Deze drie artsen stapten op bij het strengste azc van Nederland: ‘Psychiatrische patiënten horen hier niet thuis’
Toen Marike Ooms de deur van de strafkamer opendeed, zag ze direct dat het mis was. Op de kamer van de ‘Handhaving- en Toezichtlocatie’ (HTL) in Hoogeveen, een streng azc voor overlastgevende asielzoekers, lag een bewoner met een ernstige wond in zijn buik. Overal was bloed. Kort daarna werd de man geboeid op een brancard haar behandelkamer binnengebracht, zegt Ooms.
Ooms zit in een café in Meppel en leest vanaf haar laptop aantekeningen voor over het incident in de opvang, een paar jaar terug. Ze werkte de afgelopen zes jaar elke maandag en dinsdag in de HTL. De man met de wond, zegt Ooms, deelde de strafkamer met een medebewoner met ernstige psychiatrische problemen. „Twee mensen met psychiatrische klachten kun je niet samen in een strafkamer stoppen”, zegt Ooms: „Deze mannen hadden nooit in de HTL opgenomen mogen worden.”
Het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) vangt in het strengste asielzoekerscentrum van Nederland, de HTL in Hoogeveen, ook asielzoekers met ernstige psychiatrische aandoeningen op. Bij de opening van de HTL gold dat bewoners met psychiatrische problematiek er niet thuishoorden. Dat uitgangspunt is nu opgerekt: psychiatrische problematiek kan een belemmering zijn voor plaatsing, maar hoeft dat niet te zijn.
Daardoor worden ook asielzoekers met ernstige psychische klachten in de HTL geplaatst, blijkt uit gesprekken met betrokken artsen en interne stukken waarover NRC beschikt. Volgens artsen leidt dat regelmatig tot verslechtering van hun gezondheidstoestand en worden medische bezwaren tegen plaatsingen geregeld van tafel geschoven door COA.
Het afgelopen jaar zijn drie artsen bij de HTL gestopt. Dat deden ze, vertellen ze aan NRC, omdat ze zich niet konden vinden in het COA-beleid. Volgens hen worden in Hoogeveen steeds vaker asielzoekers met ernstige psychiatrische problemen geplaatst, terwijl deze opvang daar ongeschikt voor is.
De drie artsen hebben de afgelopen vier jaar meerdere malen bij het COA aan de bel getrokken. Zij konden geen verantwoordelijkheid dragen voor het opvangen van asielzoekers met ernstige psychiatrische problematiek in de HTL. Met hun kritiek werd te weinig gedaan, volgens hen. In plaats daarvan werd de beoordelingsprocedure aangepast: nieuwe aanmeldingen gingen niet langer langs de huisartsen in Hoogeveen, maar er werd advies ingewonnen bij een partij op afstand.
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/10/15135651/161026BIN_2037349839_verbeek2.jpg)
Huisarts Clara Verbeek.
Foto Sake ElzingaHuisarts Clara Verbeek stopte omdat ze het niet „meer trok”. „Het werk in de HTL was in mijn lichaam gekropen. Ik was altijd moe.” Ooms kreeg een burn-out en besloot afgelopen zomer te stoppen, nadat ze drie suïcidale bewoners in één week moest behandelen. De derde arts stopte deze maand, omdat hij het gevoerde beleid als „onprettige last” ervaarde, schreef hij vorige maand aan (ex-)collega’s. Met oog op het verdere verloop van zijn carrière wil hij niet bij naam genoemd worden.
Zo was de HTL niet bedoeld. De opvang werd in 2020 opgericht als opvolger van een andere strenge opvanglocatie, voor asielzoekers die in reguliere opvangcentra ernstige overlast veroorzaakten. In de beginjaren kwamen er, volgens de beide huisartsen, vooral jonge mannen uit veilige landen, zoals Marokko en Tunesië, vaak met verslavingsproblematiek.
