Naar de boomerkassa? Echt niet – veel jongeren lopen liever niet het risico dat iemand iets tegen ze zegt
Bij de Albert Heijn in mijn buurt sta ik bekend als het gekkie dat met iedereen praatjes maakt. Bij de kassa: „Oh lekker, u heeft Roquefort gekocht.” Bij de flessenautomaat: „Wat heerlijk dat hij het vandaag weer doet!” En natuurlijk bij de beste plek voor een praatje: de avocado’s.
Daar zei ik laatst tegen een nietsvermoedende studente: „Ze zijn wel héél hard vandaag.” Ze schrok, haalde een oortje uit haar oor en zei: „Wat zegt u?” Ik: „Ze zijn wel heel hard, vandaag!” Ze keek me glazig aan. Dat ik haar daarvoor uit haar telefoongesprek had gehaald. Maar ik zag ook medelijden: ah gossie, die arme oude vrouw is vast de weg kwijt.
Zo gaat het vaak. Weinig mensen lijken het concept ‘praatje’ nog te snappen. Toch ga ik er lekker mee door. Omdat mijn moeder me het geleerd heeft: ik denk altijd aan haar als ik een praatje maak, en dat maakt me blij. Maar ook omdat het van Sire moet. Die stichting kwam eerder dit jaar met de campagne ‘Een praatje maakt je dag’. Omdat een praatje eenzame mensen uit hun isolement helpt.
10 procent van onze bevolking voelt zich sterk vereenzaamd, zo meldde het CBS vorige maand. Dat kan leiden tot hoofdpijn, slapeloosheid, somberheid, diabetes, hart en vaatziekten, alcoholisme. Dan is een praatje een kleine moeite, en soms het enige lichtpuntje van iemands dag. En ook nog eens een stuk leuker dan zwijgend met z’n allen doomscrollen.
Of nou ja, dat vind ik. Want de campagne lijkt nog niet echt aan te slaan. Ik ben vaak de enige, samen met nog wat andere boomers, die op straat, op het perron, bij de visboer, in de trein – wel eens iets tegen een vreemde zegt. De rest zit als zombies in z’n eigen bubbel.
Veel jongeren appen liever
Veel jongeren communiceren vaak liever via tekstberichten. Communicatie als jóú dat uitkomt. Geen dialoog, maar een monoloog. Naar de boomerkassa? Echt niet. Ook al is daar geen rij. Liever naar de zelfscan. Daar loop je geen risico dat iemand iets tegen je zegt.
Ik vind dat jammer. We leven steeds meer langs elkaar heen. Maar ik had me er al bij neergelegd. Onbeschoft, sneu en ongeïnteresseerd. Maar wat doe je eraan?
Tot ik laatst een presentatie hoorde van ‘gelukspsycholoog’ Josje Smeets. Ze sprak op een symposium waar ik zelf ook optrad. Na haar verhaal dacht ik: we moeten vechten voor het praatje! Het praatje mag nooit verloren gaan!
Waarom? Omdat een praatje niet alleen goed is voor de ander, zo legde Smeets uit, maar – en dan komt nu de eyeopener – ook voor jezelf!
Dat komt door de ‘gelukshormonen’ die je aanmaakt als je een persoonlijk praatje maakt. Dopamine, oxytocine, endorfine en, als je écht een connectie maakt, zelfs serotonine. Stofjes die je helpen. Om je hoofd rustiger te maken, stress te verminderen en je gelukkiger te voelen.
Je kunt appen wat je wilt, daar lukt dat niet mee. Dan komt er hooguit wat dopamine, zoals bij het scrollen op je soosjals. Maar bij een persoonlijk gesprek kan de hele santenkraam loskomen.
En al helemaal als je een praatje maakt met mensen die je op het eerste oog totaal niet ziet zitten. Zeurende collega’s. Stomme collega’s. Saaie collega’s. Horken. Sterker nog: hoe méér je tegen een praatje opziet, hoe gelukkiger je ervan kan worden als je het tóch gedaan hebt.
Dan voel je, afgezien van de fijne stofjes, ook een soort overwinningsroes. Ik durfde niet, maar heb het toch gedaan! Ik voelde spanning, maar die is nu weg. Ik was onzeker, maar ik kan dit dus gewoon. Opluchting. Geluk.
Maak dus vooral een praatje met een zo hopeloos mogelijk geval. Zoals een mevrouw die zomaar over harde avocado’s begint. „Als je zo’n praatje hebt gemaakt, voel je je soms uren later nog gelukkiger, dan als je het niet had gedaan”, zegt Smeets.
88 procent snakt naar een praatje
Tuurlijk, een praatje maken is ook eng. Zeker als je gewend bent iedereen te negeren. En al helemaal met mensen van buiten je bubbel: een bejaarde! Iemand zonder tatoeages! Of juist iemand mét!
Maar een praatje kán eigenlijk niet mislukken, zegt Smeets. Uiteraard is er een risico als je een schreeuwende cokesnuiver aanspreekt. Maar 88 procent van de Nederlanders heeft behoefte aan een praatje. Mensen zijn nu eenmaal sociale dieren. We willen graag gezien en gewaardeerd worden. Probeer het, je zal zien.
Sindsdien zijn me de schellen van de ogen gevallen. Die Sire-campagne is helemaal geen liefdadigheid, maar gewoon eigenbelang! Ik ben dan ook druk bezig het praatje te redden.
Ik leid praatjescoördinatoren op die in supermarkten, op perrons, en op het werk mensen met elkaar in contact brengen. Ik begeleid praatjescoaches die kunnen ingrijpen als een gesprek vastloopt.
Ik dacht ook aan gesprekskaartjes die je omhoog kan houden met onderwerpen waarover je liever niet praat – politiek, het klimaat, vaccinaties, en overleden huisdieren. En onderwerpen waarover je juist wél wil kletsen: de onderbroekenreclame van Matthijs van Nieuwkerk, kittens, avocado’s. En ik denk aan een noodknop. Waar je op kunt drukken als je weer uit een praatje wilt.
Pas op: je kan een mansplainer treffen
Want daar moet ik eerlijk over zijn. Het kan zijn dat je een mansplainer treft, een Jehova’s getuige, een engerd die met je wil flirten of het allerergste: een praatjesmaker.
Misschien moeten we het praatje dan ook maar liever geen ‘praatje’ meer noemen. Maar ‘een opkikkertje’, ‘een oplaadmoment’, of ‘even m’n gelukshormonen bijtanken’. Met die laatste term hoop ik vooral gen Z’ers over de streep te trekken. Oortjes uit, oxytocine aan. Mijn droom: iedereen met elkaar in gesprek. Iedereen gelukkiger.
En dan kunnen we de zelfscan lekker afschaffen.
Maak NRC jouw voorkeursbron op Google
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten. Meer informatie
Mail de redactie
Ziet u een taalfout of een feitelijke onjuistheid?
U kunt ons met dit formulier daarover informeren, dat stellen wij zeer op prijs. Berichten over andere zaken dan taalfouten of feitelijke onjuistheden worden niet gelezen.