De minister spant het paard achter de mestkar
Het was geen wereldnieuws, maar helaas heeft landbouwminister Jaimi van Essen een streep gezet door de vrijstelling voor het bovengronds uitrijden van mest. Het zou te veel uitstoot van ammoniak (stikstof) veroorzaken. Nu kun je nog onder strenge voorwaarden – zoals de koeien lang in de wei, eiwitarm voer tijdens de stalperiode en weinig aanvoer van stikstof van buiten het bedrijf – een ontheffing krijgen, zodat je mest niet in de bodem hoeft te injecteren.
Dit injecteren is nu typisch een voorbeeld van de zo beruchte ‘end-of-pipe solution’: om ammoniakuitstoot te voorkomen, spuit je de mest maar in de grond. Arm bodemleven!
Omdat bovengronds uitrijden van mest onder voorwaarden mocht en ik voldeed aan die voorwaarden, ben ik natuurlijker gaan werken en heb ik mijn totale stikstofaanvoer van buiten mijn bedrijf – in de vorm van kunstmest en krachtvoer – enorm weten te beperken. Ik ben zelfs in 2018 omgeschakeld naar biologisch. Wat je er niet in stopt, kun je ook niet verliezen, is mijn motto.
Toevoegen en bestrijden
Eerst even een terugblik. Het begon te knellen, te knagen: is dit nu hoe het moet? Kan het niet anders? Al sinds mijn 18de ben ik boer op de plek waar ik geboren ben, niet echt een plek om nu honderd procent ‘vol gas’ boer te zijn, maar wel de plek waar ik graag wil wonen, werken en leven: mijn geboortegrond in Foxwolde (Noord-Drenthe).
Op de landbouwschool leerde ik 25 jaar geleden vooral ‘toevoegen en bestrijden’. Krachtvoer, kunstmest, chemische gewasbescherming en antibiotica. Een bodem was vooral iets waar je onder alle omstandigheden overheen moest kunnen rijden.
Aardgas, miljoenen jaren geleden vastgelegd door plantengroei, halen we nu uit de grond om onder meer kunstmest te maken waarmee we planten laten groeien. Omslachtig.
Ook leerde ik het gras te maaien en het op stal te voeren. Om vervolgens de mest weer naar het land te brengen. Terwijl vorige generaties gewoon de koe naar het land toe brachten. Een verrijkende voer-mest-bodem-plant-dierkringloop die vroeger bodemvruchtbaarheid bracht.
‘Rendabeler werken’
Maar het moest anders; groter, intensiever en ‘rendabeler’. Krachtvoer op basis van soja van ‘overzee’ voor meer melk. Grotere en zwaardere machines om rendabeler te kunnen werken, kunstmest en monoculturen met gras en maïs om veel voer van het land te halen. Overheidssubsidies stimuleerden zelfs de bouw van grotere stallen.
Als boer ben je voedselproducent. En voeding is energie. Boer zijn is energie binden, niet verslinden. We moeten terug naar die verrijkende kringloop. Minder tussenstappen die diesel kosten en de bodem verdichten.
We moeten weer leren hoe de bodem produceert zonder aan het infuus van ‘inputs’, zoals kunstmest, te liggen. Net zoals vroeger de fossiele brandstof ook ontstaan is; plantengroei zonder een tot achter de komma uitgerekend bemestingsplan.
Weglaten
Tien jaar geleden begon ik met weglaten. Op het perceel waar ik stopte met kunstmest zag ik vooral in de sporen van de zware mestinjecteur de rijschade terug. Daar groeide minder gras. Kunstmest camoufleert. Hoogproductief Engels raaigras bleek ook slecht zonder kunstmest te kunnen.
Dus ben ik andere grassen gaan inzaaien met diepere wortels. En kruiden, zoals smalle weegbree en klavers. Samen met het bodemleven hebben ze mijn bodem weer geopend en lucht gegeven. Ik sta inmiddels versteld van wat deze bodem kan. Onze koeien kunnen op deze bodem ook veel langer buiten lopen, inmiddels bijna 5.000 uur per jaar (de norm voor weidemelk is minimaal 720 uur, red.). Dat scheelt enorm qua mest uitrijden en voederwinning. Emissies beperken aan de bron!
Een goede bodem bestaat uit lucht, water, grond en organische stof. En in die gezonde bodem is een leger aan bodemleven dat aan het werk moet. Grond is niet alleen een oppervlak, maar ook ons belangrijkste organisme dat water vasthoudt en zuivert. En samen met planten energie bindt en reststromen weet op te waarderen tot voeding.
Koeientoilet
Na tien jaar anders boeren kan ik zeggen: het kan wél. Niet de techniek bepaalt de opbrengst, maar de biologie. Helaas worden we door de politiek weer richting technische oplossingen gedreven. Om emissies te verminderen is er weer een complete gereedschapskist gevuld: luchtwassers, koeientoiletten en complete installaties om van je koeienmest kunstmest of biogas te maken. Met als klap op de vuurpijl een enzymremmend middel, bedacht door DSM (‘Bovaer’), dat door het koeienvoer moet om de uitstoot van methaan te remmen. Lekker natuurlijk.
Met het verbod op het bovengronds uitrijden van mest maakt deze minister met één pennenstreek de resultaten van tien jaar goed bodembeheer ongedaan. We zullen weer aan de gang moeten met zware mestinjecteurs die met meer trekkracht en een kleinere werkbreedte de mest in de grond pompen. De agenda van de loonwerker die de mesttank levert gaat het moment van bemesten bepalen en niet de omstandigheden per perceel.
En om de kosten in de hand te houden zullen er grotere mestgiften worden gegeven. In het voorjaar de put in één keer leegrijden met de sleepslang – een grote logistieke operatie waarbij je met leidingen de mest naar een trekker met een mestinjectiesysteem pompt – lijkt mij op dit moment nog de ‘minst slechte’ oplossing. Dan hoeft er tenminste geen grote zware mesttank over het land.
We hebben laten zien dat door een andere manier van werken een compleet andere bedrijfsvoering ontstaat: mest met minder stikstof, waarvan een groot deel ook nog eens organisch gebonden is. Een natuurlijke oplossing. Het is dan ook jammer dat minister Van Essen, die zegt oog te hebben voor bedrijven die het anders doen, ons van dit ‘gereedschap’ berooft. We worden weer richting techniek gedwongen. En dat terwijl de technische oplossingen uit het verleden (krachtvoer, kunstmest, monoculturen en chemische gewasbescherming) nu onze problemen blijken te zijn.
Beste minister: ga voor gezond verstand en een gezonde bodem. Het kan wél!
Lees ook
Geselecteerd door de redactie