Angst voor de toekomst is overal, maar je kan hem ook met optimisme tegemoet treden
Ja natuurlijk! dacht ik toen ik het las: ‘Mijn generatie zat nog te wachten op de toekomst.’ De Bulgaarse schrijver Georgi Gospodinov zei het in een interview in De Nederlandse Boekengids, hoe hij en zijn vrienden verwachtten dat het communisme zou overwinnen, dat er een medicijn tegen kanker uitgevonden zou worden, dat ze op de maan zouden leven. Leek allemaal aantrekkelijk.
Hoe iets dat zo voor de hand ligt je toch voorkomt als een inzicht: dat nu niemand meer zit te wachten op de toekomst. We gaan nergens meer opgewekt zingend naartoe, integendeel, als we moedig over de weg naar de toekomst stappen, staan daar alleen maar waarschuwingsborden die ons om het hardst vertellen dat we eraan gaan – door de Russen, door klimaatverandering, door AI. En wat we kunnen doen is ehm, nu ja, vooral minder: vliegen, eten, stoken, op internet rommelen, mensen geloven (want het zijn geen mensen maar oplichters, echte of computergestuurde). Dus we vertragen de pas en hebben geen idee meer waar we heen moeten. Het is moeilijk geworden om nog ergens in te geloven. Iets tegenhouden is wel belangrijk, maar lang niet zo aantrekkelijk. De partijen ter linkerzijde weten weinig aanlokkelijks in het vooruitzicht te stellen.
Dan rechts! Die gaan wel ergens heen. Die keren om en lopen gewoon terug en wat ligt daar te lachen: een heerlijke wereld vol geld en saamhorigheid, zonder linkse kunst en zonder migranten die alles verpesten.
Op de Avond voor Wetenschap en Maatschappij in Leiden sprak ik een vrouw van Duitse oorsprong die aan de Radboud Universiteit onderzocht hoe mensen plezier kunnen hebben in gedragsverandering: een gezellig verhaal over een heerlijk preigerecht (en echt, er bestaan de heerlijkste preigerechten) motiveert meer dan fronsend beginnen over ‘offers brengen’ en het varken en de gehaktbal verder vergeten.
Ze had naar video’s van Ulrich Siegmund gekeken, de lijsttrekker van de AfD in Sachsen Anhalt en ja, zei ze, die straalde zoveel plezier en goede moed uit dat je, als je de tussen neus en lippen uitgesproken zinnetjes over ‘Remigration’ niet tot je door zou laten dringen, je zelf ook zou willen aansluiten. En inderdaad: zo fris en vrolijk als Jetten, charmant en optimistisch en daadkrachtig – je krijgt er zin in.
Behalve dat je er geen zin in hebt.
Waar is de toekomst gebleven? Op dezelfde avond, werd dat duidelijk. De toekomst houdt zich schuil in allerlei onderzoeksgroepen waar jonge (en oudere) mensen wel degelijk vrolijk voortstappen. Die zitten niet te griezelen over hoe AI de mensheid zal vernietigen, maar kijken hoe AI kan helpen om archieven te ontsluiten of diagnoses te stellen, ze willen weten hoe je een pandemie het beste bestrijdt of hoe de industrie juist baat kan hebben bij schone elektriciteit. Grofweg: wat de voordelen zijn van veranderingen in plaats van vooral de nadelen te benadrukken. Zonder dat we hoeven te doen of die nadelen er niet zijn natuurlijk.
Het is een ander soort plezier dan dat van gemakkelijk onderuit zakken in Luilekkerland. De vreugde hier komt vooral voort uit de overtuiging dat er wel degelijk iets te ontdekken en te verbeteren valt, dat er opwindende mogelijkheden zijn. De duiven vliegen je juist niet gebraden in de mond, maar je moet eerst zelf iets leren, iets vragen, iets bedenken, iets maken. De jonge vrouw die uitzocht wat AI-modellen konden betekenen bij het diagnosticeren van verschillende vormen van dementie ging geen enkel probleem uit de weg. Maar ze had enorm veel zin in de toekomst. Eigenlijk net als ‘mijn generatie’.
Maak NRC jouw voorkeursbron op Google
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten. Meer informatie
Mail de redactie
Ziet u een taalfout of een feitelijke onjuistheid?
U kunt ons met dit formulier daarover informeren, dat stellen wij zeer op prijs. Berichten over andere zaken dan taalfouten of feitelijke onjuistheden worden niet gelezen.