En weer probeert de VVD een niet-bestaand probleem met verbeten ijver op te lossen
In de categorie oplossingen op zoek naar een probleem behandelen we vandaag het keppeltje van de boswachter. De hoofdbedekking heeft geen meetbare invloed op de kwaliteit van het werk. Er ontstaat geen verwarring over takenpakket of bevoegdheden. Dier noch mens raakt er ernstig van in de war of gaat dingen denken als: hé, het lijkt wel alsof-ie een boswachtersuniform aan heeft, maar dat kan niet kloppen, want wat heeft-ie voor geks op z’n hoofd joh, dat kan toch geen echte boswachter zijn?
Niettemin is er een politieke partij in Nederland (ik wilde niet wéér een stukje over de VVD maken, maar het lijkt alsof ze het erom doen) die al jaren het niet-bestaande probleem rondom het keppeltje van de boswachter met verbeten ijver probeert op te lossen. Door proberen te verbieden dat boa’s, bijzondere opsporingsambtenaren, religieuze accessoires omhangen, opzetten of omknopen.
Waarbij het natuurlijk niet gaat om het keppeltje van de boswachter, maar om dingen waar een luidruchtig en permanent woedend smaldeel in de politiek zoveel vlekken in de oksels van krijgt, dat ze er eindeloos veel zetels mee vullen in de Tweede Kamer, en eindeloos veel pagina’s vol gedreutel in De Telegraaf, en eindeloos veel zendtijd in tv-studio’s waarin eindeloos veel muffe lucht heen en weer wordt geblazen: tulbanden en hijabs. Met extra speciale aandacht voor dat laatste.
Eerst probeerde Dilan Yesilgöz, toen ze nog minister van Justitie was, gemeentebesturen te dirigeren naar een hoofddoekverbod voor hun boa’s. Daar trok niet elk gemeentebestuur zich evenveel van aan – dat hoefden die ook helemaal niet, ze gingen er zelf over, een enkele burgemeester ging juist uitdragen dat alle soorten religieuze hoofdbedekking van harte welkom zijn.
De minister probeerde het andermaal, met meer dwang. Deze poging werd afgeschoten door de Raad van State, want ministeriële dwingelandij die raakt aan de grondwettelijke vrijheid van godsdienst en levensovertuiging, moet op iets meer stoelen dan een minister die ‘Ik wil het niet, ik vind een hoofdoek gewoon niet neutraal’ als dragend argument aandraagt. Het mensenrechtencollege waarschuwde dat het platweg discriminatie is wanneer de overheid stelt dat een zichtbare gelovige niet onpartijdig diens werk kan doen.
Een inperking van grondrechten, zei de Raad van State, behoeft stevige onderbouwing in een wet. Het wetsvoorstel kwam er, een VVD-Kamerlid diende het in, de rechterzijde van het parlement stond te applaudisseren. Dit zou die hoofddoekboa’s mores leren. (Fun fact: het aantal boa’s dat heeft verzocht een hoofddoek te dragen tijdens het werk ligt tussen een handvol en nul; ze wedijveren in zeldzaamheid met VVD’ers die goed en lang en neutraal nadenken voordat ze met hun tengels aan grondrechten gaan peuteren om niet-bestaande problemen op te lossen).
Nu blijkt ook poging drie gemankeerd te zijn. Maandag maakte de Raad van State, die beoordeelt of wetsvoorstellen deugen, gehakt van het wetsvoorstel: het legt niet uit waarom de overheid zou moeten peuteren aan het recht op gelijke behandeling, welke problemen er zouden komen van een zilveren kruisje of een tulband, waarom minder ingrijpende opties zoals een speciale uniform-hoofddoek geen optie zijn.
Symboolwetgeving is het, verdachtmaking van Nederlanders met levensbeschouwingen die niet ‘van hier’ zouden zijn.
Er komt ongetwijfeld een vierde poging. Legden ze maar dezelfde toewijding aan de dag bij echt bestaande problemen.