Noord-Koreaanse en Afrikaanse dwangarbeiders bouwen drones in Rusland
Noord-Koreaanse arbeiders assembleren aanvalsdrones in fabrieken in het Russische Alabuga. Dat staat in een rapport van de Amerikaanse denktanks Center for Strategic and International Studies (CSIS) en het George W. Bush Institute. Volgens de auteurs worden de drones gemaakt door Russische tieners, buitenlandse arbeiders uit arme landen en Noord-Koreaanse burgers. Zij zijn slachtoffer van mensenhandel.
Twaalfduizend Noord-Koreaanse arbeiders in Alabuga
In de speciale economische zone Alabuga in de regio Tatarstan, op zo'n duizend kilometer van Moskou, staat een groot industrieel complex. Daar worden aanvalsdrones van het type Shahed geassembleerd. Rusland noemt zijn eigen versie Geran. Eerder was al bekend dat er veel jonge Afrikaanse vrouwen onder slechte arbeidsomstandigheden werken.
Volgens de Oekraïense inlichtingendienst werken er ook twaalfduizend Noord-Koreanen. Zij verdienen ongeveer 2,50 dollar per uur, waarvan het regime van Kim Jong-un 70 tot 90 procent inhoudt. De fabriek kan volgens het rapport meer dan 5500 drones per maand produceren. De inlichtingendienst schat dat het aantal werknemers groeit van ongeveer 1000 naar 40.000.
Loon gaat naar Noord-Koreaanse staat
"Het Noord-Koreaanse regime (…) verkoopt de arbeidskracht van zijn burgers in het kader van een overeenkomst tussen staten, bepaalt of zij mogen vertrekken en houdt het grootste deel van hun loon in", staat in het rapport. "Noord-Koreaanse arbeiders worden hun loon afgenomen door de staat die hen heeft uitgezonden. Dit is de definitie van dwangarbeid."
In september meldde het Multilateral Sanctions Monitoring Team (MSMT), een samenwerkingsverband van de Verenigde Staten en bondgenoten, al dat 25.000 Noord-Koreanen in de Russische droneproductie werkten. Volgens het MSMT worden zij als studenten geregistreerd om sancties te omzeilen.
Zo verloopt de werving
Advertenties op sociale media en betaalde influencers richten zich op vrouwen van 16 tot 22 jaar uit Afrika, Latijns-Amerika en Azië, vooral in landen met een hoge jeugdwerkloosheid. Ze beloven een gratis vliegticket, werk in de catering, horeca of productie en een salaris vanaf ruim 500 dollar per maand. In diverse landen verschijnen de oproepen ook op accounts die banden hebben met de overheid. Dat maakt ze geloofwaardiger.
Kandidaten worden lid van een Telegram-kanaal en krijgen een recruiter toegewezen. Ze doen een korte test, zoals een computerspel en een woordenschattest van honderd woorden in het Russisch of Engels. Ook sturen ze een scan van hun paspoort en medische gegevens naar de afdeling personeelszaken.
Het dossier gaat naar het Russische ministerie van Buitenlandse Zaken en vervolgens naar de Russische ambassade in het thuisland van de kandidaat. De FSB, de belangrijkste binnenlandse veiligheids- en contraspionagedienst van Rusland, voert een veiligheidscontrole uit. Wie door de procedure komt, krijgt binnen drie weken een contract toegezegd. Het Russische ministerie stuurt een uitnodiging. De kandidaat betaalt zelf de kosten van het visum en het programma boekt de vlucht.
Medewerkers van Alabuga vangen nieuwkomers op en brengen hen naar de economische zone. Daar krijgen ze een kamer in bedrijfshuisvesting en volgen ze een verplichte cursus Russisch. Hun paspoorten worden ingenomen en hun bewegingsvrijheid wordt beperkt.
Ongeveer 90 procent van de buitenlandse werknemers bouwt drones. Zij assembleren rompen, werken met bijtende chemicaliën en schilderen de toestellen. De kosten van vlucht, huisvesting, medische zorg en taallessen worden ingehouden op hun loon. Wie over het werk aan de drones praat, krijgt een boete of wordt bedreigd. Geld naar huis sturen is lastig door bancaire sancties.
Ook studenten van het Alabuga Polytech College werken al vanaf hun vijftiende in de fabriek, in diensten tot twaalf uur. Dat gebeurt onder de noemer 'werkervaring'.
Noord-Koreaanse arbeiders nu ook in defensie-industrie
Noord-Korea verdient al jaren geld aan arbeiders die het naar het buitenland stuurt. In de Russische bouw werken Noord-Koreanen vaak tegen lage lonen en onder zeer slechte arbeidsomstandigheden. Ze worden nauwlettend in de gaten gehouden, mogen zich niet vrij bewegen en moeten het grootste deel van hun loon afstaan aan de staat. Nieuw is dat zij nu ook in de Russische defensie-industrie werken.
Naast Rusland en Noord-Korea profiteert ook China van de sterk gegroeide droneproductie. Peking is de belangrijkste leverancier van onderdelen die zowel civiel als militair bruikbaar zijn, zoals batterijen, elektronica, motoren en navigatiesystemen.
'Als slaven naar Rusland gestuurd'
Volgens de Zuid-Koreaanse wetenschapper en mensenrechtenactivist Song Young-chae dwingt Pyongyang "in feite zijn eigen bevolking tot slavernij (...) en dat voor eigen gewin".
"Dit is gewoon een verschrikkelijke situatie, en we weten dat dit niet alleen in Alabuga gebeurt. We weten dat er bouwvakkers zijn in de bezette Oekraïense gebieden, Noord-Koreanen in houtkapkampen en, natuurlijk, tienduizenden soldaten die zijn gestuurd om te vechten, en te sterven, aan het front in Oekraïne. Het leven in Noord-Korea is niet gemakkelijk, maar deze mensen worden als slaven naar Rusland gestuurd, zonder enige vrijheid, en ze mogen slechts een fractie van het geld dat ze verdienen houden."
Volgens Song maakt de gedeelde grens tussen beide landen de mensenhandel eenvoudiger. Controle is volgens hem nauwelijks mogelijk, laat staan dat er tegen wordt opgetreden.
Oproep tot sancties
De opstellers van het rapport spreken van "grove schendingen van mensenrechten en mensenhandel". Zij roepen het Amerikaanse ministerie van Financiën op sancties op te leggen aan bedrijven en onderwijsinstellingen die betrokken zijn bij de werving voor de fabriek. Ook willen zij dat Washington via de Verenigde Naties een onderzoeksgroep opricht waarin meerdere landen samenwerken.