Na de val van Orbán stort ook zijn imperium van regeringsgezinde media in, en sneller dan iedereen had verwacht
Bijna niemand wist waar Tamás (38) de afgelopen jaren werkte. Hij schaamde zich voor zijn baan. „Ik werkte voor de grootste Orbán-propagandamachines van Hongarije”, vertelt hij in een koffietent in een flatbuurt van Boedapest. „Maar ik was niet dapper genoeg om ontslag te nemen.”
Tamás rookt de ene na de andere sigaret en tikt met zijn been op de grond. Praten over zijn verleden bij Origo en Mandiner – twee grote Hongaarse nieuwssites die onderdeel waren van het mediastelsel van Viktor Orbán, maakt hem zenuwachtig. Zijn achternaam wil hij niet in de krant, omdat hij nog een baan zoekt in de media.
Zijn blond geverfde haar, tatoeages en skater-kledingstijl verraden zijn achtergrond als drummer. Overdag werkte hij als leraar op een middelbare school, in de avonduren vanuit huis voor de nieuwssites en in het weekend trad hij op met zijn band. „Deze combinatie van banen was de enige manier om genoeg geld te verdienen om mijn zoontje op te voeden”, vertelt Tamás.
Zijn ouders en zijn beste vrienden – aan wie hij pas na drie jaar vertelde waar hij werkte – waren het niet eens met zijn keuze. „Ik vertelde hen dat ik daar alleen voor het geld werkte en niet over politieke zaken schreef”, zegt Tamás. „Ze wilden dat ik zou stoppen. Maar ik zag geen betere optie voor dit salaris, de flexibiliteit om thuis te werken en mijn kind op te voeden.”
Toch kwam hij voor dilemma’s te staan.
Lerarenprotest
Zo stond hij op het punt om ontslag te nemen toen zijn ouders drie jaar geleden meeliepen in een lerarenprotest tegen de overheid. Zijn school was zeer uitgesproken in de protesten en zijn ouders – beiden leraar – liepen mee. Tamás bleef thuis. „Niet meelopen met een demonstratie voor docenten, terwijl ik zelf leraar ben, omdat ik voor de overheidsmedia werk. Dat… ik weet niet. Ik voelde dubbele schaamte”, zegt Tamás. „Ik kwam niet voor mezelf op en niet voor mijn familie.”
Eerder dit jaar durfde hij niet op te treden met zijn band bij een anti-regeringsconcert, vlak voor de parlementsverkiezingen in april die de partij van Orbán verloor. „Ik was bang dat foto’s van mij bij dat concert zouden leiden tot mijn ontslag.”
Toen hij in het stemhokje op oppositiepartij Tisza van Péter Magyar stemde, wist hij dat hij zijn baan zou verliezen. „Ik wachtte op dat ontslag”, vertelt Tamás. „Want ik had zelf de moed niet om op te stappen.”
Hongarije voelt eindelijk als een vrij land
Tamás werkte in een mediasysteem dat de regeringen van Orbán (2010-2026) in zestien jaar vrijwel volledig naar hun hand wisten te zetten. Publieke media, bijna alle landelijke en regionale dagbladen en de grootste nieuwssites stonden onder directe of indirecte invloed van Fidesz, de partij van Orbán. Dat gebeurde via Orbánloyalisten die mediabedrijven opkochten, overheidsadvertenties die alleen naar regeringsgezinde media gingen en politieke druk. Alleen online waren nog enkele onafhankelijke media beschikbaar in Hongarije.
Na de verkiezingswinst van Peter Magyar in april stortte dit medialandschap veel sneller in dan verwacht. Regionale dagbladen gingen binnen enkele weken failliet, grote nieuwswebsites veranderden hun boodschap en honderden journalisten van regeringsgezinde media werden ontslagen.
Zij durven zich nu voor het eerst uit te spreken.
De beginjaren
Kata Nyitrai doet open in haar huis net buiten Boedapest. Ze is een beetje schor. De avond ervoor was ze op het muziekfestival Sziget waar de tachtigjarige Hongaarse zanger János Bródy, bekend om zijn protestliederen, optrad. „Voor het eerst in jaren raakte hij het publiek echt”, zegt Nyitrai. „Hongarije voelt eindelijk als een vrij land.”
Nyitrai is een bekende Hongaarse televisiepresentator. Vanaf 1990 werkte ze voor de Hongaarse publieke omroep in verschillende functies, maar ze werd vooral bekend vanwege haar kinderprogramma’s. In 2016 verloor ze haar functie als hoofdredacteur, waarna ze in 2017 de publieke omroep verliet. „Het was niet langer mogelijk om onafhankelijk mijn werk te doen”, zegt Nyitrai.
