Uitgesproken en bezorgd: Coos Huijsen, de eerste openlijk homoseksuele parlementariër ter wereld, overleden
Bijna veertig jaar na dato hoorde Coos Huijsen het pas: hij was de eerste parlementariër ter wereld geweest die was uitgekomen voor zijn homoseksualiteit. In 2013 kreeg Huijsen een belletje van de Amerikaanse politicoloog Andrew Reynolds, die bezig was met een boek over lhbti-politici en zijn primeur uit 1976 had ontdekt.
Reynolds spoorde Huijsen aan om een boek te schrijven over zijn leven. Dat werd Homo politicus (2016). Bij de boekpresentatie kreeg Huijsen van de Amsterdamse burgemeester Eberhard van der Laan de Frans Banninck Cocqpenning voor zijn inzet voor de stad. Een jaar later werd hij benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau.
In de jaren zeventig zat Huijsen twee korte periodes in de Tweede Kamer, voor de CHU en als onafhankelijk lid. Daarna zou hij altijd maatschappelijk betrokken blijven: als luis in de pels van de PvdA, als rector van het Gerrit van der Veencollege in Amsterdam, als Oranjekenner en als oprichter van het Blauwe Fonds voor lhbti-emancipatie.
Huijsen maakte zich steeds meer zorgen om de staat van homo-emancipatie
Huijsen maakte zich steeds meer zorgen om de staat van die emancipatie. Dat de homo-acceptatie onder druk stond, zag hij al als rector. Hij weet dat aan een veranderende leerlingenpopulatie, die steeds meer een niet-westerse migratieachtergrond had, en de politiek en maatschappij die homo-emancipatie als vanzelfsprekend beschouwden.
Na een kort ziekbed is Huijsen maandagochtend overleden, bevestigt zijn familie aan NRC, vijftig jaar na zijn publieke coming-out. Hij werd 87 jaar.
Buitenstaander
Huijsen had altijd het gevoel een buitenstaander te zijn. Dat voerde hij terug op de scheiding van zijn ouders toen hij slechts twee jaar oud was. Scheiden was hoogst ongebruikelijk in de jaren veertig en zeker in het streng-protestantse dorpje Oude Tonge op Goeree-Overflakkee. „Dit ongemak heeft mijn jeugd in hoge mate bepaald, meer nog dan de oorlog”, schreef hij in Homo politicus.
Met zijn vader, horlogemaker, had Huijsen daarna nooit echt een band. Zijn moeder maakte het hem niet makkelijk door op veel verschillende plekken in het land te werken, vaak als verpleegster aan huis. Soms verhuisde hij met haar mee, soms niet, en dan woonde hij weer in Oude Tonge bij zijn grootouders of oom. Hij zat daardoor op veel verschillende scholen. Hij sliep slecht en had vaak buikkrampen en migraine.
Doen alsof
Hoewel Huijsens eerste erotische ervaring al op de knie van een nietsvermoedende Duitse soldaat was, en hij vanaf zijn zestiende wel zeker wist dat hij homo was, was daarvoor uitkomen voor hem nog onbestaanbaar in de moralistische jaren vijftig. Zelfs in Amsterdam, waar het vele verhuizen hem naartoe had gebracht, lukte dat niet. Het jarenlang ‘doen alsof’ stortte Huijsen rond zijn achttiende in een depressie, al had hij nooit moeite met zijn homoseksualiteit an sich.
Zijn ouders waren niet religieus, toch trad Huijsen op zijn negentiende toe tot de Nederlands-Hervormde Kerk. „Als je geen vader hebt gehad, is God een vervanging”, zei hij in 2016 tegen NRC. „Als je niet bent opgegroeid in een gezin, biedt de kerk structuur.” Hij meldde zich bij de Christelijk-Historische Unie (CHU), een voorloper van het CDA. Vooral het zingevende van de kerk sprak hem aan. Dat veel gelovigen „de pest hadden aan homo’s, zei me nog niet zoveel”, schreef hij in zijn boek.
Niemand is kapot van het peil van de volksvertegenwoordiging, de CHU-fractie incluis
Op zijn 27ste werd hij voorzitter van de CHJO, de jongerentak van de CHU. Hij was opgevallen door zijn organisatorisch talent en uitgesproken mening. Als voorzitter was hij niet bang te provoceren. Hij vond de CHU behoudend en vergrijsd en kondigde zelfs een doorlichting aan van de Kamerfractie. „Niemand is kapot van het peil van de volksvertegenwoordiging, de CHU-fractie incluis”, zei hij in de media. Pas later zou hij erachter komen dat alle drie de voorzitters van de confessionele jongerenorganisaties op dat moment homo waren.
Ondertussen bleef Huijsen diep in de kast. Zeker ook omdat hij leraar geschiedenis werd, en homoseksualiteit op school nog gevoeliger lag dan daarbuiten. Depressie en migraine speelden weer op.
