Ja, het nachtleven verandert, maar dat betekent nog niet het einde ervan. ‘De nacht is niet alleen maar de dansvloer en de biertap’
Het lijkt slecht te gaan met het uitgaansleven in Nederland: de afgelopen tien jaar is het aantal nachtclubs met 45 procent afgenomen, en de clubs die er nog wel zijn, hebben moeite om vol te raken. Maar dat de nachtcultuur ten dode opgeschreven is, klopt niet. Aan de vooravond van het Amsterdam Dance Event vertellen experts uit het nachtleven hoe het er écht voor staat met de nacht. Wat zijn de uitdagingen waar de nacht nu mee te maken heeft, en wat zijn daarvoor de oplossingen?
Voormalig nachtburgemeester van Amsterdam en medeoprichter van de Dutch Nighttime Alliance Ramon de Lima maakte zich begin dit jaar boos. Hij zag in de media steeds hetzelfde verhaal verschijnen: de nachtcultuur in Nederland zou op sterven na dood zijn. Dat klopt niet, schreef hij in een opiniestuk in de Volkskrant, de nachtcultuur bruist juist. Het is het klassieke exploitatiemodel dat het begeeft.
Ook de nachtburgemeester van Rotterdam, Thys Boer, zette het afgelopen jaar meermaals op Instagram uiteen dat de nacht zelf niet kwakkelt, maar het systeem. De media kijken er verkeerd naar, is hij met zijn Amsterdamse collega eens.
Merkstrateeg Bram Merkx is al meer dan tien jaar betrokken bij toonaangevende nachtcultuurinitiatieven in Amsterdam, van Mary Go Wild tot Sexyland. ‘Dat het slecht gaat met de nachtcultuur wordt altijd gezegd door mensen die zelf niet meer in de nacht zitten’, zegt hij. ‘Ja, het gaat slecht met horeca en nachtclubs, dat is evident. Maar dat is een ondernemersding: het is lastig om rendabel een culturele plek uit te baten.’
Alle zorgelijke berichtgeving over verdwijnende en lege clubs gaat dus over die clubs als ondernemingen, niet over de cultuur, de drang om te experimenteren in de nacht en de zin van jongeren om uit te gaan.
Tafels en stoelen aan de kant
Er ontstaat nog steeds van alles ’s nachts, ziet oud-wethouder voor kunst en cultuur in Amsterdam Touria Meliani. De omgangsvormen ’s nachts zijn nog steeds een graadmeter voor de stemming in de samenleving, ziet Loesje Drenth van de Nachtraad in Groningen, een belangenbehartigingsorganisatie voor het nachtleven.
‘Op het ADE zie je in hoeveel verschillende vormen nachtcultuur zich kan uiten, ook op plekken onder de radar die niet meetellen in statistieken’, zegt De Lima. ‘De nacht is niet alleen maar de dansvloer en de biertap.’ Op de programmering van ADE prijken bijvoorbeeld veel collectieven die feesten organiseren zonder vaste locatie, of restaurants die ’s nachts de stoelen en tafels aan de kant zetten voor een nachtprogramma.
En juist in de alternatieve hoek bruist het, ziet De Lima. ‘Ik word heel enthousiast van de initiatieven die ik zie ontstaan en de motivatie die jongeren hebben om zich in te zetten voor de nacht.’ In Amsterdam sloeg dit voorjaar een aantal clubs de handen ineen om de Nachtpas te lanceren bijvoorbeeld, een soort abonnement op het Amsterdamse nachtleven. Zo hopen ze het nachtleven vooral voor jonge bezoekers toegankelijk te houden.
De nachtcultuur is altijd weerbaar geweest en floreert juist onder moeilijke omstandigheden. Zie Oekraïne, waar de nachtcultuur tijdens aanhoudende aanvallen onder meer in Charkiv floreert. Een nachtclub als Some People, die onder een oude Sovjet-koelkastenfabriek ligt, is een relatief veilige plek bij een luchtaanval.
