Home   2026-10-22 19:56:51

←

De ruimtelijke puzzel van Nederland in één natuurgebied

Original article

Terug naar de krant

In de voorjaarszon duwt Wout van de Belt (65) de blauwe snijmachine met ronkende dieselmotor voort door het rietland. De wuivende rietkragen komen aan de achterkant van de machine als bosjes tevoorschijn. Met gehoorbescherming op het hoofd en aangespannen spieren ploegt hij door het dichte riet op z’n land. Zo deden zijn vader en opa het ook. Al sinds de achttiende eeuw woont de familie in Belt-Schutsloot, een dorp van iets meer dan zeshonderd inwoners in Overijssel. Niet voor niets dragen dorp en familie dezelfde naam.

Van de Belt bindt de bosjes bijeen en gooit ze op een stapel. Kwaliteitsriet, benadrukt hij, daken in het hele land worden ermee belegd. Harde, onbruikbare delen van onder meer de lisdodde worden met een mechanische borstel verwijderd en gaan op een hoop. Met één armbeweging steekt hij er de fik in.

De vlammen laaien op, hij controleert het vuur met een riek. Een platte schuit van Natuurmonumenten vaart langs. Over de branden wordt regelmatig geklaagd, de natuurorganisatie haalt het rietafval bij de meeste rietsnijders daarom liever op. Hier niet, zegt Van de Belt, hij wijst naar de resten op zijn eigen land. Verbranden hoort er gewoon bij.

Natura 2000-gebied De Wieden is een meren- en moerasgebied in de kop van Overijssel, ongeveer ter grootte van de gemeente Utrecht. Het landschap is ontstaan door eeuwenlange vervening. Waar mensen veen afgroeven om turf te winnen, ontstonden petgaten, smalle, diepe waterplassen. De stroken land ertussen, de legakkers, werden gebruikt om de turf te drogen. Boeren vervoerden hun vee met boten naar de weiden. Rietsnijders ontwikkelden hier hun ambacht, van nature groeit in het gebied veel riet.

De Wieden lijkt woeste natuur, maar is dat niet. Het landschap is door mensen gevormd en wordt nog altijd onderhouden. Mensen beheren het waterpeil, maaien gras, snijden riet, varen en boeren. Om het kwetsbare landschap in stand te houden, is dat ingrijpen essentieel: zonder dat verandert het karakter.

Op de achtergrond nemen de spanningen toe tussen de groepen die leven en werken in het gebied. Boeren krijgen te maken met steeds strengere natuur- en stikstofregels, rietsnijders zien hun opbrengsten teruglopen en recreatie brengt zowel inkomsten als drukte. Intussen werd De Wieden een Natura 2000-gebied, met strengere wet- en regelgeving voor natuurherstel. In opdracht van het Rijk geeft Natuurmonumenten daar vorm aan.

In De Wieden komen daarmee bijna alle grote ruimtelijke opgaven van Nederland samen. De stikstofuitstoot moet omlaag, het veen moet nat blijven en de kwetsbare natuur moet herstellen. En boeren, rietsnijders en ondernemers willen ook een toekomst in het gebied. Maar de ruimte is beperkt. Als niet alles tegelijk kan, welke belangen krijgen dan voorrang?

Wout van de Belt werkt al veertig jaar in De Wieden. Op een goede dag snijdt hij 25 bossen riet.

Foto’s Sake Elzinga

De rietsnijder die moet bijklussen

Van de Belt werkt al veertig jaar in het gebied. Om 05.30 uur gaat hij van huis, stapt even later in zijn boot en vaart naar een van zijn rietvelden. Boterhammen mee, machine aan. Twaalf uur later vaart hij weer weg. Thuis staat het eten klaar, „ik heb een ouderwetse relatie”.

Op een goede dag snijdt Van de Belt 25 bossen riet, dat levert hem ongeveer 500 euro op, maar oogsten kan maar een paar maanden per jaar. En de opbrengst per hectare loopt al jaren terug. Hij is ook een van de laatste beroepsvissers. Soms klust hij bij in de bouw, anders komt hij niet rond.

