Home   2026-10-22 19:56:51

←

De dame naast me voert een verloren strijd: het recht van de sterkste is ook je telefoon op speakerstand

Original article

In zijn gedicht Vergnügungen geeft Bertolt Brecht een opsomming van alledaags maar fundamenteel geluk. Het begint met de eerste blik uit het raam ’s morgens en het teruggevonden oude boek, gevolgd door sneeuw, de wisseling der seizoenen, de hond en zwemmen. Ook gemakkelijke schoenen rekent Brecht tot zijn diepere genoegens.

Op een eiland in de Atlantische Oceaan, met de Franse kustlijn als een luchtspiegeling in de verte, tel ik ’s morgens mijn eigen Vergnügungen. Een terras aan de haven, de vriendelijke ober, de noisette die hij bezorgt, een croissant uit een papieren zakje, het boek dat bijna uit is.

Aan het tafeltje naast me zit nog iemand te lezen, een dame met een dikke pocket waarvan ik het omslag niet kan zien. Drie grote, dikke mannen naderen het terras. Ik houd ze voor rappers, ook vanwege hun luxe trainingspakken. Ze bezetten een tafeltje en verdwijnen in hun beeldschermen.

Ik lees verder in Het uur van de wolven van Giuliano da Empoli, een briljante analyse van de terugkeer van het recht van de sterkste. En de sterkste bedient zich ditmaal niet alleen van geweld, inlichtingendiensten en repressie, maar eerst en vooral van big tech. Dat is het onoverwinnelijke instrumentarium dat antidemocraten aan de macht brengt en de bestaande orde helpt vernietigen.

Zoals Meta nu Bolsonaro junior aan de macht helpt door zijn campagne structureel te bevoordelen ten koste van Lula, wiens campagneberichten stelselmatig worden weggedrukt. Meta liegt schaamteloos over de oorzaken, die het afdoet als technische problemen.

De innige connectie tussen digitale datamacht en staatsmacht is evident, ook als het gaat om de financiering van lachwekkend ouderwetse machtssymbolen zoals Trumps nieuwe balzaal, die wordt betaald door onder meer Amazon, Apple, Nvidia, Microsoft en Google.

Chaos is niet langer het kenmerk van rebellen, schrijft Da Empoli, maar het handelsmerk van heersers. Alleen de wetten van de techreuzen en hun autoritaire stropoppen tellen nog: ‘Daarmee voltrekt het lot van onze democratieën zich steeds meer in een soort digitaal Somalië, in een mislukte staat die de hele planeet bestrijkt en die is onderworpen aan de heren van de digitale oorlog en hun milities.’

Onder het lezen word ik steeds gestoord door de telefoons van de drie dikke mannen, die op speakerstand staan. Hun filmpjes en telefoongesprekken zijn luid en duidelijk te volgen voor iedereen op het terras.

De dame naast me werpt ze boze blikken toe, ze weet nog niet dat dit een verloren strijd is en dat wij de wereld van gisteren zijn. Het boek heeft het definitief verloren van de luidspreker. Het recht van de sterkste is ook je telefoon op speakerstand. Het strijdmodel van de techbazen is al net zozeer dat van hun gebruikers – je neemt de ruimte van de ander in en bezet die als een brallend rebellenleger.

Da Empoli citeert de antirevolutionaire filosoof Joseph de Maistre: ‘Lang hebben we volstrekt niets begrepen van de revolutie waarvan we getuige zijn; lang hebben we die opgevat als een gebeurtenis. Daarin hebben we ons vergist; het is een tijdperk.’

Er rest je niets anders dan het tijdperk van de drie dikke mannen te erkennen door het boek dicht te slaan, het terras te verlaten en grimmig de laatste woorden van Brechts Vergnügungen te prevelen: freundlich sein, freundlich sein.