Waarom is er zo weinig aandacht voor geluid?
Het is inmiddels voldoende bekend. Rapporten van de Wereldgezondheidsorganisatie, commissies die werken in opdracht van de EU, het RIVM en GGD’s waarschuwen er al heel lang voor: na luchtvervuiling is geluidsoverlast de grootste bedreiging voor onze gezondheid.
Hoe beïnvloedt dit inzicht de manier waarop we onze omgeving auditief inrichten? Welke maatregelen worden genomen om de geluidsomgeving te verbeteren?
Zomaar drie artikelen die ik de afgelopen zomer in de Volkskrant tegenkwam:
De vertrekkende rijksbouwmeester Francesco Veenstra, een van de belangrijkste adviseurs van de regering op het gebied van woningbouw en ruimtelijke ordening, stelt op 13 juli een weerbare samenleving voor, gebaseerd op wijken waarin mensen elkaar kennen en helpen, wat ook ten goede kan komen aan ieders (mentale) gezondheid. Tevens pleit hij voor stedelijke verdichting en verfraaiing: ‘Mooie gebouwen worden gekoesterd, ook op de lange termijn.’
Relatief koel
Op 8 juli verscheen een artikel over de Eindhovense buurt Meer & Deel, waar de huizen tijdens de hittegolven relatief koel bleven. Het geheim: de nog steeds in zwang zijnde bouwstijl met grote glaspartijen, strakke gevels en klimaatinstallaties vervangen door dakoverstekken die de zon weren, houten gevels met een dik isolatiepakket, ramen met zonneschermen en bomen die koelte en schaduw geven.
Als derde voorbeeld: de aankondiging op 21 juli van de ‘nieuwe blikvanger’ in Rotterdam-Zuid: ‘Rotterdam Rocks’. Op die dag werd bekendgemaakt hoe het gebouw eruit zal komen te zien.
Wat deze drie artikelen verbindt, is dat er met geen woord wordt gerept over geluid. Alsof ruimtelijke ordening niks met een klinkende omgeving te maken heeft. Alsof elke ingreep in de publieke ruimte niet ook invloed heeft op hoe die ruimte klinkt. Alsof geluid niet ook een belangrijke bijdrage kan leveren aan een meer weerbare samenleving en een aangename leefomgeving.
Normen
Nog steeds hebben de meeste architecten en stedenbouwkundigen slechts geringe aandacht voor en kennis van de auditieve inrichting van een bepaalde plek. Zolang er maar aan de wettelijke normen – die constant worden opgerekt en al veel soepeler zijn dan elders in Europa – wordt voldaan, is het goed. En wat zijn die normen? Die zijn voornamelijk gebaseerd op de uitstoot van bepaalde hoeveelheden decibels. Alsof geluid gereduceerd kan worden tot volume alleen. Alsof harde geluiden niet soms ook aangenaam kunnen zijn en zachte geluiden bijzonder storend. Alsof ‘stilte’ – die natuurlijk niet bestaat – gelijkgesteld kan worden aan ‘aangenaam’.
Van belang is om te onderkennen dat weten meer is dan meten. Hoewel rekenmodellen, geluidskaarten en decibelmetingen ons zeker iets kunnen vertellen over een geluidsomgeving, geven deze instrumenten weinig inzicht in hoe die omgeving door bewoners en gebruikers wordt ervaren. Om de beleving van mensen (en eigenlijk ook van flora en fauna) mee te nemen in besluitvormingsprocessen rond de inrichting van publieke ruimtes zijn andere onderzoeksmethodes nodig: geluidswandelingen, interviews, het maken en analyseren van field recordings.
Alleen zo kom je erachter welke geluiden echt als storend worden ervaren en, nog belangrijker, welke geluiden men graag wil horen: geluiden die belangrijk zijn voor een buurt of straat, geluiden die maken dat mensen graag op een bepaalde plek willen verblijven, geluiden die positief bijdragen aan iemands (mentale) gezondheid.
Aangenaam
Niet per se stilte dus, maar geluiden die informatief en aangenaam zijn. En omdat ‘aangenaam’ niet voor iedereen hetzelfde is, is dit tevens een pleidooi voor een diverse geluidsomgeving: voldoende reuring bij winkelcentra, pleinen of evenemententerreinen, maar ook luwteplekken waar men kan ontsnappen aan de stadse hectiek.
Wat ook duidelijk is: geluid is geen geïsoleerd fenomeen dat uit de complexe werkelijkheid gelicht en bestudeerd moet worden. Geluid is direct verbonden met gezondheid, met veiligheid, met sociale interactie, met ecologie. En met politiek: wie bepaalt wat waar klinkt? Van wie is de auditieve publieke ruimte?
Het is aan architecten, stedenbouwkundigen, planologen en beleidsmakers om, in nauwe samenwerking met betrokken burgers, meer aandacht te geven aan de auditieve inrichting van de publieke ruimte. Wat voor invloed heeft dat ‘mooie gebouw’ op de klinkende omgeving? Welke infrastructuur garandeert voldoende luwteplekken? Hoe worden informatieve en aangename geluiden niet overstemd door een eentonige geluidsomgeving?
Hoe hiermee te beginnen? Het antwoord is simpel: door te (leren) luisteren. Wat hoor ik eigenlijk allemaal? En dan van daaruit de vraag: wat zouden we eigenlijk willen horen? Hulp en inspiratie kan worden gezocht bij goede luisteraars bij uitstek: geluidskunstenaars! Op 25 oktober is er weer de jaarlijkse Dag van de Stilte. Misschien een goed moment om even te reflecteren op hoe ons land klinkt en hoe het zou kunnen of mogen klinken.
Lees ook
Geselecteerd door de redactie