Is onze verslaving aan steeds een fractie meer gemak een vorm van liefde?
‘Goh, hoe ontstaat liefde?’
Schitterende vraag, maar misschien niet als hij wordt gesteld als wedervraag nadat journalisten Coen van de Ven en Emiel Woutersen van De Groene Amsterdammer net bij je zijn komen informeren waarom je het afgelopen jaar bij meer dan de helft van de Kamerdebatten gebruik hebt gemaakt van AI voor het schrijven van je bijdrage.
Maar goed, leg dat maar eens uit aan René Claassen (Groep Markuszower). Die heeft het doodleuk over ‘liefde’ wanneer hij ‘luiheid’ bedoelt.
Claassen was lang niet de enige. 68 Kamerleden bleken zich bij de teksten die ze uitspreken in de Kamer door AI ‘te laten helpen’. Niemand ontkende. Alleen FvD’er Peter van Duijvenvoorde toonde zich ronduit beschaamd: ‘Ik heb een streep getrokken: dit moet ik gewoon niet meer doen.’ Wat een kwelling trouwens, voor iemand met een gezonde aanleg voor gêne, om bij zo’n schaamteloze club te zitten.
Op Radio 1 hoorde ik de directeur van Avrotros beweren dat het prima nieuws was dat Kamerleden niet hun eigen teksten schrijven, omdat dat betekent dat ze ‘digitaal geletterd’ zijn. Wonderlijk gekozen term – schrijven met AI is voor geletterdheid wat het met een viool zo hard mogelijk op een piano meppen is voor klassieke muziek, al zullen ze daar bij Avrotros wellicht een format voor een culturele zondagavondshow in zien.
Je zou zeggen: maak heldere regels. ‘Wij willen niet dat de belangrijkste taak in onze democratie aan een vaag, dystopisch systeem wordt uitbesteed.’ Klaar ben je. Toch? Nou, nee. Regels zijn achterhaald. Vraag maar aan de NS, die het op speaker telefoneren of kijken naar TikTokfilmpjes weigert te reguleren. In plaats daarvan raadt men aan de medereiziger aan te spreken. Maar ja, las ik in een reportage in de woensdagkrant, dat durft bijna niemand. Volgens socioloog Guido Dirven komt dat doordat mensen zich almaar meer in een space of flows (hun telefoonuniversum) bevinden en steeds minder in een space of places (de coupé).
Dat is het dus, dacht ik, wanneer ik op de stoep weer eens pas op het allerlaatste moment word ontweken door iemand met een holle blik en een angstvallig in de hand geklemd apparaat. En ik maar ouwelijk emmeren over het zoveelste bewijs van de door AI en smartphones accelererende veronnozeling en asocialisering – blijken we gewoon in heel andere spaces te verkeren. Was ik nou maar gewoon bijtijds meeverhuisd naar de space of flows, dan maakte ik me nu niet zo druk in mijn gure space of places.
In die space of places dien je je aan allerhande ontregelende regels te onderwerpen. Brrr. In de space of flows lijken die regels niet te bestaan, maar in werkelijkheid is eenieder daar onderworpen aan de tirannie van bedrijven aan wie we alles – onze aandacht, onze denkkracht, onze gegevens, onze tijd, onze geheimen, onze democratie – schenken, in ruil voor steeds een fractie meer gemak.
Is dat liefde? Is verslaving liefde?
Zelf vermoed ik dat een digitale stap terug de enige weg vooruit is. En het gebeurt, zij het schoorvoetend: smartphones worden momenteel met pek en veren de scholen uitgejaagd, en aan de UvA bestaat sinds kort één studierichting waarbij alle schermen uit de space of places (collegezaal) worden geweerd. Pen en papier mogen nog nét. Gouden move: je verliest nauwelijks iets, en je herwint concentratie, contact en menselijkheid. En, wie weet, René Claassen, zelfs liefde die verdergaat dan eenzijdige afhankelijkheid alléén.
Lees ook
Geselecteerd door de redactie