Is het tijd voor een nieuwe versie van The Big Short?
Niet aandelen, obligaties, bitcoin of goud zijn op dit moment het meest hot op de financiële markt, maar credit default swaps (CDS). Deze verhandelbare kredietverzekeringen, waarmee uitstaand schuldpapier kan worden verzekerd tegen een mogelijk bankroet, leverden Michael Burry en zijn kompanen in 2007 en 2008 liefst 8 miljard aan winsten op. Daarmee ondermijnden ze het vertrouwen in de banken die de CDS hadden uitgegeven en veroorzaakten ze een wereldwijde kredietcrisis. Het verhaal werd een bestseller en een Hollywoodkaskraker onder de titel The Big Short.
Op dit moment is de handel in CDS geëxplodeerd. Alleen al in september werden deze producten voor tientallen miljarden verhandeld. De koersen ervan exploderen. Een pensioenfonds dat 10 miljoen euro aan Franse obligaties wil verzekeren, moet nu 81 duizend euro betalen voor een CDS – een soort premie tegen mogelijke wanbetaling. Anderhalve maand geleden kostte zo’n CDS op de Franse schuld 40 duizend euro per 10 miljoen en vijf jaar geleden 14 duizend euro.
Er is niet alleen groeiende onzekerheid of Frankrijk nog goed is voor zijn geld. Ook de CDS-koersen voor de schuld van ICT-giganten als Nvidia en Meta zijn geëxplodeerd. Er is grote onzekerheid of de zogenoemde hyperscalers de miljardenschulden voor de bouw van datacenters en chipsfabrieken die via obligaties zijn gefinancierd, nog wel kunnen aflossen. CDS voor 10 miljoen dollar aan leningen verstrekt aan Nvidia en Meta kosten nu al meer dan een ton, die voor Oracle ruim 320 duizend dollar, die voor AI-belegger SoftBank 430 duizend dollar en die voor CoreWeave – een Amerikaans bedrijf met datacenters voor kunstmatige intelligentie en cloudcomputingtoepassingen – zelfs 1,1 miljoen dollar.
Beleggers zijn bijna panisch dat de leningen aan AI-bedrijven, die enkele maanden geleden nog vele malen werden overtekend, junk worden en zij hun geld kwijt zijn omdat AI de torenhoge verwachtingen niet waarmaakt. Een nieuwe generatie speculanten wil de banken en andere kredietverstrekkers zoals pensioenfondsen ruim zeventien jaar na de kredietcrisis opnieuw beentje lichten.
Michael Burry en zijn maten hadden door zorgvuldige data-analyse en buurtonderzoek vastgesteld dat de huizenkopers in gebreke zouden blijven bij de rentebetalingen en aflossingen op hun hypotheken. Ze wisten dat de banken daardoor de mist zouden ingaan en miljarden zouden moeten afschrijven.
Tijdens de eurocrisis vier jaar later kochten speculanten massaal CDS op Griekse schuld in de hoop hier ook zoveel geld mee te verdienen. Dat lukte aanvankelijk, want de marktprijzen voor de CDS vertienvoudigden, omdat de banken niet nog een keer in crisis wilden raken. Uiteindelijk maakte de toenmalige ECB-president Mario Draghi er een einde aan toen de speculanten zich ook stortten op Spaanse, Italiaanse en Ierse staatsobligaties. Hij liet de geldpers overuren draaien om de schulden van Griekenland en andere zwakke eurolanden op te kopen.
Nu begint het spelletje opnieuw. Een van de hamvragen is of de Europese Centrale Bank ook bereid zal zijn de schulden van Frankrijk – in totaal 3.500 miljard euro – op te kopen nu de regering er niet in slaagt orde op zaken te stellen.
Een eurocrisis en een kredietcrisis liggen op de loer. Alleen weet niemand welke crisis er het eerst komt.
Lees ook
Geselecteerd door de redactie