„Het gebied verarmt”, zegt Van de Belt wanneer hij even uitrust. Met minder riet, minder vogels, minder vissen, zegt hij. Tegelijkertijd ziet hij Natuurmonumenten steeds nadrukkelijker ingrijpen: met machines wordt grond afgegraven, stukken bos verdwijnen. „Zij maken zich toch druk om de natuur? Het gebied wordt slechter en hele bossen verdwijnen. Dan denk ik: waar zijn jullie toch allemaal mee bezig?”

Gidion Kok kent die kritiek. Hij werkt in hetzelfde landschap, maar heeft een andere kijk op wat gebeurt en waarom dat nodig is. Als gebiedsmanager van Natuurmonumenten is hij verantwoordelijk voor het natuur- en landschapsbeheer en de cultuurhistorie van De Wieden. Wat Van de Belt als aantasting ziet – het kappen van bos – is volgens Kok juist nodig voor het in stand houden van het laagveenlandschap in de toekomst.

„Kijk daar, een kievit!” roept Kok tijdens een rit door het gebied en hij trapt op de rem. Hij stapt uit en wijst hij naar een stipje in een drassige weide. Mede dankzij het weidevogelbeheer van Natuurmonumenten leven in De Wieden nog kieviten en wulpen. Andere soorten verdwenen: de grote vuurvlinder, de moerasparelmoervlinder en de tweehuizige zegge, een plantensoort uit de cypergrassenfamilie. Voor plantensoorten als klokjesgentiaan en blonde zegge dreigt hetzelfde lot.

Geregeld ervaart Kok onbegrip en moet dan uitleggen wat Natuurmonumenten doet en waarom. Neem het maaiafval, dat rietsnijders het liefst verbranden. Voor Van de Belt is het een restproduct „en verbranden is de makkelijkste manier om ervan af te komen”. Dat uitgerekend Natuurmonumenten de maaiselresten wil ophalen, snapt hij niet. Ga maar na, zegt hij: dat spul moet aan de kant worden geschoven met een trekker, die op diesel rijdt. Ook de kranen waarmee wordt gelost, vrachtauto’s die het vervoeren en machines die het spul op het land brengen, werken volgens hem allemaal op diesel. Als het dan op het land ligt, is het een natuurlijke, biologische bodemverbeteraar, zegt Van de Belt: „Maar zeg er dan wel bij wat er daarvoor allemaal gebeurt. Als ik het in brand steek, hoeft dat allemaal niet.”

Kok wijst erop dat vrijwel alles wat Van de Belt aanmerkt als diesel in de praktijk HVO100 is, een fossielvrije brandstof. Ook hebben alle machines roetfilters, katalysatoren en voldoen ze aan strenge uitstootnormen. Het ophalen, vervoeren en verwerken van het maaisel beschadigt de natuur volgens Kok niet. „Onze uitstoot is per definitie veel lager dan wat er de lucht invliegt als alles zou worden verbrand.”

En Kok noemt het maaisel geen afval, maar „een grondstof”. Akkerbouwers gebruiken het al jaren, vertelt hij. In de nabijgelegen polder gaat de bodem achteruit, doordat het aandeel organische stoffen afneemt. Maar maaisel van riettelers „is heel goed voor de bodem en een goed voorbeeld van kringlooplandbouw. We halen ’s zomers ruim achtduizend ton maaisel op”.

Hij rijdt langs een brandende hoop riet en snuift. Niet best voor de luchtkwaliteit en te voorkomen. „Veel pachters laten het maaisel al ophalen en krijgen daar een extra vergoeding voor, omdat het ze meer werk kost. Inwoners zijn blij dat er minder brandt, want open vuur geeft overlast. In de zomer mag het helemaal niet meer.”

Maar, vertelt Kok: „We staan het verbranden soms toe op ons pachtland, al willen we het liever niet. We vragen zelfs de brandvergunningen aan. Het hoort hier bij de cultuur, we moeten ook een beetje meebewegen.”

