Hij was bijna gepromoveerd, viel, verloor zijn geheugen en moest alles opnieuw doen
Leon Houben (35) was bijna klaar met zijn promotieonderzoek in de sterrenkunde toen hij zijn kennis kwijtraakte. Tijdens een klimvakantie in Zwitserland viel hij van vijftien meter hoog en verloor daarbij een groot deel van zijn geheugen. Zijn eerste achtentwintig levensjaren waren weg. Vrienden, familie en zijn promotors moest hij opnieuw leren kennen, sterrenkundige kennis moest hij zich opnieuw eigen maken. Na nog eens zeven jaar bikkelen promoveerde hij eind september. In een koffiehuis in Arnhem, de stad waar hij zijn hele herinnerde leven gewoond heeft, vertelt hij zijn verhaal.
„Mijn verjaardag vier ik niet meer op 14 december, de dag dat mijn lichaam in 1990 geboren werd. Ik krijg nog steeds felicitaties op die dag, met name van familie. Het staat op mijn paspoort. Maar ik heb niets met die datum. De dag van mijn ongeluk betekent veel meer voor me, die vier ik wel.
„29 juli 2019 was het, dat ik abseilde in de Zwitserse Alpen. Achteraf heeft mijn klimpartner verteld wat er is gebeurd. Waarschijnlijk is de standplaats, waar je je touw aan vastmaakt, losgebroken van de berg. Ik had nog gecontroleerd of we hem stevig in de berg hadden genageld, vertelde mijn klimpartner. In ieder geval ben ik met touw en al vijftien meter gevallen, langs de bergwand geschuurd, daarbij honderdtachtig graden gedraaid en op mijn hoofd terechtgekomen.
„Ik lag drie kwartier buiten westen op een bergrichel – het is een wonder dat ik niet verder naar beneden ben gerold – tot ik wakker werd door het geraas van de traumahelikopter. Ik ben naar het ziekenhuis gevlogen, waar ze me op levensbedreigend letsel hebben gecontroleerd. Vermoedelijk is nooit bij de artsen aangekomen dat ik van zulke hoogte was gevallen, want na een snelle CT-scan werd ik uit het ziekenhuis ontslagen. Voor mijn klimpartner van de berg af was en naar het ziekenhuis was gereden, zat ik al op hem te wachten.
„‘Komt helemaal goed, zorg gewoon goed voor hem de komende dagen’, vertelden ze hem. Ik was verward, maar bij kennis. Mijn klimpartner reed ons naar de camping terwijl ik naast hem wartaal uitsloeg. Toen ik de volgende ochtend wakker werd, sloeg ik om. Ik was ontzet en verward, omdat ik geen idee had waar ik was of wat er was gebeurd. Mijn vriend heeft me tegen de grond moeten drukken in mijn slaapzak om me tot bedaren te brengen. Hij heeft uitgelegd, herhaald, herhaald wat er was gebeurd.
Hij moest me aanvankelijk voeren en naar de wc dragen, maar al snel waggelde ik weer over de camping
„Waarom hij me niet mee terug heeft genomen naar het ziekenhuis, zal ik nooit weten. Hij was mijn enige bron van informatie over die tijd, hij overleed een paar jaar geleden. Hij heeft precies gedaan wat de zuster hem opdroeg: goed voor me zorgen, en de warrigheid vanzelf laten overgaan. De grap is dat de artsen nog een brief in mijn jaszak hebben gestopt. Als je deze symptomen binnen achtenveertig uur ontwikkelt, stond erin, ga dan acuut terug naar het ziekenhuis. Nou, ik had ze zo’n beetje allemaal. Alleen was ik die brief natuurlijk vergeten. Pas toen mijn moeder hem weken later bij het wassen van mijn bebloede jas vond, kwam ik erachter hoeveel geluk ik heb gehad.
„De zorg van mijn klimpartner heeft er wel toe geleid dat ik na ongeveer een week alweer relatief goed kon functioneren, lichamelijk tenminste. Hij moest me aanvankelijk voeren en naar de wc dragen, maar al snel waggelde ik weer over de camping. Met wandelstokken, en met een zonnebril op tegen de prikkels. Die prikkelgevoeligheid is naast het geheugenverlies het voornaamste wat ik eraan heb overgehouden, en de reden dat ik in dit soort koffietentjes oordoppen draag. Zo hou ik het wat langer vol. Als ik dat niet doe, word ik ongelooflijk moe. De dag na mijn promotie ben ik nauwelijks mijn bed uitgekomen.
„Ik geloof heilig dat de herinneringen aan die eerste achtentwintig jaar nog ergens in mijn brein zitten. Het moet wel, want in de eerste periode na het ongeluk kon ik er nog een beetje bij. Ik verloor die toegang geleidelijk. Dat was een aaneenschakeling van verwarrende momenten waarbij ik me langzaam realiseerde dat ik iets kwijt was. Ik begreep niet wat mensen van me wilden, ik herkende vrienden niet als ze me begroetten op straat. De wereld voelde stroperig, en het duurde maanden voordat ik doorhad wat er aan de hand was.
