Het plan om ’terugkeerfrustreerders’ aan te pakken is pure symboolpolitiek
Wie onrechtmatig in Nederland verblijft, wordt strafbaar: dat was de inzet van een motie die PVV-Tweede Kamerlid Marina Vondeling vorig jaar indiende. Tot niet geringe verbazing van velen, nam de Tweede Kamer de motie aan. Dit voorjaar sneuvelde het ten slotte in de Eerste Kamer, als onderdeel van de afgeschoten asielnoodmaatregelenwet. Het belangrijkste breekpunt was het gegeven dat de kwalificatie van misdrijf direct betekende dat iedere vorm van (mede)plegen ook strafbaar werd; dus ook hulp in de vorm van bed, bad of brood. Of zelfs een kop soep.
Na die nederlaag schoot minister van Asiel en Migratie Bart van den Brink (CDA) onmiddellijk in de aanvalsmodus. Hij zou op korte termijn met een nieuw wetsvoorstel komen om vreemdelingen die geen rechtmatig verblijf hadden en niet wilden vertrekken alsnog te straffen. En dan zonder dat degenen die een kop soep gaven ook strafbaar zouden zijn.
Carolus Grütters is als research fellow verbonden aan het Centrum voor Migratierecht van de Radboud Universiteit Nijmegen.
Het misdrijf dat de minister nu heeft bedacht, ’terugkeerfrustratie’, is een variant op het oude voorstel. Het slaat op iemand die moet vertrekken, maar dat niet doet en „de voorbereiding van zijn vertrek of uitzettingsprocedure ontwijkt of belemmert”. Dat is nogal ruim. Als de vraag wordt gesteld: ‘wilt u terug?’ en het antwoord is ‘nee’, dan is dat al te kwalificeren als het ontwijken of belemmeren van de voorbereiding van het vertrek. Dan ben je dus strafbaar.
Een ander probleem dat de minister gemakshalve over het hoofd ziet, is dat er geen celcapaciteit is om deze terugkeerfrustreerders op te sluiten. Tot 2030 is er geen cel beschikbaar voor hen, bleek vorig jaar al uit de uitvoeringstoets die het ministerie van Justitie uitvoerde voor het oude wetsvoorstel over illegaal verblijf.Praktisch is het plan dus onuitvoerbaar. Toch zet de minister door.
Wraak, vergelding en hard straffen
En vooral omdat het wetsvoorstel volgens de minister een „belangrijke signaalfunctie” heeft. Maar voor wie dan? Voor de niet-vertrekkende vreemdeling? Als die onder de brug slaapt krijgt hij ‘als straf’ onderdak. Voor de landen van herkomst? Die lachen zich een kriek. Voor de politieke achterban? Ik denk dat menig CDA-stemmer zich op het achterhoofd krabt bij het horen van dit voorstel. Het is een variant van wraak, vergelding en hard straffen zoals je die bij de zwartste kousenkerk kunt vinden, maar heeft niets van doen met de medemenselijkheid waarop de partij van de minister zich beroept.
Maar los van de ontbrekende celcapaciteit, negeert de minister de strekking van het advies dat de Raad van State van vorig jaar uitbracht over de kwestie. Daarin stond dat het wetsvoorstel „wezenlijke vragen oproept over nut en noodzaak, uitvoerbaarheid en samenhang met bestaande wettelijke bepalingen”. Dat is een beleefde bewoording voor ‘broddelwerk’. Niettemin laat de minister deze fundamentele kritiek ook in het nieuwe wetsvoorstel onaangeroerd.
Asielbeleid gaat over het beschermen van mensen en niet over het straffen
Van den Brink benoemt het voorstel als het sluitstuk van het asielbeleid. Ook dat is wonderlijk. Het asielbeleid gaat, als het goed is, over het beschermen van mensen en het waarborgen van mensenrechten. Asielbeleid gaat niet over het straffen van mensen. Het sluitstuk van asielbeleid zou zich kunnen richten op het vinden van werk voor degenen die nog in procedure zijn of op het vinden van huisvesting van statushouders.
Het straffen van mensen die weg moeten, omdat ze geen rechtmatig verblijf hebben, valt onder geheel ander beleid: het uitzettingsbeleid. Daar gaat het niet (alleen) om uitgeprocedeerde asielzoekers die niet vertrekken, maar veelal om vreemdelingen die geen reisdocumenten hebben. Die kúnnen dus niet vertrekken. Maar ze zijn wel vaak aan het werk: in de schoonmaak, in de zorg, als oppas, bij de pakketdiensten of achter de bar. Die mensen worden in het verdomhoekje gezet. En wie zo’n vreemdeling zonder rechtmatig verblijf en papieren helpt met het ‘ontwijken van de terugkeer’, wordt dan zelf uiteindelijk ook strafbaar.
Middel tot afpersing
De minister stelt dat er niet gericht zal worden gezocht naar verdachten, omdat het merendeel van de verdachten al zal worden aangetroffen bij bestaande controles. Alleen zullen bij die bestaande controles meestal geen asielzoekers worden aangetroffen maar arbeidsmigranten. Arbeidsmigranten zonder rechtmatig verblijf die worden uitgebuit. En met deze strafbaarstelling geeft de minister een nieuw middel tot afpersing aan de werkgevers van die vreemdelingen, die verder geen kant op kunnen. Die werkgevers zouden moeten worden bestraft als terugkeerfrustreerders, niet hun slachtoffers.
Ten slotte stelt Van den Brink dat de aanvankelijke raming van een paar honderd zaken per jaar te hoog is. Het zou om minder mensen gaan. Stel nu even dat dit juist is. Dan kunnen deze mensen nog steeds niet in de cel worden opgesloten, want die cellen zijn er niet. En het is uiterst onwaarschijnlijk dat het OM dit type misdrijf voorrang zal geven bij de vervolging. Wat blijft er dan over? Symboolpolitiek.
Maak NRC jouw voorkeursbron op Google
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten. Meer informatie
Mail de redactie
Ziet u een taalfout of een feitelijke onjuistheid?
U kunt ons met dit formulier daarover informeren, dat stellen wij zeer op prijs. Berichten over andere zaken dan taalfouten of feitelijke onjuistheden worden niet gelezen.
:format(webp)/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/10/14141406/opiauteur-GRUTTERS-Carolus-20230904.jpg)