De nacht is toleranter
Cultureel gezien is de nacht de plek waar geëxperimenteerd kan worden. In de nacht krijgen beginnende artiesten en organisatoren een kans, en dat weet de bezoeker. Er zijn dus meer kansen en minder hoge verwachtingen. Talent ontwikkelt zich in de vrije ruimte van de nacht: dat geldt voor artiesten als dj’s en performers, maar bijvoorbeeld ook voor grafisch vormgevers en organisatoren.
Veel succesvolle festivals begonnen in de nacht, en hun headliners ook. Dancefestival Dekmantel begon als een clubnacht; de grote acts van de afgelopen editie als Skrillex en Jeff Mills verdienden ook hun sporen in clubs.
Maatschappelijk biedt de nacht ruimte voor mensen die in de maatschappij overdag minder snel gezien of gehoord worden, zoals lhbti’ers. Er is plek voor excentriekelingen; de nacht is toleranter dan de dag. Vreemde outfits mogen in een nachtclub, uitbundige make-up ook. Een man in vrouwenkleren is niet gek op de dansvloer, experimenteren met seksualiteit ook niet. Je kunt jezelf ontdekken in de nacht, en de ander.
Dat is voor Meliani een van de redenen om het uitgaansleven in Amsterdam te ondersteunen: ‘Nachtcultuur is voor een hele generatie superbelangrijk, dat je in een stad opgroeit waar allerlei soorten plekken zijn om jezelf te ontwikkelen.’
Dat is De Lima met haar eens: ‘Ik wil dat iedereen in de toekomst dat ook mee kan maken. Dat is de motivatie om het goed te organiseren voor een nieuwe generatie.’
Meliani presenteerde daarom in 2021 de Nachtvisie, een document waarin concreet de gewenste omgang van de politiek met de nachtcultuur in Amsterdam beschreven wordt. Die is opvallend meewerkend en proactief. Natuurlijk zijn er economische redenen om de nacht te omarmen, een bruisende nachtcultuur levert een stad geld op.
Maar het ging Meliani ook om de veiligheid en de diversiteit in de nacht, vertelt ze. Hoe ’s nachts het openbaar vervoer is georganiseerd bijvoorbeeld, zodat iedereen veilig thuis kan komen. Of dat er voor bijvoorbeeld queer en trans mensen een plek is om zichzelf te kunnen zijn, of dat er voor vrouwen evenveel kans is om als dj te kunnen werken.
Geluidsoverlast
‘De sector redt het nog steeds grotendeels zelf’, zegt Meliani. Maar waar de gemeente clubs tegemoet kan komen, doet ze dat. Denk bijvoorbeeld aan het isolatiefonds, dat Meliani afkeek van Berlijn. Uitgaansplekken krijgen geld van de gemeente om ruimtes te laten isoleren, zodat de geluidsoverlast binnen de perken blijft. ‘Met dat fonds kun je een plek voor nachtcultuur ook midden in de stad behouden.’
Dat nachtcultuur zo serieus wordt genomen in de politiek is niet vanzelfsprekend. Amsterdam, waar de nachtcultuur het grootst en het breedst is, ziet die cultuur inmiddels als onderdeel van haar identiteit. De gemeente voert dankzij Meliani steeds actiever beleid om de nachtcultuur te stimuleren en te ondersteunen.
Andere steden volgen, maar gemeenten bekijken nachtcultuur van oudsher nog vaak vanuit de overlast die wordt veroorzaakt. Maar juist een sector met risico op overlast zou je goed moeten organiseren, vindt Boer. Daar probeert hij als Rotterdamse nachtburgemeester wat aan te doen, als schakel tussen het nachtleven en de gemeente.
‘Toen ik me acht jaar geleden met de nacht en de politiek begon te bemoeien, was er veel wantrouwen over en weer’, zegt Boer. ‘De gemeente gedoogde het nachtleven. Tegenwoordig ziet de overheid mensen die de nacht maken als potentiële partners. Iedereen wil een aantrekkelijke stad; daar hoort een levendige nachtcultuur bij.’
