Een van de vrouwen aan de bar zei nogal luid: ‘Ik heb het over mijn asshole, nee, niet mijn echtgenoot, mijn lichaamsdeel’
We waren amper in New York of we vlogen naar Boston. Ik moest een historicus interviewen. Nou ja, moest, al vrijwel mijn hele volwassen leven geef ik mezelf opdrachten die ik met een vriendelijk soort fanatisme opvolg.
Na het interview, de historicus had nootjes en gedroogde abrikozen geserveerd, veel meer dan de schrijvende interviewer doorgaans krijgt, moesten mijn zoon en ik nog eten. We kwamen uit bij The Citizen op Boylston Street, eerder een Ierse pub dan een restaurant, maar een weg terug was er niet meer.
‘Is de keuken nog open?’, vroeg ik.
‘Nog net’, zei de barkeeper, ‘maar er wordt niet meer geserveerd aan tafels, dus ga dicht bij de bar zitten.’
Er zaten twee vrouwen en een man aan de bar. Verder was The Citizen leeg deze maandagavond.
Mijn zoon en ik gingen aan een tafel zitten dicht bij de bar in afwachting van onze steak frites, ik had het Uno-spel nog niet tevoorschijn getoverd of ik hoorde een van de vrouwen nogal luid zeggen: ‘Ik heb het over mijn asshole, nee, niet mijn echtgenoot, mijn lichaamsdeel.’
De man naast haar zei: ‘Je bent dronken.’
Waarop zij antwoordde: ‘Ja, maar dat staat hier los van, dat weet je.’
Vanaf toen kon ik me nauwelijks meer op Uno concentreren. Op een gegeven moment wendde de dame zich tot ons met de woorden: ‘Je hebt zo’n schattige zoon. Au revoir.’
Zag ze ons aan voor Fransen? Daar heb ik principieel niets op tegen, daarom riep ik: ‘Salut’. En tegen mijn zoon zei ik: ‘Zeg eens bonjour tegen die mevrouw.’
Dat weigerde hij, daarom kwam het niet tot nadere kennismaking en de vrouw begon weer tegen de man naast haar over haar asshole. Helaas fluisterde ze nu, waardoor de details van dit lichaamsdeel mij waarschijnlijk voor altijd zijn ontgaan.
Lees ook
Geselecteerd door de redactie