In de Kamer
In 1971 kreeg Huijsen een onverkiesbare plek op de kandidatenlijst voor de Tweede Kamer. Hij werd te progressief bevonden (de CHU-top had hem „een gebrek aan innerlijke beschaving” verweten), en kreeg te maken met een lastercampagne. In tijdschrift de Haagse Post verscheen een artikel met de kop ‘Verkeerde Koos’, waarin werd gespeculeerd over de homoseksualiteit van de 32-jarige, niet-getrouwde Huijsen. Die bleef ontkennen.
In juni 1972 mocht Huijsen toch voor de CHU plaatsnemen in de Tweede Kamer, door opvolging. Maar het kabinet-Biesheuvel viel vrijwel meteen. Huijsen brak met de CHU toen de partij het linkse kabinet-Den Uyl weigerde te steunen.
Daarna kwam hij uit de kast. Een brief van het COC, dat een appèl op hem had gedaan als Kamerlid, was de druppel. Het hielp dat hij geen Kamerlid meer was, en het lerarenberoep op een nieuwe (niet-christelijke) school zou oppakken, op het Gerrit van der Veen-college in Amsterdam.
Hij voelde zich daarna een bevrijd man. Hoewel hij in Den Haag woonde, was hij veel in de Amsterdamse homoscene te vinden. Al snel ontmoette hij daar de liefde van zijn leven: in de zomer van 1973 zag hij een blonde jongen in tram 24, en later opnieuw op een huisfeest. Drie maanden later woonde hij samen met de twaalf jaar jongere Lank Bos, zoon van een rechtse CHU-burgemeester, in Amsterdam-Zuid. Ze zouden ruim vijftig jaar samen blijven.
Toen hij in 1976 weer door opvolging de Kamer in kon, besloot hij dat te doen als onafhankelijk lid. Bij zijn beëdiging was partner Bos aanwezig, en was zijn wereldprimeur een feit. Na de verkiezingen van 1977 stapte Huijsen over naar de PvdA, maar hij zou niet meer in de Kamer plaatsnemen. Wel zou hij nog een aantal kritische boeken schrijven over de partij.
Homo-emancipatie
Na zijn coming-out beleefde Huijsen de gelukkigste jaren van zijn leven, schreef hij in Homo politicus. Het overtuigde hem des te meer dat het persoonlijke politiek is, dat homo-emancipatie politiek moet worden bevochten. Met Walter Kamp richtte hij Stichting Vrije Relatierechten (SVR) op. Die werd vooral bekend van de campagne tegen Anita Bryant. De christelijke zangeres hield in Florida een wet tegen die homodiscriminatie zou hebben verboden.
Huijsen werd daarna voorzitter van de PvdA-homowerkgroep, van de werkgroep homo-emancipatie van de gemeente Amsterdam en bestuurslid van de Schorerstichting (‘Consultatiebureau voor Homofilie’). Hij werd daarnaast voorzitter van het Defence and Aid Fund Nederland, dat streed tegen de apartheid in Zuid-Afrika. Huijsen vond dat als je tegen homodiscriminatie was, je ook discriminatie op basis van huidskleur moest veroordelen.
Hij vertrok op zijn 59ste als rector bij het Gerrit van der Veen-college in Amsterdam om zich op zijn grote passie te storten: geschiedenis, met name die van de Nederlandse democratie en de rol die de monarchie en de familie Oranje-Nassau daarin speelde. Namelijk als belangrijke verbinder, beschrijft hij in zijn boek De Oranjemythe (2001).
Daarna kwam hij op radio en tv als Oranjekenner. Ter gelegenheid van het zilveren jubileum van koningin Beatrix, schreef hij Beatrix. De kroon op de republiek (2005), waarvoor hij ook twee lange gesprekken met de vorstin zelf had. In 2012 promoveerde hij op de relatie tussen de Oranjes en het Nederlandse natiebesef, kort daarna volgden nog twee boeken met historicus Geerten Waling over het ontstaan van Nederland. Begin dit jaar verscheen Roze draad, waarin Huijsen met Waling, zijn neef, onder meer terugblikt op „vijftig jaar homo-emancipatie”.
Eén keer moest hij zelf een taxi in vluchten nadat hij op straat voor homo was uitgescholden en met bierblikjes was bekogeld. Vanwege zijn zorgen richtte hij in 2007 met onder anderen Lank Bos Het Blauwe Fonds op voor initiatieven die zich richtten op homo-emancipatie (later lhbti-emancipatie). Zo hadden ze meteen een bestemming voor hun nalatenschap.
Maak NRC jouw voorkeursbron op Google
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten. Meer informatie
Mail de redactie
Ziet u een taalfout of een feitelijke onjuistheid?
U kunt ons met dit formulier daarover informeren, dat stellen wij zeer op prijs. Berichten over andere zaken dan taalfouten of feitelijke onjuistheden worden niet gelezen.