Rietsnijders als Van de Belt verbranden het liefst maaiafval. Natuurbeheerders hebben dat liever niet.

Foto Sake Elzinga

De natuurbeheerder die bomen kapt

Als kleine jongen ging Kok al op pad om vogels te kijken. Gebiedsmanager van De Wieden noemt hij dan ook een droombaan, al moet hij soms precies het tegenovergestelde doen van wat een buitenstaander van een natuurbeheerder verwacht. Bijvoorbeeld: de petgaten, de smalle waterplassen, veranderen voortdurend. Langzaam vullen ze zich met waterplanten, riet en veen. Uiteindelijk ontstaat moerasbos. Dat is een natuurlijk proces, maar als het overal gebeurt, verdwijnen de open wateren en andere leefgebieden die De Wieden juist bijzonder maken. En waar bepaalde dier- en plantsoorten gedijen.

Daarom kapt Natuurmonumenten bomen. Op diverse plekken graven ze oude petgaten opnieuw open. Voor de buitenwereld lijkt dat heftig: graafmachines en kranen ontwortelen bomen en trekken ze uit de grond. „Mensen denken dat we de natuur om zeep helpen”, zegt Kok. „Terwijl we dat oude landschap juist in stand houden en herstellen.” Een petgat heeft volgens Kok ongeveer tachtig jaar nodig om dicht te groeien. „Als we niks doen, wordt alles hier moerasbos.”

Ook als het om water gaat, raken natuurbeheer en landbouw elkaar. De Wieden ligt in een laagveengebied. Zie het als een omgekeerd soepbord: het natuurgebied ligt als een verhoging in het midden, omringd door diepe polders, die door inklinking van de landbouwgronden nog verder wegzakken. Water zakt naar het laagste punt en loopt zo weg uit De Wieden.

Als je elkaar wat te bieden hebt, kun je best samenwerken

Natuurmonumenten probeert het water vast te houden met stuwen, zodat de weiden drassig blijven. Als het veen droogvalt, komt het in aanraking met zuurstof en verteert het, met als gevolg dat de bodem daalt. Dat werkt door in het landschap en de natuur. Weidevogels kunnen bijvoorbeeld moeilijker bij hun voedsel komen als de bodem te droog en te hard wordt, zegt Kok.

Boeren hebben juist baat bij een lager waterpeil. Hoe natter het land, hoe gunstiger voor het veen en de natuur, maar hoe moeilijker het is om te maaien: op natte grond zakken trekkers weg. Moeilijker is het dan ook om voer voor het vee te winnen. Daarom maakt Natuurmonumenten afspraken met boeren over het peil. In het voorjaar mag het water hoger staan, na het broedseizoen kan het weer worden verlaagd, zodat de boer kan maaien.

Geen van beide partijen krijgt precies wat hij wil. De boer wil het land eerder kunnen maaien, als het gras de beste kwaliteit heeft; Natuurmonumenten wil het water langer hoog houden. Toch werken ze samen, zegt Kok. „Als je elkaar wat te bieden hebt, kun je best samenwerken.”

Natuurmonumenten verpacht 1.360 hectare aan ongeveer honderd boerenbedrijven. Nog eens zo’n 130 rietsnijders pachten grond. Ze beheren het land, maaien het riet of laten er dieren grazen, de opbrengsten mogen ze houden in ruil voor een jaarlijkse vergoeding. Zo vervullen ze een belangrijke rol: ze onderhouden een landschap dat zonder beheer snel zou veranderen. Kok wil hen dan ook niet kwijt. „Wij willen niks liever dan dat de boeren die hier zijn, hier ook blijven.” Wel verwacht hij dat een aantal hun bedrijfsvoering nog verder zal moeten aanpassen als gevolg van de – steeds strengere – regels behorende bij een Natura 2000-gebied.

Koeien op een weide in De Wieden.

Deze drie runderen worden op een platte trekschuit naar een weiland overgebracht dat niet anders is te bereiken.