Ik bleef met heel veel vragen zitten. Welke van de weinige herinneringen die over zijn, zijn echt van mij? Welke zijn me verteld en heb ik me vervolgens eigen gemaakt? Ik weet nu best veel over de Leon van vroeger, maar ik weet niet welke informatie echt uit mijn hoofd komt. Als wetenschapper, getraind om de waarheid te achterhalen, vind ik dat ingewikkeld. Mentaal is het… ik heb er de afgelopen jaren veel mee gezeten.
„Dat verlies van toegang tot mijn herinneringen maakte het afronden van mijn promotieonderzoek nogal een worsteling. Mijn ongeluk gebeurde toen ik in het laatste jaar van het traject zat, waardoor ik het hele onderzoek opnieuw moest doen. Ik had nog wat flarden gespecialiseerde kennis over, maar ik had gaten die soms zelfs tot de middelbare school teruggingen. Ook programmeren, wat een vrij centrale rol heeft binnen mijn vakgebied, moest ik from scratch opnieuw leren.
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/10/13104749/211026WET_2037281473_houben1.jpg)
Leon Houben in de Watertuin in Arnhem, waar hij sinds zijn ongeluk geregeld ontprikkelde.
Foto Dieuwertje bravenboer„Ik had me voor het ongeluk gespecialiseerd in de radiosterrenkunde, met een focus op wat we fast radio bursts (FRB’s) noemen. Dat zijn heel kortstondige flitsjes radiostraling waarvan we nog niet weten wat ze veroorzaakt. Ik schreef software om de Duitse radiotelescoop van Effelsberg, nabij Bonn, met de Nederlandse telescoop Lofar te laten praten. Als Effelsberg zo’n flitsje zag, zou Lofar een seintje krijgen om direct richting het flitsende stukje hemel te kijken.
„Effelsberg is goed in hogere frequenties radiogolven en Lofar in lage, en dat is precies waarom dit zou kunnen werken. Het flitsje van een FRB wordt namelijk een beetje afgeremd door losse elektronen in het universum terwijl het door interstellair gas reist. Dat effect is sterker bij lage frequenties, daardoor heb je nog een minuut of twee om Lofar in positie te brengen. Dat is heel goed te doen, en de hoop was dat ik daarmee een FRB zou kunnen vinden. En toen kwam mijn ongeluk.
„In die eerste periode na de val moest ik me verantwoorden bij mijn werkgever, de universiteit. Je komt in de ziektewet, je krijgt met de bedrijfsarts te maken en je wordt gevraagd: kun je je werk afmaken? Dat heb ik geprobeerd, en omdat ik in eerste instantie nog bij mijn herinneringen kon, lukte dat wel een beetje. Maar toen het geheugenverlies vorderde begonnen er gaten te vallen. Op hoog niveau ging het nog wel, maar ik bleek juist de basiskennis te zijn vergeten.
„Dat betekende dat ik op het ene moment op het hoogste niveau werkte, en op het andere in denkniveau terug moest naar de middelbare school. Natuurkundige formules kon ik bijvoorbeeld op het eerste gezicht wel begrijpen, maar als ik iets wilde uitrekenen, miste ik de wiskunde om écht te snappen wat er stond. In schoolboeken die ik gelukkig bewaard had zat ik dan opdrachten te pennen, om vervolgens naar universitaire tekstboeken te gaan en zo uiteindelijk weer dat stukje basiskennis op te bouwen. Hetzelfde gold voor het programmeren: ik werd geconfronteerd met een hele lap code met mijn naam erboven, waarvan ik geen idee had hoe het werkte.
Ik had na mijn ongeluk een soort drive, op het ongezonde af, om alles weer te leren
„Na overleg met mijn begeleiders – die ik eerst opnieuw moest leren kennen – ben ik in archiefdata van de Effelsberg-telescoop gedoken om mijn promotie af te maken. Daarvoor kon ik een deel van mijn oude software herschrijven, en daarmee het archief doorspitten op zoek naar radioflitsjes. Tegenwoordig laten veel sterrenkundigen daar kunstmatige intelligentie op los, maar ik doorzocht het grotendeels zelf. Enerzijds om mijn data beter te leren begrijpen, en anderzijds uit milieuoverwegingen: het gebruik van zo’n AI kost flink wat computertijd. Ik vond een FRB, een nieuwe pulsar, en nog een aantal andere radioflitsjes van onbekende oorsprong. Het is aan anderen om uit te vogelen wat ze precies zijn. Ik ben vooral opgelucht dat ik gepromoveerd ben.
