Home   2026-10-22 19:56:51

←

Schipper, wil je overvaren? Ja, maar niet alleen: pontmedewerkers bezorgd over experiment

Original article

Had je twintig jaar geleden aan Gerrit Wijker (59) gevraagd of hij schipper op een pontje wilde worden, dan had hij gezegd: ‘Ben je gek, als schipper wil je ergens naartoe varen.’ En ook toen hem drie jaar geleden deze vraag serieus werd gesteld, was zijn eerste reactie: ‘Dat ge-heen-en-weer is niets voor mij.’

Toch schenkt Wijker (‘zoon van een vishandelaar’) deze ochtend vrolijk een bakkie in voor zijn collega Frans Kuiper (64). ‘Sinds ik de overstap heb gemaakt, is er geen dag geweest dat ik met tegenzin naar het werk ben gegaan. Het is gezellig met collega’s, met Frans kan ik bijvoorbeeld over de kleinkinderen praten.’

Het is half zeven ’s ochtends. Een halfuur geleden heeft hij de stekker getrokken uit het hybride IJ-veer dat aangemeerd lag in de Ponthaven in Amsterdam-Noord. Nu zetten de twee schippers koers naar het nabijgelegen IJplein. Vanaf die veersteiger zal het tweetal straks zo’n vijf keer per uur naar het Centraal Station varen, en weer terug. ‘Dit is het mooiste terras van Amsterdam’, zegt Wijker terwijl hij vanuit de stuurhut uitkijkt over het donkere water en de lichtjes van de nog slapende stad.

Tekort aan schippers

Dagelijks gaan zo’n 80 duizend mensen met een van de pontjes over het IJ. Dat aantal zal blijven stijgen, zeker omdat de bouw van een brug die Noord verbindt met de rest van de stad steeds opnieuw wordt uitgesteld. Begin oktober werd bekend dat de zogenoemde Oostbrug opnieuw langer op zich laat wachten, de deadline van 2034 wordt waarschijnlijk niet gehaald.

Tegen die tijd zullen meer dan 120 duizend mensen dagelijks afhankelijk zijn van de pont. Maar dan moet het Amsterdamse vervoersbedrijf GVB wel voldoende schippers vinden. En dat is een probleem: zo’n dertig vacatures zijn momenteel onvervuld, een deel van de schippers gaat de komende jaren met pensioen, vanuit nautische opleidingen is er nauwelijks nieuwe instroom en de concurrentie op deze arbeidsmarkt is groot.

De drukte op de pont zal de komende jaren alleen maar toenemen.Bron Guus Dubbelman / de Volkskrant

Overstap

Zo wordt ook Wijker nog geregeld gebeld voor ‘werk in de bagger’. Bijna veertig jaar werkte hij op zandzuigers. ‘Op bijna elk stukje water in Nederland heb ik gewerkt. Ook deze vaargeul heb ik uitgediept’, zegt hij trots wijzend naar het IJ. ‘Zestien meter diep.’ Hij geeft toe: ‘Destijds had ik meer eer van mijn werk. Hier op de pont vaar je heen en weer, en loopt de lading er vanzelf op en af.’

Toch heeft hij geen spijt van zijn overstap, al verdiende ‘de bagger’ beter. ‘Mijn vrouw zei: de kinderen zijn het huis uit, meer geld hebben we niet nodig. Vroeger werkte ik week op, week af en maakte ik lange dagen. Nu ben ik ’s avonds vaker thuis.’

Eenzelfde ervaring heeft zijn collega Kuiper. Behendig stuurt Kuiper (‘Ik ben geboren op een schip’) de pont naar de kade. Ook hij had twijfels toen hij vijf jaar geleden gebeld werd voor deze baan. ‘Ik had geen zin om zo’n net pakkie aan te trekken’, zegt hij wijzend op zijn witte GVB-overhemd. ‘Ik heb 43 jaar tankvaart gedaan. Olie, smeerolie, eetbare olie, chemicaliën.’ Vanwege gezondheidsredenen moest hij stoppen. ‘Mijn broer werkte hier al, hij zei: ga die laatste paar jaar toch bij GVB werken. Ik dacht: ik kijk een keer en zie wel waar dat schip strandt. Nu peddel ik hier al vijf jaar heen en weer.’

Geen eenvoudig werk

Het werk is niet alleen leuk voor hem, lacht hij, ‘maar ook voor mijn handen. Ze hebben jarenlang gesjord en gesjouwd op olietankers, maar sinds ik hier werk zijn ze zacht en schoon. Gerrit, geldt dat ook voor jouw handen?’

Zeker, reageert Wijker. ‘Er is geen eelt meer te bekennen.’

Maar dat gebrek aan eelt betekent niet dat het werk eenvoudig is. Het is inmiddels half negen en druk. Gehaast komen de fietsers aangesneld in de hoop de pont te halen. En ook op het water komt van alles voorbij. Cruiseschepen, plezierjachten, binnenvaartschepen. ‘Zie je die boot met dat blauwe lichtje? Dat betekent dat hij een gevaarlijke stof vervoert’, legt Kuiper uit.

Een van de drukste binnenwateren

Het IJ is een van de drukste binnenwateren van Europa. In principe zijn de regels simpel: grotere boten hebben voorrang. ‘De kunst is om in te schatten of de pont ervoor langs kan, of even moet wachten’, zegt Wijker terwijl een binnenvaartschip van 125 meter passeert. ‘Het is alsof je telkens een drukke weg oversteekt zonder stoplichten.’

Een pontwachter houdt het dek met de passagiers in de gaten.Bron Guus Dubbelman / de Volkskrant

Maar zulke grote schepen zijn niet het probleem. Voor de kleine bootjes moet je juist oppassen, zegt de schipper. ‘Zij hebben geen voorrang, maar ook vaak geen idee van de regels. Vorig jaar nog stak iemand in een roeiboot het IJ over.’

‘Veiligheid staat voorop’, vervolgt hij. En juist daarover maken veel GVB-schippers zich zorgen. Nu staan er in elke stuurhut twee schippers. Ze wisselen elkaar af bij het besturen van de pont en houden het water en de camerabeelden van het dek in de gaten.

Om het schipperstekort op te lossen, wil GVB experimenteren met één schipper per pont en een pontwachter. Die laatste kan een oogje in het zeil houden op het dek en meekijken over het water. ‘Maar op het dek met de passagiers gebeurt meestal niets. Dus wat moet zo’n pontwachter dan doen?’, zegt Kuiper, die net als Wijker begrijpt dat GVB naar oplossingen zoekt.

Dit idee vinden ze echter maar niets. ‘Als Frans onwel zou worden, kan ik ingrijpen’, zegt Wijker. ‘Zo’n pontwachter niet, hij kan niet varen. Dat vind ik toch wel een dingetje op een volle pont met driehonderd man.’