Het idee van een dj die voor een zaal dansende mensen staat te draaien, is nu eenmaal nog niet zo oud. Boer: ‘Het nachtleven zoals we dat kennen begint pas net volwassen te worden.’
De hele wereld naar het ADE
Wereldwijd heeft Nederland, en specifiek Amsterdam, nog steeds een voorbeeldfunctie op het gebied van nachtcultuur. Dat zie je aan het ADE, waar de hele wereld op afkomt. Meliani hoorde het ook tijdens werkbezoeken. ‘In mijn periode als wethouder gingen we naar Tokio en sprak ik met de lokale overheid en organisatoren’, zegt Meliani. ‘Ze keken met jaloezie en enthousiasme naar hoe wij dat doen.’
‘Amsterdam heeft een geschiedenis als stad van de nacht. Dat zou je bijna erfgoed kunnen noemen’, zegt Meliani. De nacht is waar de jeugd opgroeit, dus daar zullen we in moeten blijven investeren.’ Maar als oud-wethouder gaat zij er niet meer over: ‘Het is aan het huidige college om beslissingen te nemen over de nachtcultuur.’
Het systeem piept en kraakt, zeker, maar geen van de experts vreest het einde van nachtcultuur. ‘Al sinds de jaren tachtig klinkt er om de zoveel tijd een noodkreet: als er nu niets gebeurt, verdwijnt de nacht’, zegt Merkx. ‘Maar de nacht redt zichzelf altijd.’
—-----------------------------------------------------------------------------------------
Uitdaging 1: geld. Oplossing: subsidie
De prangendste kwestie in het nachtleven is geld. Veel nachtculturele ondernemingen hebben zwaar geleden tijdens de coronapandemie en klimmen nog steeds uit dat financiële dal. Tegelijkertijd wordt iets organiseren almaar duurder: de kosten voor alles, van stroom tot hotelovernachtingen voor de dj’s, zijn hoger geworden.
‘Het probleem is tweeledig’, zegt Boer. ‘Aan de ene kant wordt het voor organisatoren duurder en moeilijker om dezelfde activiteiten te blijven aanbieden, aan de andere kant wordt het voor bezoekers steeds moeilijker om uitgaan te kunnen betalen.’
Hij wijst op een recent rapport van het Nibud waaruit blijkt dat 54 procent van de mensen tussen de 18 en 30 jaar moeite hebben met rondkomen, een stuk meer dan twee jaar geleden. ‘Die leeftijdsgroep is juist heel belangrijk voor het nachtleven. Daardoor spelen clubs op safe, en krijg je eenheidsworst in plaats van
experimentele, magische nachten.’
Merkx zette zich met het Instituut voor nachtcultuur in voor de erkenning van nachtcultuur als cultureel erfgoed. ‘Want als we dat voor elkaar krijgen, gaan er in een keer heel andere potjes open.’ Dat instituut, dat een pand krijgt in het centrum van Amsterdam, gaat ook dienst doen als archief van nachtcultureel erfgoed en opleidingsplek voor jonge mensen die ook iets in de nacht willen organiseren. Zie het als het media-instituut Beeld en Geluid in Hilversum, zegt Merkx, maar dan voor nachtcultuur.
‘In het hele ecosysteem blijft de underground ontzettend belangrijk’, zegt De Lima. ‘Wat daar ontstaat, kan op allerlei plekken verder groeien. Kijk naar Erwin Olaf. Die fotografeerde vroeg in zijn carrière in de Roxy en hangt uiteindelijk in musea wereldwijd.’
Structurele subsidie zou ook een welkome erkenning zijn voor de nacht. ‘Theaters en musea zijn eigenlijk hetzelfde als een nachtclub’, zegt Boer. ‘Je hebt een bar en je verkoopt tickets, maar dat levert niet genoeg geld op om rare, experimentele acts te kunnen programmeren. Daarom worden theaters en musea gesubsidieerd, maar van nachtclubs verwachten we dat de jonge bezoekers alles betalen.’