„Ik had na mijn ongeluk een soort drive, op het ongezonde af, om alles weer te leren. Als ik met leeftijdsgenoten sprak en ze me vroegen naar mijn middelbareschooltijd, was er gewoon niets. Die leegte was mijn drijfveer om zo veel mogelijk te doen, te leren, te ervaren. Om me maar te storten op het programmeren, opdrachten te pennen tot ik erbij neerviel. Zolang ik het maar in stilte kon doen, bijvoorbeeld in de Arnhemse watertuin. Dat is een heerlijk rustig plekje in de binnenstad, waar ik veel tijd heb doorgebracht.
„Pas laat in mijn promotie nam ik de ruimte om me echt af te vragen: waarom doe je dit? Waarom werk je zo hard om die PhD af te ronden? Ik had daar eigenlijk nooit bij stilgestaan tot anderen mij die vraag stelden. Ik heb geen herinnering aan de keuze die ik vroeger heb gemaakt. Ik werd erin geboren. Toen ik me eenmaal realiseerde dat stoppen überhaupt een mogelijkheid was, was ik al zo ver dat ik het wilde afmaken ook. Oogkleppen op, buffelen.
„Dat had ik overigens niet getrokken, als ik me niet ook op andere dingen had gestort. Ik ben veel met kunstenaars omgegaan, die me geïnspireerd hebben mijn eigen creatieve kant te ontdekken. Dat heeft ervoor gezorgd dat ik de zwaarte van mijn PhD af en toe even kon verlichten. En kunst kan juist ook bijdragen aan de impact van wetenschap. Het prikkelt, activeert. Ik heb een van mijn kunstwerken zelfs onderdeel gemaakt van de verdediging van mijn proefschrift.
„Dat was nog even slikken, want er was een reëel risico dat ik mijn doctorsgraad niet toegekend zou krijgen. Ik wilde namelijk de regels breken. Vlak voor het begon kreeg ik nog haarfijn uitgelegd wat ik allemaal niet mocht: achter de lessenaar vandaan komen, de oppositie – tegen wie je je proefschrift verdedigt – vragen in het publiek plaats te nemen, of anderszins afwijken van het protocol. Maar mijn verhaal delen kon ik niet binnen het wetenschappelijke keurslijf waarin ik gegoten ben, dat moest vrijer.
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/10/13104831/211026WET_2037281473_3.jpg)
Leon Houben (35).
Nederland, Arnhem. 5 oktober 2026. Leon Houben in de Watertuin. Foto: Dieuwertje bravenboer„Ik begon in een rokkostuum met harnaselementen. De tien minuten die je normaal gesproken mag besteden aan je lekenpraatje, deelde ik anders in. In vijf minuten legde ik de wetenschap uit aan de aanwezige familie en vrienden, in de andere vijf deelde ik mijn persoonlijke verhaal. Vervolgens plakte ik er nog vijf achteraan waarin ik mijn proefschrift als kunstwerk heb gepresenteerd. Daarbij nam ik de harnaselementen één voor één af, om me persoonlijker op te kunnen stellen. Zo kon ik vertellen wat ik had meegemaakt, en mijn kunstwerk onthullen.
„In Search of That Which Was Never Lost, heet het. Het slaat op mijn geheugenverlies, en op de flitsjes die zich in mijn data verstopten. Het is een enorm boek, met pagina’s van vijftig bij zeventig centimeter, met daarin de inhoud van mijn proefschrift geprint in een haast onleesbaar klein lettertype. Het boek lijkt van een afstandje leeg, maar met een vergrootglas kun je de woorden ontwaren. De betekenis is, net als mijn herinneringen, verstopt maar toch aanwezig.
„Aan het eind van de presentatie stond ik daar, in volledig wit gewaad, om te laten zien dat ik nu pas echt opnieuw kan beginnen. Het voelde heel bevrijdend. De pedel, die de plechtigheden van de ceremonie regelt, was not amused. Maar de aanwezige hoogleraren – Vincent Icke, Heino Falcke, niet de minste sterrenkundigen – vonden het heel bijzonder. Ze zeiden: ik heb veel promoties meegemaakt, maar dit sloeg echt alles.
„Dat ik opluchting voel, wil trouwens niet zeggen dat ik klaar ben met wetenschap. Ik blijf gefascineerd door de wereld om ons heen, misschien juist nog wel meer door mijn geheugenverlies. Ik heb mezelf de vaardigheid aangeleerd om complexe materie op te hakken in begrijpbare blokjes, en het zou zonde zijn om die blokjes dan alleen voor mezelf te houden. Als kunstenaar heb je een heel krachtig middel om die kennis via een ervaring door te geven aan een breed publiek. Ik zou het heel tof vinden om dat verder te ontdekken. En om straks even heel goed te gaan slapen.”
Maak NRC jouw voorkeursbron op Google
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten. Meer informatie
Mail de redactie
Ziet u een taalfout of een feitelijke onjuistheid?
U kunt ons met dit formulier daarover informeren, dat stellen wij zeer op prijs. Berichten over andere zaken dan taalfouten of feitelijke onjuistheden worden niet gelezen.