Het zijn verwarde mensen zoals je ze ook op straat ziet: soms agressief, in zich zelf pratend, plassend in een hoekje van het azc
In het extra strenge opvangregime in Hoogeveen hadden zij minder vrijheden dan in gebruikelijke azc’s. Hun zakgeld kregen ze in natura uitbetaald, ze moesten zich elke dag melden, mochten niet zomaar het terrein af, en kregen een verplicht dagprogramma. Bewoners die geweld gebruikten tegen elkaar of COA-medewerkers werden bovendien in sommige gevallen uit de opvang gezet. Maar dat mocht niet meer na een uitspraak van het Europees Hof van Justitie eind 2019. Daarom werden voor geweldgebruikers twee ‘ROV’-kamers (Reglement Onthoudingen Verstrekkingen) ingericht, sobere strafkamers die de asielzoeker twee uurtjes per dag mag verlaten.
Inspectie Justitie en Veiligheid
Gaandeweg veranderde de bewonersgroep, vertellen Ooms en Verbeek. Steeds vaker zagen ze bewoners die schizofreen, psychotisch of suïcidaal waren of kampten met zware trauma’s. De nieuwe groep was, zegt arts Verbeek, „gemangeld door het asielsysteem”. Ze waren al psychiatrisch patiënt voordat ze in Nederland aankwamen, door wat ze in hun thuisland of op reis hadden meegemaakt. Of werden ziek in de opvang in Nederland, zegt ze. „Het wachten in azc’s, van noodopvang naar noodopvang worden gesleept, leven in onzekerheid met stress: dit breekt mensen. Iedereen kan psychotisch worden.”
Marike Ooms: „Het zijn verwarde mensen zoals je ze ook op straat ziet: soms agressief, in zich zelf pratend, plassend in een hoekje van het azc.”
COA en Gezondheidszorg Asielzoekers (GZA) bevestigen dat in de HTL bewoners zitten met ernstige psychiatrische problemen. Volgens GZA – die in opdracht van het COA de huisartsenzorg op asielopvanglocaties verzorgt en onderdeel is van de commerciële zorgketen Arts en Zorg Groep – kampen ze vaak met „psychische comorbiditeit”, meerdere psychische stoornissen.
Afgelopen april schreef de Inspectie Justitie en Veiligheid dat de HTL in Hoogeveen „geen zorginstelling” is. Asielzoekers met vermoedelijke of vastgestelde psychiatrische stoornissen kunnen klinisch worden behandeld in Veldzicht in Balkbrug (Overijssel), een rijkskliniek ook voor tbs-patiënten. In een werkinstructie van 2020 wordt Veldzicht genoemd als alternatief voor bewoners met psychiatrische stoornissen. Bij beoordeling van een HTL-plaatsing moet ook worden afgewogen of plaatsing in Veldzicht een passender optie is.
We werden ontzettend onder druk gezet
Als het COA overweegt een asielzoeker naar de HTL te sturen, vraagt het aan GZA of er medische bezwaren zijn tegen plaatsing op de streng beveiligde locatie. Ooms en Verbeek beoordeelden die aanvragen namens een externe zorgaanbieder die door GZA was ingeschakeld.
De medische beoordeling van de nieuwe groep HTL-bewoners leidde, volgens Ooms en Verbeek, steeds vaker tot conflicten. De huisartsen wilden niet dat asielzoekers met ernstige psychiatrische problematiek in Hoogeveen werden geplaatst, omdat zij eigenlijk psychiatrische zorg nodig hadden.
Toch gingen plaatsingen volgens Ooms en Verbeek geregeld door. „We werden onder druk gezet door COA-locatiemanagers, de HTL-directie en GZA om problemen van andere locaties op te lossen”, zegt Verbeek. „Dan werd gezegd: die man bedreigt mensen en veroorzaakt overlast, dus hij moet naar de HTL.” Ooms: „Soms werd een aanmelding die ik had afgekeurd later alsnog goedgekeurd.”
COA en GZA herkennen dat beeld niet. Volgens beide organisaties wordt een negatief medisch advies doorgaans overgenomen. In „uitzonderlijke gevallen” kan COA hiervan afwijken, bijvoorbeeld omdat „de veiligheid van medebewoners en medewerkers in het geding is”, zegt het opvangorgaan. Ook bij „nieuwe informatie” kan gevraagd worden een beoordeling, te herzien, zegt GZA. Wat hiermee bedoeld wordt, legt de organisatie niet uit.