In de 28 jaar daarvoor had ze vrijwel alles gedaan wat er in de televisiewereld te doen was. Als elfjarige mocht ze een zelfgeschreven gedicht voordragen op tv. Ze was meteen verkocht. De televisie, daar wilde ze werken. Op haar achttiende belde ze een televisieredacteur of er niet een baantje voor haar was. Als studentenbaantje mocht ze lezersbrieven openen en koffiezetten. In de jaren daarna werd ze verslaggever, redacteur, presentatrice en uiteindelijk hoofdredacteur.
Vanaf 2010 sloeg volgens Nyitrai de sfeer om. Viktor Orbán had de verkiezingen gewonnen, na acht jaar in de oppositie. Hij had de pers de schuld gegeven van zijn eerdere verkiezingsnederlaag in 2002 en wilde de media daarom zo snel mogelijk naar zijn hand zetten.
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/10/16101357/131026BUI_2035350685_2-2.jpg)
Voormalig televisiepresentator Kata Nyitrai in haar woning, met links achter haar de sporen van de tv die ze heeft weggedaan.
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/10/16101410/131026BUI_2035350685_2-3.jpg)
Hoofdkantoor van MTVA, het Hongaarse staatsmediabedrijf.
Bij de publieke omroep kreeg zijn rechterhand Attila Várhegyi feitelijk de leiding. Hij verscheen nauwelijks in het openbaar en was officieel slechts ‘extern adviseur’. In de praktijk had deze schaduwkoning van de publieke omroep controle over het personeel, de programmering en de politieke standpunten van de nieuwsuitzendingen.
Ook Nyitrai merkte zijn invloed. Het ging niet langer alleen om de kijkcijfers van programma’s, maar om wat Várhegyi ervan vond. Hij bepaalde wie in welke programma’s mocht aanschuiven, vertelt Nyitrai.
„Zelfs bij apolitieke entertainmentprogramma’s moest ik aangeven welke zangers of acteurs ik wilde uitnodigen en, hoewel het nooit hardop werd gezegd, besloot Várhegyi of die persoon mocht komen opdraven”, vertelt Nyitrai. „Zonder uitleg werden mensen afgewezen. Ja, die wel, nee, die niet. Nee, nee, nee. Alsof we in het leger werkten.”
Nyitrai botste herhaaldelijk met hem. „Várhegyi vertelde mij dat ik niet werd betaald om na te denken, maar om te doen wat mij werd opgedragen.”
Ook succesvolle radio- en televisieprogramma’s werden opgedoekt. „De kwaliteit, vooral van de nieuwsprogramma’s, ging omlaag en de inhoud werd steeds meer van bovenaf aangestuurd.” Langzaam kwam er een einde aan de onafhankelijkheid van nieuwsmedia in Hongarije. Op het hoogtepunt van Fidesz’ mediaovername was 80 tot 90 procent van alle media gelieerd aan de partij.
In 2016, tijdens de opnames van een selectieshow voor het Europees Songfestival werd Nyitrai uit haar functie als hoofdredacteur ontheven. Ze maakte de uitzending van dat weekend nog af nadat haar collega’s smeekten om hulp. „Waarom ik uit mijn functie werd gezet, werd mij niet verteld. Ik wist alleen dat Várhegyi heel boos op mij was”, vertelt Nyitrai. „Later kon ik het gebouw niet meer binnen met mijn pasje.”
Ze deed haar televisie weg. Op de plek in de woonkamer waar haar televisie jarenlang had gestaan, hangen nu alleen nog wat kabels uit de muur. De televisie die 28 jaar lang centraal stond in haar leven, heeft ze nooit meer teruggezet.
Het systeem
Nadat Orbán in 2002 de verkiezingen verloor drong volgens Dániel Milbacher, politicoloog bij de onafhankelijke denktank Polémia Intézet, bij Orbán door dat hij een rechts-conservatief mediablok moest opbouwen. „Hij vond dat de liberale elite de media in Hongarije domineerde”, zegt Milbacher. Dus richtte Fidesz een eigen tv-kanaal op, Hír TV, dat nog steeds bestaat.
Na de verkiezingswinst in 2010 veranderde de strategie. Fidesz had de macht om niet alleen eigen media te steunen, maar ook het bestaande medialandschap over te nemen. Nieuwe mediawetgeving en veranderingen in het toezicht op de sector gaven de regering meer invloed. Vanaf dat moment werden media opgekocht door zakenlieden die gelieerd waren aan Orbán en Fidesz. Sommige titels bleven bestaan, maar veranderden naar een regeringsgezinde koers. Andere titels, zoals de linkse krant Népszabadság, werden overgenomen en opgedoekt.