Boer noemt het tekenend dat het nachtleven tijdens de coronapandemie niet de overheidssteun kreeg die de rest van de culturele sector kreeg, terwijl dat het langst dicht moest blijven. ‘Het begint met bewustwording van wat de nachtcultuur voor de maatschappij betekent. Daaruit zal volgen dat we haar willen beschermen.’
Meliani reserveerde geld in het Kunstfonds voor experimentele nachtprogrammering in Amsterdam. ‘Als we voor ogen houden dat de stad ook in de nacht leeft, hoort daar soms subsidie bij.’ Dat geld was steeds heel snel op, merkte ze. ‘Juist die experimentele dingen maken de stad dynamisch en bruisend. Het zorgt ook voor een nieuwe doelgroep, anders verzand je in monocultuur.’
Het geld is op, ze hoopt van harte dat haar opvolger Hendrik Jan Biemond weer geld beschikbaar stelt. Of, liever nog, dat nachtcultuur een vast onderdeel wordt van het kunstenplan.
—-----------------------------------------------------------------------------------------
Uitdaging 2: ruimte. Oplossing: hulp van de gemeente
De ruimte is in bijna elke stad schaars vanwege onder meer de woningnood. Geschikte plekken vinden voor nachtelijke activiteiten is ingewikkeld. Ze moeten goed bereikbaar zijn, maar niet te veel geluidsoverlast opleveren voor eventuele buren. Hoe goed een pand ook geïsoleerd is, buiten kletsende rokers en aankomende en vertrekkende feestgangers maken dat ingewikkeld.
‘Als er problemen zijn rondom een nachtclub, wordt vaak gezegd dat die moet sluiten of dat er minder mensen naartoe mogen’, zegt De Lima. ‘Maar als er overlast is bij een Albert Heijn zeggen we niet dat de supermarkt dicht moet. Dan gaan we nadenken over hoe we de publieke ruimte beter kunnen indelen.’
Veel nachtcultuur vindt nu zijn plek in tijdelijke onderkomens, gebouwen die nog net niet gesloopt worden of die moeten wachten op een volgende bestemming. Dat maakt een duurzame bedrijfsvoering lastig.
‘Als je het mij zou vragen, zou iedere gemeente eigen vastgoed voor cultureel experiment moeten hebben’, zegt Merkx. ‘Nu mogen we heel blij zijn als we drie jaar lang ergens aan een rafelrandje van een stad de lokhipster mogen zijn, om vervolgens de eerste te zijn die weer moet ophoepelen zodra er huizen gebouwd worden.’
De oplossing is creatiever denken, stelt De Lima. Verschillende steden zijn al aan het experimenteren met clubs voor leegstandbeheer. ‘Je kunt ook denken: wat is er mogelijk in een oud kantoorgebouw? Of zelfs: wat is er ’s nachts mogelijk in een kantoorgebouw dat overdag in gebruik is?’
‘Het gaat om omdenken, regelgeving versoepelen en vergunningstrajecten aanpassen om plaats te bieden voor nachtcultuur’, zegt De Lima. Ruimte voor nachtcultuur maken dus, met behulp van de gemeente.
—-----------------------------------------------------------------------------------------
Uitdaging 3: online leven. Oplossing: meer naar buiten
De digitalisering van het sociale leven zit uitgaanscultuur in de weg, vreest Boer. ‘Als je vijftien jaar geleden vrienden of onbekenden wilde ontmoeten, kon je niet thuis op de bank blijven zitten. Je moest de deur uit, of je nou naar het park of naar de discotheek ging. Dat is niet meer zo.
‘Ik spreek zelf iedere maandagavond af met mijn vriendengroep om te gamen met een headset op, allemaal thuis. Ik weet zeker dat we zo’n vijftien jaar geleden die avond in de kroeg hadden gezeten.’