Verbeek herinnert zich een conflict over een bewoner die vaak betrokken was geweest bij vechtpartijen. Het COA wilde hem in de HTL plaatsen. Verbeek sprak haar veto uit vanwege ernstige psychiatrische klachten. Toch ging de plaatsing volgens haar door. COA beschouwde het als een veiligheidsprobleem, zegt Verbeek, en was alleen bezig met de rust in de opvang terug te krijgen. „Er werd niet gekeken wat de man mankeerde en wat het beste voor hem was. Mijn medische oordeel werd genegeerd.”
De voortdurende discussies met het COA en de GZA leidden uiteindelijk tot een breuk: in 2024 besloten Ooms en Verbeek geen nieuwe aanmeldingen meer voor hun rekening te nemen, omdat COA en GZA weinig waarde zouden hechten aan hun oordeel.
Volgens GZA beoordeelt de arts echter niet of de HTL een geschikte verblijfslocatie is voor een patiënt, maar uitsluitend of de benodigde zorg kan worden voortgezet: „COA besluit uiteindelijk wie geplaatst wordt in de HTL”.
Ooms stapte datzelfde jaar naar de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) en diende een klacht in over een asielzoeker die, volgens haar, niet in de HTL thuishoorde, omdat hij met ernstige psychiatrische problematiek kampte. Een woordvoerder van IGJ kan op „individuele meldingen” niet ingaan.
Kort na de klacht stelde COA een gedragsdeskundige aan, volgens Ooms en Verbeek. „Maar die moest nog een opleiding volgen”, zegt Verbeek. De artsen vinden het goed, benadrukken ze, dat het opvangorgaan een gedragsdeskundige aanstelde. Maar die maakt het verschil niet, zeggen ze.
Beoordeling op afstand
Dat de twee huisartsen stopten met het beoordelen van plaatsingen, stelde het COA en GZA voor een probleem – wie ging er nu adviseren over nieuwe aanmeldingen? In juni 2024 werd de beoordelingsprocedure daarom aangepast: nieuwe bewoners werden voortaan niet meer beoordeeld door de huisartsen in Hoogeveen zelf, maar door Babylonzorg, de werkgever van de opgestapte huisartsen.
Babylonzorg werkt niet alleen samen met COA in Hoogeveen, maar levert, volgens zijn website, ook „huisartsenzorg en medische diensten op diverse asielzoekerscentra (azc’s) in Nederland”. Babylonzorg beoordeelt de medische dossiers van nieuwe, potentiële HTL-bewoners op afstand, zeggen de drie artsen. Op vragen over waarom nieuwe HTL-aanmeldingen inmiddels worden beoordeeld door de Babylonzorg, gaan GZA en COA niet in. Babylonzorg heeft niet gereageerd op vragen van NRC.
Tegelijkertijd werden de criteria voor plaatsing verruimd. Volgens de werkinstructie uit 2020 gold ernstige psychiatrische problematiek nog als medische contra-indicatie en was het „uitgangspunt” dat bewoners met psychiatrische aandoeningen niet in de HTL werden geplaatst. Die lijn werd in 2024 losgelaten. Sindsdien wordt niet meer beoordeeld of sprake is van psychiatrische problematiek, maar of er „medische belemmeringen” zijn om de zorg in de HTL voort te zetten. Psychiatrische klachten kunnen weliswaar een bezwaar vormen, maar sluiten plaatsing niet langer automatisch uit, zegt het COA. Volgens het opvangorgaan werd die wijziging op verzoek van GZA doorgevoerd.
Volgens Ooms en Verbeek is het daardoor de afgelopen jaren makkelijker geworden asielzoekers met ernstige psychiatrische problemen in de HTL te plaatsen. De beoordelend arts ziet de patiënt niet zelf, maar baseert zich op informatie in het medisch dossier, zegt Ooms. Die dossiers zijn volgens de twee artsen regelmatig onvolledig, omdat veel bewoners zorg mijden of nooit door een psychiater zijn onderzocht.
