Ooit schreef ik een vlammend betoog tegen ‘het gratis boekenkastje’, nu liep ik er op een donkere avond een te zoeken
Een van mijn slechtste eigenschappen is: een heel ferme mening hebben en die ook van allerlei daken roepen, om vervolgens toch tot de conclusie te komen dat ik die mening eigenlijk helemaal niet heb, maar juist de tegenovergestelde mening.
Ik heb het specifiek over mijn mening over het fenomeen ‘het gratis boekenkastje’. Ooit schreef ik in de Volkskrant een vlammend betoog tegen het gratis boekenkastje, waarin vooral managementboeken uit 1998 te vinden waren, of een Duitse versie van een romantisch boekje dat je gratis bij een pak zeep kon krijgen, ook in 1998, en daarom haatte ik die kastjes.
De mensen die die column lazen en mij toevallig deze week op een koude, donkere avond op straat zagen lopen, naarstig op zoek naar een bepaalde weggeefboekenkast in een straat die ik niet ken, zullen wel hebben gedacht dat ik gek was.
Maar ja, de dingen veranderen in het leven. Zo heb ik ineens een lezend kind, en waren mijn boekenkasten na mijn scheiding een stuk leger. Er heerste een behoefte aan klassiekers in mijn gezin, en een vriendin had me verteld over een boekenkast in haar buurt waar veel ‘parels’ te vinden waren.
Wij op zoek naar die kast. En die parels.
Het duurde heel lang voor we de kast vonden, de straat bleek lang en een donkere avond is niet het beste moment om zo’n kastje te zoeken, maar ineens doemde hij onder een voetgangerstunnel op: een grote, goed georganiseerde kast waar iemand nota bene een briefje op had gehangen met de mededeling dat je leerboeken van voor 2010 ‘beter in de papierbak’ kon doen.
Dat is volgens mij het geheim van de goeie gratis boekenkast: dat er iemand is die hem beheert. Het viel mij bijvoorbeeld op dat deze boekenkast lichtelijk was gesorteerd op auteur: het hele werk van Adriaan van Dis stond erin, netjes bij elkaar.
Tuurlijk, er stond ook een boek dat iets als Toetjes! heette en dat niemand ooit zou pakken, maar we vonden er ook Het rood en het zwart, vier komedies van Shakespeare, de goeie ouwe Honderd jaar eenzaamheid die ik nooit gelezen had en een dubbele parel, namelijk De parel van John Steinbeck.
Een dag later liep ik langs het scharrige kastje in mijn eigen buurt, waar weer eens zeven boeken over elektrotechniek stonden en een heel oude versie van Oei, ik groei!
Even nam ik me voor om daar de beheerder van te worden, er een geplastificieerde brief met wenken en dwingende aanwijzingen op te hangen, en er dagelijks langs te lopen om de boel lekker te rangschikken.
Maar al wissel ik vaak van mening, ik ken mezelf ook.