Hoe onder Nederlands gezag een executie tweemaal kon mislukken
Alleen mensen met een ongezonde belangstelling willen weten wat het precies was dat Christa Pike 31 jaar geleden de doodstraf bezorgde. Al gauw merken ze dat ze het liever niet hadden geweten.
Het halsmisdrijf dat de Chinese plantagewerker Lijk-Wan in 1872 op het schavot van Frederiksdorp bracht was ook niet mis, de arts Salomon Arrias heeft het de dag na het bloedbad van 8 augustus 1871 in zijn sectierapport beschreven. Met scherpe voorwerpen waren in het lichaam van opzichter Tjoeng Kiau zulke diepe wonden aangebracht dat die er bijna direct aan bezweek. Lijk-Wan en twee kameraden hadden hun kapmessen gebruikt.
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/10/20164734/211026WET_2037607834_boek-rotated-e1792564740847.jpg)
Het boekje dat J.J. Leys schreef voor de zondagsschool.
Je leest het ook tussen de regels in Het avontuur van een Chinees in de West dat in 1929 verscheen. Auteur J.J. Leys schreef het voor de zondagsschool en fantaseert er krachtig op los om van Lijk-Wan een goed christen te maken, compleet met berouw, boetedoening en genade.
Het ‘avontuur’ van Lijk-Wan was dat-ie twee keer werd opgehangen en het twee keer overleefde – een goddelijke ingreep. Hij eindigde als gewaardeerd winkelier in Albina en overleed in 1922.
Geboren was-ie volgens een Surinaamse database in Panyu, provincie Guangdong. Hij leefde een tijdje van de lokale zeeroverij en liet zich begin 1868, 23 jaar oud, ronselen door werfagenten van het Surinaamse gouvernement. Het gouvernement voorzag dat de slaven die in 1863 onder voorbehoud waren ‘vrijgemaakt’ in 1873 de plantages zouden verlaten. Op het Franse barkschip Marie Thérèse reisde hij samen met 239 anderen in 113 dagen van Hongkong naar Paramaribo. De tocht begon moeizaam omdat er gelijk al opstand uitbrak.
Dobbelen met hoge inzet
Lijk-Wan werd geregistreerd onder nummer 1660 en kwam te werken op suikerplantage Resolutie. Het werk was er niet al te zwaar, vertelde hij aan zendeling Hazewinkel van de Evangelische Broedergemeente die hem later zou bijstaan (Das Missionsblatt, juli 1872). Hij verdiende 70 cent per dag.
Het probleem zat hem in het dobbelen. De Chinezen van Resolutie dobbelden met hoge inzet en raakten makkelijk in de schulden. Dan leenden ze geld bij opzichter Tjoeng Kiau maar die rekende, volgens Lijk-Wan, een woekerrente: per maand wel 1 gulden op 2,50 gulden. Anderen hebben verklaard dat het maar 20 cent per 2,50 was en dat de opzichter erg bemind werd.
Lijk-Wan en zijn kameraden haatten hem zó dat ze hem afmaakten met hun houwers, ze dachten dat het doden van een mede-Chinees niet zwaar gestraft zou worden. Dat werd het wel, het Hof van Justitie in Paramaribo veroordeelde de drie tot ophanging, „met een strop om de hals en een luik onder de voeten”. Maar drie executies vond gouverneur W.H.J. van Idsinga te gortig, hij veranderde twee doodstraffen in 20 jaar dwangarbeid in de boeien, dat is met een ijzeren kogel aan het been.
Toen Lijk-Wan hoorde dat hij wél zou worden opgehangen raakte hij in razernij. Broeder Hazewinkel wist hem te kalmeren en zelfs voor het christendom te winnen. Op de avond voor zijn executie werd Lijk-Wan in gevangenis Fort Zeelandia gedoopt.
Het geloof gaf hem gemoedsrust, hij aanvaardde het einde. In zijn gewone werkkleding is hij per boot naar Frederiksdorp gebracht. Hij kreeg er nog wat opium aangeboden maar hield het op een kop chocola. Hij heeft de verzamelde Chinezen toegesproken en gewezen op de gevaren van het dobbelen en van extreme rente. Toen is hij samen met Hazewinkel het schavot opgeklommen waar beul J.J. Stede hem al opwachtte. Op een teken van procureur-generaal Robert Twiss liet Stede het luik vallen.
De executie is tweemaal mislukt. Tweemaal brak het touw, schreef de pers. Twiss vond het welletjes en liet Lijk-Wan terugbrengen naar Paramaribo en daar veranderde Van Idsinga de doodstraf nog dezelfde dag in 20 jaar dwangarbeid. Maar al in 1881 kwam hij vrij.
Moeite om een beul te vinden
Wat was er nu misgegaan? Dat beschrijft jurist W.L. Man A Hing in zijn brochure De affaire Lijkwan – een opzienbarende terechtstelling (1984). Daarin is het rapport opgenomen dat procureur-generaal Twiss na de mislukte executie opstelde.
Het blijkt dat men moeite had gehad een beul te vinden en uitkwam bij J.J. Stede, mogelijk een garnizoenssoldaat, die acht jaar eerder wat had geholpen bij een andere ophanging. Samen met een politieman had Stede trommelkoord gekocht in de ijzerwinkel van J.G. Meurs. Voor het koord was een breukbelasting (bij geleidelijke belasting) van 423 Amsterdamse pond opgegeven, dat is 209 kg. Politiemannen die vroeger matroos waren geweest legden de strop in het koord, daarna werd dat volgens de regels ingevet met molensmeer. Dan gleed de strop beter en werd het touw wat soepeler.
Stede had twee fouten gemaakt. Bij de eerste poging maakte hij het koord eerst vast aan de dwarsbalk van de galg en daarna pas aan de hals van Lijk-Wan. Daardoor kon hij het surplus aan touwlengte niet makkelijk corrigeren en viel Lijk-Wan te diep. De andere fout was dat er geen reservekoord was. Na de mislukte poging moest Stede het gebroken koord opnieuw gebruiken. Hij knoopte de einden aan elkaar maar onderschatte het effect van het molenvet. De knoop gleed los.
Gouverneur Van Idsinga komt verrassend technisch voor de dag in een brief die hij aan de minister van Koloniën stuurde. Het was te voorzien dat het touw zou breken, schrijft hij, want de veroordeelde woog naar schatting 67 kg en als die 90 cm was gevallen had dat een piekbelasting van 300 kg opgeleverd. Ruimschoots meer dan de opgegeven bezwijkbelasting van 209 kg. Dit is het verschil tussen statische en dynamische belasting. De piekbelasting die een val oplevert wordt tegenwoordig met een theoretische formule berekend. De gouverneur was een oud marineman, hij kende ongetwijfeld een empirische.
Maak NRC jouw voorkeursbron op Google
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten. Meer informatie
Mail de redactie
Ziet u een taalfout of een feitelijke onjuistheid?
U kunt ons met dit formulier daarover informeren, dat stellen wij zeer op prijs. Berichten over andere zaken dan taalfouten of feitelijke onjuistheden worden niet gelezen.