Foto’s Sake Elzinga

De laatste vaarboer moet veranderen

Bertus Slot (38) weet dat veranderen onvermijdelijk is, maar vindt wel dat daar te gemakkelijk over wordt gedacht. Hij is de laatste vaarboer van De Wieden en weet als geen ander hoe ingrijpend het kan zijn om je gedwongen te moeten aanpassen. Zijn vader was vaarboer, zijn opa ook, ze wonen aan de overkant, allebei in een eigen huis. Vlak achter Slots boerderij begint het water. Op een platte schuit brengt hij de koeien naar de weiden, waar ze grazen tussen de petgaten en rietkragen.

Dat doet hij nog steeds, maar niet meer met eigen vee. Slot had zeventig melkkoeien en ongeveer honderd stuks jongvee. „En toen kwam ‘de stikstof’”, vertelt hij aan de keukentafel. In 2023 zei hij ja tegen een stoppersregeling en deed alle dieren weg. Hij voelde zich daartoe genoodzaakt, de uitstoot van zijn bedrijf botste met de natuurdoelen van het gebied. „Ik ben daar niet trots op, maar ik wil hier een toekomst, ook voor mijn kinderen, dus heb ik die keuze gemaakt”, zegt hij.

Nu vaart Slot de koeien van een andere boer door het gebied en laat ze grazen op land van Natuurmonumenten: de dieren hebben te eten en het gras blijft op peil. „Echt mooi”, zegt hij, „met die dieren varen door het gebied.” Daarnaast doet hij natuur- en landschapsbeheer. Hij werkt goed samen met alle partijen, met de provincie, gemeente en Natuurmonumenten.

Vaarboer Bertus Slot werkt goed samen met alle partijen, met de provincie, gemeente en Natuurmonumenten

Wel is Slot kritisch op de vele regels die van bovenaf worden opgelegd, door de landelijke overheid, door Brussel. „Wat boeren hier toevoegen, dat wordt niet altijd gezien.” Slot kon doorgaan zonder dieren, omdat natuurbeheer en rietteelt altijd onderdeel waren van zijn bedrijf. Omdat hij aan het water ligt, kan hij met andermans vee blijven varen, andere collega’s hebben die mogelijkheid niet. Op veel plekken in dit gebied kom je simpelweg niet zonder boot. Daar maakt hij zich zorgen over.

„We moeten zuinig zijn op de boeren die nog over zijn, want Natuurmonumenten kan al die hectares niet zelf onderhouden. Door de stikstofregels verdwijnen niet alleen de boeren, maar met hen de biodiversiteit. Dan blijft alleen het maaien over en wordt alles hetzelfde. Op een koeienvlaai komen insecten af, zo ontstaat afwisseling in het gebied. Dat wordt nog weleens onderschat”, zegt Slot.

Toch wil hij zich richten op wat wél goed gaat, „we moeten in dit gebied dóór met elkaar”, zegt hij. Zijn advies: „Zet boeren niet weg als alleen maar grote vervuilers, erken wat ze meebrengen. Blijf in gesprek en werk samen om De Wieden mooi te houden.”

Lees ook
Na de vele protesten willen boerenactiegroepen het over de inhoud hebben, maar de minister wijst hun plannen direct af
Jan Venneman (Agractie), Sieta van Keimpema (DDB), Jeroen van Maanen (NMV), Ewout Klok (NVP), Erik Luiten (Agractie) en Harmen Endendijk (NMV) presenteren namens de Landbouw Alliantie een alternatief plan voor het voorgenomen stikstofbeleid van het kabinet.

De ambtenaar die alles bij elkaar brengt

Altijd die spanning. Natuur, klimaat, boeren, rietsnijders, campinghouders, horeca-uitbaters. Petra Wagenaar werkt al vijftien jaar bij de gemeente Steenwijkerland, waar De Wieden in ligt. Als beleidsadviseur Vitaal Platteland probeert ze de belangen bij elkaar te brengen. Zo helpen erfcoaches boeren om te verduurzamen en lopen er ‘gebiedsprocessen’, waarin agrarische ondernemers samen met gemeente, provincie en natuurbeheerders nadenken over hun toekomst. Wagenaar begeleidt een van die projecten.