Een regeerperiode later ging Fidesz nog verder. In 2018 werden bijna vijfhonderd mediatitels ondergebracht bij KESMA – een door de regering gecontroleerd mediaconcern waarin kranten, radiozenders en televisiestations samenkwamen. Ook Origo en Mandiner, de titels waarvoor Tamás werkte, vielen onder KESMA. Zij kregen voor ruim 1 miljard euro aan staatssteun via overheidsadvertenties. Geld dat niet naar onafhankelijke media ging.
Als dominostenen vallen de Orbán-gezinde media om
Tamás maakte van dichtbij mee hoe het systeem financieel werkte. „Aan het einde van het jaar stroomde het geld binnen, omdat overheidsinstellingen hun volledige reclamebudget opmaakten aan ons”, vertelt Tamás. In de winter werkte hij overuren vanwege de vele gesponsorde artikelen. „Dat waren artikelen die misschien vijftig euro kostten qua schrijf- en fotografiewerk, maar waar Origo dan tienduizend euro per artikel voor kreeg.”
Het geld had ook invloed op de inhoud. Tamás kreeg instructies over welke bronnen hij wel en niet mocht citeren. „We mochten nooit verwijzen naar gerespecteerde buitenlandse media zoals CNN of BBC”, zegt Tamás. Artikelen moesten bovendien zoveel mogelijk kliks opleveren, met schokkende koppen en fotografie.
Ook waren er woorden die niet gebruikt mochten worden, zegt Tamás. „Vluchtelingen werden ‘migranten’ en lhbti’ers ‘homo’s’.”
De ineenstorting
Journalist Hanna Solti van het onafhankelijke onderzoekscollectief Átlátszó klapt haar laptop open op een terras in Boedapest. Ze scrolt door een spreadsheet waarin staat hoeveel ministeries betaalden aan KESMA-media tijdens de regeerperiode van Orbán. „Het gaat om tientallen miljoenen euro’s aan overheidsgeld voor advertenties”, zegt Solti.
Ze zag de afgelopen maanden honderden ontslagen bij de regeringsgezinde media. „Hun marketingmodel werkt niet meer, want de overheidsadvertenties zijn weggevallen”, zegt Solti. „De op de overheid georiënteerde media waren volledig afhankelijk van staatssteun en dat systeem stortte binnen één maand na de verkiezingen in.”
De ineenstorting gaat sneller dan wie dan ook had verwacht. Tv-stations reorganiseren en matigen hun toon. Oligarch Gyula Balásy wilde zijn mediabedrijven zelfs afstaan aan de overheid nadat zijn bankrekeningen waren bevroren. Daarnaast veranderde de best gelezen krant van Hongarije, Magyar Nemzet, van dagblad naar weekblad en verdwenen boulevardblad Bors, het gratis krantje Metropol en veel regionale titels. „Als dominostenen vallen de Orbán-gezinde media om”, zegt Solti.
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/10/16101312/131026BUI_2035350685_1-2.jpg)
Journalist Hanna Solti van het onafhankelijke onderzoekscollectief Átlátszó
Foto Márton KállaiMaar ook de weinige overgebleven onafhankelijke media hebben het moeilijk. „Hongaren zijn het niet gewend om te betalen voor nieuws”, zegt politicoloog Milbacher. En dat merkt Solti: „Er is een enorm gebrek aan geld en mensen zijn moe om het nieuws te volgen na zestien jaar Orbán.” Daarbij helpt het de onafhankelijke media niet dat hun hoofdthema – Orbán – weg is van het politieke toneel en zijn vervanger – Peter Magyár – vooral via Facebook en Reddit communiceert. Solti: „Onze nieuwsvoorziening was zo verbonden met Fidesz, daar moeten we nu een nieuw antwoord op vinden.”
Origo en Mandiner-medewerker Tamás werd meteen na de verkiezingen ontslagen. Hij kreeg een ontslagmail zonder uitleg. „Alleen een mail, dat was het”, zegt Tamás.
Trots op zijn baan is hij nooit geweest. Hij kijkt op tegen het moment dat zijn zoontje hem zal vragen wat hij tijdens de Orbán-jaren deed. „Ik ben bang voor die vraag”, zegt Tamás met tranen in zijn ogen. „Ik wil hem de waarheid vertellen. Dat ik daar werkte voor het geld en een goede journalist was. Maar of dat de waarheid is, of de waarheid waarin ik wil geloven, dat weet ik niet.”
Maak NRC jouw voorkeursbron op Google
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten. Meer informatie
Mail de redactie
Ziet u een taalfout of een feitelijke onjuistheid?
U kunt ons met dit formulier daarover informeren, dat stellen wij zeer op prijs. Berichten over andere zaken dan taalfouten of feitelijke onjuistheden worden niet gelezen.