‘Iedereen moet leren om weer naar buiten te gaan en uit te gaan’, zegt Meliani. ‘Uitgaan is onderdeel van je opvoeding, vind ik.’
—-----------------------------------------------------------------------------------------
Uitdaging 4: veranderende behoeften. Oplossing: aanbod aanpassen
Het beeld is ontstaan dat jongeren niet meer uitgaan, dat ze liever fit worden in de sportschool dan nachten doorhalen. Hoewel de experts nog steeds meer dan genoeg jongeren in de nacht zien en het wegblijven van jongeren toch vooral toewijzen aan geldgebrek en hoge kosten, erkennen ook zij het toegenomen belang van gezondheid.
Gelukkig is de sector flexibel en de aanpassing al begonnen. Er zijn meer feestjes vroeg op de avond, zodat feestgangers niet al te veel slaap hoeven in te leveren. En het assortiment non-alcoholische drankjes op de gemiddelde uitgaanslocatie heeft zich behoorlijk uitgebreid.
Boer blijft erbij dat de toegenomen nadruk op gezondheid bezoekers niet per se tegenhoudt om te komen. ‘In Rotterdam is het aantal gebruikers van de nachtbus even hoog als voor corona’, zegt hij. ‘Mensen gaan dus wel degelijk ergens naartoe in de nacht.’
—-----------------------------------------------------------------------------------------
Uitdaging 5: veiligheid. Oplossing: zorgen voor elkaar
De nacht geniet een slechte reputatie wat betreft omgangsvormen. De ongeremdheid die alcohol of andere drugs kunnen veroorzaken, kan leiden tot agressie. Ook lust speelt een grotere rol in het donker. ‘Dingen waarvan je overdag weet dat ze niet handig zijn om te doen, doe je ’s nachts wat makkelijker’, zegt Loesje Drenth, die zich in de Groningse Nachtraad bezighoudt met seksueel grensoverschrijdend gedrag.
‘Seksueel geweld is zo oud als de mensheid zelf’, zegt Drenth. ‘We horen er nu meer over en het wordt meer gemeld, maar dat betekent niet dat het toeneemt. Dat zegt ook het Centrum Seksueel Geweld, waar we mee samenwerken.’ Dat betekent natuurlijk niet dat het oké is, haast ze zich te zeggen. ‘De veiligheid ’s nachts is nog steeds niet goed genoeg, en daar moeten we wat mee.’
‘Seksueel grensoverschrijdend gedrag komt voor een deel voort uit onkunde’, zegt Drenth. ‘Niet weten hoe je moet flirten en dan maar iemand op de kont slaan in de hoop dat je daar een goede reactie op krijgt. Het zijn niet allemaal klootzakken, maar er komt wel veel klootzakkengedrag voor. We moeten elkaar leren aanspreken op gedrag dat niet oké is. Ook je vrienden en je partner. Dat begint al bij de kleine grapjes aan de bar. Op het moment dat je een beetje op elkaar let, wordt het al een stuk beter.’
Drenth geeft colleges over seksueel grensoverschrijdend gedrag aan studenten. ‘In die colleges zeg ik altijd: probeer als je uitgaat de rest van de wereld een beetje te zien als je kleine zusje of broertje. Als je iemand op de hoek van de straat in haar eentje ziet zitten, check even of het goed met diegene gaat. Durf aan mensen te vragen of ze oké zijn. Het is makkelijk om op je fiets te stappen en naar huis te gaan, maar het is belangrijk om om je heen te kijken of de rest zich net zo fijn voelt als jij.’
Drenth vreest de onlineomgevingen waarin jonge jongens vrouwonvriendelijke content te zien krijgen. ‘Als dat je wereld is, waar leer je dan hoe je het beter moet doen? Dat moeten we echt met z’n allen aanpakken.’
Toch blijft Drenth hoopvol dankzij de colleges die ze geeft. ‘Ik heb het idee dat mijn verhaal over elkaar aanspreken nu beter bij studenten aankomt dan zes jaar geleden. De nieuwe generatie is er meer mee bezig.’