De EU moet het goede voorbeeld geven nu noodhulp wereldwijd onder druk staat
De strijd om de nieuwe EU-begroting is nog volop gaande, maar in het voorstel dat vorige week tijdens de Europese top op tafel lag, staat alvast één makkelijke bezuiniging ingeboekt: een besparing van 38 miljard op Global Europe, het EU-fonds dat bijdraagt aan ontwikkelingssamenwerking.
Zo’n sanering kan betekenen dat een organisatie als het Wereldvoedselprogramma (WFP) in de toekomst nog minder Europese financiering ontvangt. Een duister vooruitzicht, want het WFP kondigde maandag aan dat het nu al geld tekortkomt om 1,6 miljoen door hongersnood bedreigde Gazanen te helpen. Een half miljoen mensen zal geen hulp meer krijgen, bij de rest worden de voedselpakketten gehalveerd.
Gaza staat niet op zich. De bittere realiteit is dat de VN-organisatie moet kiezen welke hongersnoden überhaupt nog aandacht krijgen. In totaal kampen 266 miljoen mensen met voedselonzekerheid; vijftien gebieden verkeren in acute crisis, van Haïti tot Jemen.
In 2022 had het WFP nog ruim 14 miljard dollar ter beschikking, dit jaar slechts 5,7 miljard. Het valt te hopen dat er door de laatste noodkreet alsnog nieuwe donaties binnenkomen, maar daarmee is de dalende trend niet gekeerd.
Donald Trumps America First laat zich ook gelden bij het WFP: de Amerikaanse bijdrage is stapsgewijs verlaagd van 4,5 miljard vóór zijn aantreden naar zo’n 1,7 miljard dollar nu. Het schrijnende is dat Amerika daarmee nog steeds verreweg de grootste donor is.
Opkomende machten als India en China dragen weinig tot niets bij aan het WFP. Rijke golfstaten als de Verenigde Arabische Emiraten en Saoedi-Arabië doen hoogstens het minimale.
Ook Europa vult het gat niet, integendeel. De bijdrage van de Europese Commissie halveerde grofweg tot zo’n 300 miljoen dollar. Lidstaten als Duitsland, Frankrijk en Italië sneden ook nog fors in hun individuele donaties. Alleen Nederland liet een plusje zien met een bijdrage van zo’n 82 miljoen dollar.
Het leidt tot een fatale mix: aan de ene kant meer hongersnood door een groeiend aantal militaire conflicten en de effecten van klimaatverandering, aan de andere kant veel minder geld voor hulp.
De politieke en maatschappelijke bewegingen die strijden voor internationale solidariteit en noodhulp staan tegenover krachten die inspelen op achterdocht en egoïsme. Zoals Geert Wilders betoogde: een Nederlandse belastingverlaging kan best worden betaald met ‘iets meer honger in Afrika’.
Het bestrijden van dat nihilisme is noodzakelijker dan ooit. President John F. Kennedy startte ooit de Amerikaanse hulporganisatie USaid – door Trump bruut geliquideerd – omdat het volgens hem ‘een morele verplichting’ was om de kwetsbaarsten te helpen. Tegelijkertijd was het in Amerika’s nationale belang om armoede en achterstand te bestrijden, aldus Kennedy.
De EU-buitenlandchef Kaja Kallas echode die boodschap recentelijk in een uitgelekte brandbrief. Bij nieuwe saneringen op Global Europe zal volgens haar de invloed van de EU op het wereldtoneel afnemen en neemt de kwetsbaarheid voor externe factoren juist toe.
Kallas verdient steun. Europa kan niet alles in zijn eentje oplossen, maar moet wel het goede voorbeeld geven.
Lees ook
Geselecteerd door de redactie