Soms gaat het om kleine dingen, vertelt Wagenaar. Dat brandende riet, bijvoorbeeld. Daar krijgt de gemeente veel klachten over. „Wij zien riet snijden als een waardevol ambacht en zien ook dat dit gebruik veranderen moeilijk is.” Zorgen dat het minder gebeurt „vraagt veel gesprekken, veel uitleg”. In de praktijk zijn dat geen details, zegt ze. „Het is een cultuurverandering. Die gaan nou eenmaal langzaam.”

Natuurdoelen halen? Ook al „superingewikkeld”, zegt Wagenaar, terwijl nog véél nodig is om het gebied gezonder te krijgen. Neem de regels rondom recreatief varen, een punt van felle discussie. „Iedereen in dit gebied heeft een boot, de toeristische sector is ervan afhankelijk”, zegt Wagenaar. Daarvoor gelden al regels, in stiltegebieden, maar niet heel strakke. „Je kunt eigenlijk niet volhouden dat al die bootjes de natuur niet aantasten. Maar als je aan het varen komt, raak je aan de inkomsten van mensen, aan hun beleving en in hun privédomein.” Dan komen ze in verweer. Het gevoel dat de natuur steeds voorrang krijgt, zit diep, merkt ze.

Gesprekken over vergunningen die mogelijk nodig worden om te varen, voor grondwateronttrekking of om gewasbeschermingsmiddelen te gebruiken, doen de emoties ook oplaaien. „Ten opzichte van vroeger is het inderdaad zo dat mensen minder mogen, omdat de natuur beschermd moet worden. Dat voelt voor veel mensen bedreigend.”

Bovendien ziet Wagenaar een ander probleem: de gevolgen van het inklinkende veen. Die bodemdaling beïnvloedt alles – de landbouw zelf, de waterhuishouding, infrastructuur, ecologie en het landschap. Op andere plekken in Nederland gaan funderingen van huizen eraan; kabels, leidingen, het wegennet, ze kunnen allemaal kapot als het land te snel zakt. In het Nationaal Klimaatakkoord van 2019 werd al vastgelegd dat het veenweidegebied behouden moet blijven.

Nu wordt nog geschipperd tussen boeren en natuur en is het geven en nemen. Maar als grootschaliger moet worden ingegrepen om bodemdaling tegen te gaan, zal niet voor alles ruimte zijn. „Provincie en waterschap kijken naar manieren om water vast te houden in het veen. Dat kan betekenen dat grasland minder opbrengst geeft. En dat kan gevolgen hebben voor hoe mensen kunnen boeren in het gebied”, zegt Wagenaar.

De gevolgen van een hogere waterstand dringen nauwelijks door, merkt Wagenaar. Daarom proberen overheden nu al met boeren te onderzoeken hoe ze kunnen werken met natter land, zodat ze straks niet worden overvallen door een beslissing van gemeente of provincie. Zoals Wagenaar stelt: we zijn er nog niet, „maar we hebben wel een pad”.

Rietteler Wout van de Belt aan het werk in natuurgebied De Wieden.

Foto Sake Elzinga

De uitbater die niet te veel regels wil

Helmuth van de Belt (54), kroegbaas en campingeigenaar, haalde als kind kattenkwaad uit op de wateren van De Wieden. Soms plukte hij met vrienden stiekem zeldzaam veenmos om het als bodemverbeteraar te verkopen aan bloemenhandelaren. Zou hij nu nooit meer doen, zegt hij. „Toen dacht ik: kan mij het schelen. Ik kijk er nu wat serieuzer naar.”

Van de Belt, een neef van rietsnijder Wout – er woont hier veel familie – is geboren en getogen in het gebied. Zijn grootvader heeft eens uitgezocht dat de familie oorspronkelijk uit het dorp Beulake komt en na stormvloeden in de achttiende eeuw naar hogere gebieden is ‘gevlucht’.

