Biodiversiteit kan geen 265 jaar wachten
Als de wereld in dit tempo doorgaat, duurt het nog 265 jaar voordat 30 procent van de oceanen wereldwijd effectief is beschermd. Niet in 2030, zoals is afgesproken, maar pas in 2291. Dan zijn we zo’n tien generaties verder. Voor wie nu een kind krijgt, zullen op dat moment de achter-achter-achter-achter-achter-achter-achter-achter-achter-achterkleinkinderen in leven zijn.
Deze onthutsende rekensom komt uit een rapport van Greenpeace en maakt pijnlijk duidelijk hoe ver de werkelijkheid achterblijft bij de ambities. Op dit moment is slechts 3,5 procent van de oceanen beschermd tegen schadelijke menselijke activiteiten. Het rapport werd gepubliceerd op de eerste dag van de tweejaarlijkse VN-biodiversiteitstop die van 19 tot 30 oktober plaatsvindt in de Armeense hoofdstad Jerevan. Daar maken landen voor het eerst de balans op van het biodiversiteitsakkoord dat ze in 2022 aannamen in Montréal. Daarin staan 23 doelen om het verlies aan biodiversiteit uiterlijk in 2030 te stoppen en om te keren.
De eerste balans is ontnuchterend. Volgens het officiële VN-voortgangsrapport ligt minder dan de helft van de doelen, die gaan over behoud, bescherming en duurzaam gebruik van de natuur, op schema. Kritischere analyses wijzen erop dat slechts één doel duidelijk op koers ligt, en dat is zacht geformuleerd: het verminderen van de gevolgen van klimaatverandering en oceaanverzuring voor biodiversiteit.
Aan ambities kan het niet liggen. Bijna 90 procent van de landen heeft inmiddels nationale biodiversiteitsdoelen vastgesteld, al zijn veel van die doelen niet toereikend. Bovendien schiet de uitvoering schromelijk tekort.
Er gaapt een grote kloof tussen beloftes en uitvoering – net zoals bij het tegengaan van de opwarming van de aarde
Meest in het oog springt het ’30 x 30′-doel: vóór 2030, zo is afgesproken, moet 30 procent van het totale aardoppervlak – land, binnenwateren en zeeën – effectief worden beschermd. Maar effectieve bescherming gaat verder dan alleen het aanwijzen van een natuurgebied. Dat vraagt om beheer, handhaving en toezicht. Om daadwerkelijke uitvoering in de praktijk.
Neem het internationale oceanenverdrag, dat bescherming van de biodiversiteit in internationale wateren mogelijk maakt. Op papier kunnen landen met deze afspraken natuurreservaten opzetten in delen van de oceaan die buiten de nationale rechtsmacht van een land vallen. Met een netwerk van beschermde gebieden kunnen schadelijke activiteiten, zoals oliewinning of commerciële scheepvaart, in delen van de oceaan worden beperkt. Dat helpt migrerende soorten en beschermt belangrijke voedsel- en voortplantingsgebieden.
Dat klinkt goed, maar de realiteit is anders: van de 145 landen die dit oceaanverdrag ondertekenden, hebben nu zo’n tachtig landen het geratificeerd. Belangrijke landen die in die lijst ontbreken zijn de VS en India. Nederland is bezig met uitvoeringswetgeving, maar heeft het verdrag nog niet geratificeerd.
Er gaapt een grote kloof tussen beloftes en uitvoering – net zoals bij het tegengaan van de opwarming van de aarde. Oorlogen, geopolitieke instabiliteit en de stormachtige opkomst van AI vragen terecht om politieke aandacht. Maar ze mogen nooit een excuus zijn om de aanpak van de klimaat- en biodiversiteitscrisis uit te stellen.
Er is daadkracht nodig en geld. Duidelijkheid over wie welke afspraken wanneer uitvoert – en wie daarop kan toezien. Nederland en Europa moeten hun verantwoordelijkheid nemen, om te beginnen door internationale afspraken zelf uit te voeren. Zodat ook de volgende tien generaties kunnen uitzien naar schone oceanen en een leefbare planeet.
Maak NRC jouw voorkeursbron op Google
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten. Meer informatie
Mail de redactie
Ziet u een taalfout of een feitelijke onjuistheid?
U kunt ons met dit formulier daarover informeren, dat stellen wij zeer op prijs. Berichten over andere zaken dan taalfouten of feitelijke onjuistheden worden niet gelezen.