinnen, Surinaamse, Soedanese en Colombiaanse Friezen verderop, of uit India. Dat is hoe mijn Friesland er ook uitziet’
- v-plus25 in ’26
‘We zijn gered door de kerk, die een huis en eten voor ons regelde. Mijn vader, die moslim was, is zelfs christelijk geworden’