Zijn grootmoeder begon er eind jaren zestig een camping, zijn vader bouwde die uit. Sinds 2015 runt Van de Belt het kampeerterrein met zijn broer. Daarnaast heeft hij zijn café, Bij Helmuth.

In het café hangen luchtfoto’s van vroeger en nu. „Ze zijn het gewoon aan het ontbossen”, zegt hij. De boosdoener, Natuurmonumenten, noemt hij de „groene maffia” – en hij is niet de enige. Een particuliere organisatie die, zegt hij, zó’n invloed heeft op het gebied dat „mijn voorouders – vissers, turfstekers, rietsnijders – hebben ontwikkeld. Ik vind daar wat van”.

Zonder regels wordt het een zooitje

Toch is hij niet tegen regels. Dat in het broedseizoen op bepaalde plekken minder gevaren mag worden, begrijpt hij. „Zonder regels wordt het een zooitje.” En iedereen moet een steentje bijdragen aan het in stand houden van het gebied, daar heeft hij als campingeigenaar ten slotte ook baat bij.

Maar als hij ziet waar híj allemaal aan moet voldoen als hij iets wil, begint het te wringen. Voor zes extra standplaatsen op zijn camping moet hij water dempen, om de daarvoor benodigde grond te winnen. Dat mag, als hij ergens anders in hetzelfde peilgebied evenveel water terugbrengt. Toevallig kan Van de Belt dat: hij heeft nog rietland en bos waar hij een sloot kan graven. Maar dat geldt natuurlijk niet voor iedereen.

Dan moet ook nog eens alles elektrisch. Geen dieselvoertuigen, wel eindeloos veel formulieren en toestemmingen. „Terwijl ik Natuurmonumenten enorme hectares zie afgraven met zware dieselmotoren. Kijk, daar valt dus geen gulden middenweg in te vinden.” Hij hoort wel de uitleg die Natuurmonumenten geeft over dit soort projecten, maar dat verandert het gevoel niet.

Van de Belt wil, zoals iedereen hier, het gebied behouden. En hij moet er zijn geld mee verdienen. De balans vinden, is lastig, zegt hij. „We moeten ons allemaal aanpassen”, zegt hij. „Maar mensen zoals ik niet meer dan anderen.” Heeft hij er toch nog plezier in om hier te wonen en werken? Hij kijkt om zich heen en knikt. „Ja. Uiteindelijk denk ik dan toch bij mezelf: wat wonen we hier toch verdomde mooi.”

De traditionele rietteelt komt steeds verder onder druk te staan.

Foto Sake Elzinga

Maak NRC jouw voorkeursbron op Google

Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten. Meer informatie

Kies NRC als voorkeursbron Melding voorkeursbron sluiten
Kies NRC als voorkeursbron

Mail de redactie

Ziet u een taalfout of een feitelijke onjuistheid?

U kunt ons met dit formulier daarover informeren, dat stellen wij zeer op prijs. Berichten over andere zaken dan taalfouten of feitelijke onjuistheden worden niet gelezen.

Artikel delen

  • Je kunt deze maand nog cadeau geven.
  • De link is geldig.

De link is nog geldig.

Je hebt al eerder van dit artikel een cadeaulink aangemaakt, de link is nog geldig.

Leuk dat je onze journalistiek deelt met anderen. Vanaf kun je weer artikelen cadeau geven.

Sorry, het lukt op dit moment niet om een cadeau-link te maken. Probeer de pagina opnieuw te laden of probeer het later nog eens.

Deel dit artikel via sociale media.

Hoe werkt het delen van artikelen?

Als cadeau

Als NRC-abonnee kun je elke maand artikelen cadeau geven aan een willekeurige ontvanger.

  • De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
  • De cadeaulink is geldig.
  • Het saldo wordt verminderd met 1 zodra er een cadeaulink wordt aangemaakt.

Standaard delen

Kies je voor standaard delen, dan kan iedereen met een NRC-abonnement de door jou gedeelde artikelen lezen. Niet-abonnees krijgen een betaalmuur te zien.