Kijken naar het ongewisse van de eigenheimers De Kooning, Kusama en Whistler
Toeval bracht ze samen aan de randen van het Museumplein, middenin Amsterdam. In het Rijksmuseum, aan de korte kant in het noordoosten, mikt de 20ste-eeuwer Willem de Kooning je zijn levenslust voor de voeten, met tekeningen en schilderijen van een overweldigende zin in alles. Ik val als een blok voor zijn overvloed van perzik- en abrikoos-oranje. Omdat het prachtig is, en ook als antwoord op het kapen van oranje, eerst als de kleur van de Bhagwan-sekte, inmiddels als pavlov-uiting van Hollands patriottisme.
Aan de zuidwest-rand, in het Stedelijk Museum, domineert Yayoi Kusama, kind van de sixties, met haar stippen, haar pompoenen, met haar ‘infinity rooms’ die iedereen uitnodigen ‘een broodkruimel op de rok van het universum’ te worden. Gezellig, maar dat is bedrieglijk. Duik in haar tekeningen, voel de horror van Hiroshima, herken de verwantschap met Yoko Ono en Tetsumi Kudo.
Tussen Rijks en Stedelijk in komt het Van Goghmuseum met de 19de-eeuwse schilder James Whistler, die het typeert als ‘Dandy en dwarsdenker’. Hij was een exuberante figuur, een aantrekkelijke man. Een provocateur, een ruziezoeker. Dat en meer vertelt het Van Gogh via de tekstborden. Maar de schilderijen bij die borden zijn van een heel andere Whistler, daar is de dandy ver te zoeken. Zijn portretten zijn afstandelijk, zelfs het beroemde portret van zijn moeder, maar misschien ligt dat aan mijn moderne blik. Nee, dan de ‘nocturnes’, zinderende schilderijen waarmee Whistler de nacht op haar staart wil trappen. Die lijken het werk van alweer een andere Whistler. Ze kosten moeite. Ik kijk en zie ongeveer niets, mijn ogen moeten wennen aan het donker. Dan blijkt er een bootje te deinen of staat er een jongen. Pas dan fluistert zo’n nocturne over nachtelijke volte.
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/10/20152055/211026CUL_2037628921_roodnat.jpg)
James Whistler: Nocturne Blue and Silver Westminster (ca. 1866, olieverf op paneel).
Beeld Ivy Close Images/Universal Images Group via Getty ImagesDe Kooning de wildebras, Kusama de bezetene, de gespleten Whistler. Wie vroeg begint, kan ze in één dag bekijken, drie grootheden aan dat ene plein. Drie eigenheimers die de artistieke overtuiging van hun tijd beschouwden als een keuzemenu. Het zou mooi zijn als ze, zo samen op het Museumplein, op elkaar aansluiten in één verhaal.
Ik doe mijn best, maar ik kan het niet vinden, ik zie alleen maar toeval.
Wacht, ik zoek in de verkeerde richting. Het gaat niet om wat hen bindt, maar om het toeval dat deze drie samen de blits maken. Drie uitnodigende kunstenaars, maar comfortabel plaatjes kijken is er niet bij. Drie vernieuwers. Drie onaangepasten, voor wie blijkbaar een breed publiek de deur uitgaat, want het is druk en het geroezemoes aanstekelijk. En dat allemaal aan dat onknusse plein, met de muziektempel Concertgebouw als steun in de rug.
Dat betekent dat de sinistere haters kunnen zeggen wat ze willen, maar die ‘linkse kunst’, die moeilijk zit te doen, slaat aan. Musea hebben vele functies en dit is er een: ze dwingen tot kijken naar het ongewisse. En wie daarnaar kijkt, écht kijkt, die denkt na.
Maak NRC jouw voorkeursbron op Google
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten. Meer informatie
Mail de redactie
Ziet u een taalfout of een feitelijke onjuistheid?
U kunt ons met dit formulier daarover informeren, dat stellen wij zeer op prijs. Berichten over andere zaken dan taalfouten of feitelijke onjuistheden worden niet gelezen.