GZA erkent dat de beoordeling doorgaans op afstand plaatsvindt aan de hand van het medisch dossier. Volgens de organisatie wordt echter een „fysieke beoordeling” verricht wanneer het dossier onvoldoende basis biedt voor een oordeel.
Het grote probleem is, zeggen Ooms en Verbeek, dat de HTL met name bedoeld is om bewoners te confronteren met hun gedrag en biedt géén specialistische psychiatrische zorg. Er werken geen psychiaters en psychiatrische verpleegkundigen, zegt Ooms. Ook is er naast het dagprogramma – onder meer sporten, schoonmaken en gedragstraining – verder weinig te doen voor de bewoners, volgens de artsen.
‘Giftige mix’
Bovendien zorgt de mix aan HTL-bewoners ervoor, zeggen Ooms en Verbeek, dat het regelmatig uit de hand loopt. Bewoners met ernstige psychische klachten verblijven er samen met mensen die vanwege agressie of overlast uit andere azc’s zijn overgeplaatst. Er heerst vaak een slechte sfeer in de opvang die een „giftige mix” is, zegt de derde arts, van zwaar verslaafden, getraumatiseerden, ernstige psychiatrische patiënten en „rotte appels”. „De bewoners trekken zich niet bepaald aan elkaar op”, zegt hij, „Er zijn constant vechtpartijen.”
Door lange wachtlijsten komt het, volgens het COA, „regelmatig” voor dat HTL-bewoners „geen of niet tijdig” specialistische behandeling krijgen. COA en GZA wijzen er beide op dat specialistische psychiatrische zorg moeilijk toegankelijk is.
Daarnaast weet een deel van de COA-medewerkers, volgens Ooms en Verbeek, niet hoe ze om moeten gaan met mensen die psychisch in de war zijn. Sommige COA-medewerkers maken wegwuifgebaren en spreken bewoners bot aan.
Een rapport van de Inspectie Justitie en Veiligheid van eerder dit jaar onderschrijft de kritiek van de artsen. Volgens de Inspectie is COA-personeel „niet bevoegd en/of toegerust” op het geven van de juiste begeleiding aan asielzoekers die psychiatrische zorg nodig hebben in de HTL. COA zegt juist te investeren in scholing, specialistische begeleiding en samenwerking met zorgverleners.
Mensen die psychisch in de war zijn, zegt Ooms, hebben „rust, reinheid en regelmaat” nodig. Maar regelmatig gebeurt het tegenovergestelde, volgens haar. „Als je de mist ingaat, kom je op de strafkamer terecht”, zegt Ooms. Daarvan zijn er twee op de eerste verdieping van de HTL, afgeschermd van de rest van de opvang. In de kamers staan een tafel en een stoel en ligt een matras op de grond, vertelt Ooms. Bewoners mogen slechts enkele uren per dag naar buiten. „Zieke bewoners worden er in een vies kamertje gestopt en ontsporen er psychisch nog meer.”
De derde arts stopte uiteindelijk, omdat hij in een week tijd meerdere bewoners behandelt die in een psychiatrische kliniek thuishoorden, maar waar geen plek voor is.
Door te stoppen in de HTL wil hij een signaal afgeven, zegt hij nu. „Het kan niet langer zo”. De bewoners zitten niet met een dwangmaatregel in de HTL opgesloten, zegt de arts. „Als een bewoner in verwarde toestand besluit de opvang te verlaten, kan dat. Hij hoeft alleen maar bij het COA te tekenen: vijf minuten later staat hij buiten”.
Daarmee vervalt zijn recht op opvang wel. De derde arts is er niet gerust op: „Ik vrees voor het moment dat dit leidt tot een groot incident.”
Maak NRC jouw voorkeursbron op Google
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten. Meer informatie
Mail de redactie
Ziet u een taalfout of een feitelijke onjuistheid?
U kunt ons met dit formulier daarover informeren, dat stellen wij zeer op prijs. Berichten over andere zaken dan taalfouten of feitelijke onjuistheden worden niet gelezen.