Home   2026-10-22 19:56:51

←

Familiebedrijf Möller gaat met zijn tijd mee en repareert nu ‘computers op wielen’

Original article

Strak in pak en op stilettohakken baant Jolique Möller zich een weg tussen de auto’s en mannen door in de Rotterdamse werkplaats van Möller Autoschade. Haar zoete parfum neutraliseert even de scherpe geur van autolak en smeerolie. ‘In de werkplaats voel je de essentie van het familiebedrijf’, zegt ze.

In de grote, grijze ruimte schijnt het daglicht door de hoge glazen wanden, het geluid van schelle popmuziek mengt zich met het gesis van de lakspuiten. Ze wijst op de nieuwste ‘aanwinsten’: een zilveren Lucid Air, een Mercedes EQS Limousine. Het zijn spiksplinternieuwe, peperdure elektrische voertuigen.

De Lucid lijkt tegen een vangrail te zijn aangereden, met lange krassen en een deuk aan de rechterzijde. Bij de Mercedes zijn de beschadigingen minder zichtbaar – maar dat betekent niet dat ze er niet zijn, zegt Möller. ‘We krijgen steeds vaker elektrische auto’s binnen.’

Het herstel van deze auto’s is ingewikkelder dan bij benzineauto’s, juist doordat beschadigingen niet altijd van buitenaf te zien zijn. Een simpele bumperbotsing vergt al snel meer dan oppervlakkig herstelwerk. De Mercedes staat bij een speciale machine die met rode lampjes de ingebouwde camera’s en sensoren in de bumper opnieuw kalibreert, zodat die weer weten wat ze zien. ‘Die nieuwste automodellen zijn computers op wielen.’

High-tech bodyshop

Die ingewikkelde reparaties – daarin ziet Möller een kans. Het familiebedrijf is de afgelopen decennia flink gegroeid – 6 vestigingen, 100 medewerkers, 10 duizend auto’s per jaar – maar Möller richt zich ook op een ‘slimme toekomststrategie’. Ze wil zich onderscheiden van concurrenten door ‘merkerkenning’ te verkrijgen voor de nieuwste elektrische voertuigen van voornamelijk Aziatische techbedrijven, waar andere autoschadebedrijven minder van afweten.

Met die erkenning krijgt Möller toegang tot fabrieksinstructies, de benodigde training om de auto’s te repareren en kan ze de merkonderdelen kopen voor autoherstel. Möller heeft ook al een permanente hoogwaardige carrosseriewerkplaats – de ‘High-tech Bodyshop’ – om de nieuwste auto’s te ‘behandelen’.

Medewerkers moeten hiervoor constant worden bijgeschoold. Chinese fabrikanten zijn volgens Möller meer gericht op verkoop dan op strenge Europese regelgeving. ‘Soms krijgen we auto’s binnen waarvan de reparatie-instructies alleen in het Mandarijn bestaan, en niet in het Engels. De technologische ontwikkelingen gaan zo snel, soms is de reparatie-informatie niet direct beschikbaar.’ Dan moeten die bedrijven met spoed gebeld worden om de auto’s alsnog te kunnen repareren.

Klanten weigeren is geen optie. Möller werkt samen met lease- en verzekeringsbedrijven; hun klanten hebben recht op autoherstel. Bovendien kan rondrijden met autoschade ook echt niet, zegt Möller. ‘Dat ziet er toch niet uit?’

Soms leidt dat tot ingewikkelde constructies. Na een enorme hagelstorm deze zomer moest plots een ‘calamiteitencentrum’ uit de grond worden gestampt. Per dag werden er zo’n vijftig klanten geholpen, inmiddels duizenden.

Papadagen

Het bedrijf gaat mee in innovatie, maar blijft ook traditioneel, zegt Möller. ‘We zijn geen techstartup met havermelk en een ballenbak.’ In de werkplaats wordt gewoon volgens vaste tijden gewerkt. Thuiswerken is geen optie. ‘Je kunt ook niet zeggen: ik ga even weg om mijn kind van school te halen. Dit is een fabriek, en die draait door.’

Tegelijkertijd willen steeds meer jonge mannen en vrouwen flexibiliteit, bijvoorbeeld rondom ouderschapsverlof. ‘Die jongens vinden het fijn om papadagen op te nemen, soms negen weken achter elkaar.’ Die willen hun meisje helpen opstarten met de baby. Maar dat is binnen de branche echt een ding. Vooral oudere generaties hebben hier soms weinig begrip voor.’

Möller probeert de nieuwe mores een plek te geven. Een vrouw die nog borstvoeding gaf, kon bijvoorbeeld niet op de werkplaats staan wegens de giftige stoffen die ze zou kunnen inademen. Dus maakte Möller een plan waarbij ze bureauwerk kreeg en zo alsnog kon meedraaien.

Een duidelijk pad

Haar pad leek van jongs af aan uitgestippeld. Het moest ambitieus en efficiënt: Möller ging op haar 15de al naar een particuliere automanagementschool in Driebergen. ‘Je werd er klaargestoomd voor het bedrijfsleven. Het was streng. Je moest er elke dag presentabel uitzien, op tijd zijn en van 9 tot 5 werken.’ Daarna volgde ze een opleiding International Business in Miami en behaalde ze haar bachelor – ‘eerder dan haar vriendinnen’, die een gebruikelijke route hadden gevolgd.

Van haar vader moest ze nu solliciteren bij Tesla, dat de technologie van Silicon Valley toepaste op auto’s. ‘Maar ik kwam uit dat sollicitatiegesprek en dacht: dit wil ik niet. Mijn vader had mijn hele toekomst uitgestippeld. Dat benauwde mij. Ik wil gewoon ontdekken wie ik ben.’ Daar was haar vader niet blij mee. ‘Hij zei: je bekijkt het maar, je mag je eigen ticket terug betalen. Ik betaal niks meer.’

Via de horeca kwam ze in de marketingwereld terecht. Ze richtte Influentials op: een platform om merken aan influencers te koppelen, nog voordat influencers echt bekend waren.

Möllerbaby’s

Het platform werd succesvol, maar Möller was er op een gegeven moment ook klaar mee. ‘Het is toch best oppervlakkig om een lipgloss te promoten. Ik zocht naar meer vakmanschap. Concrete producten. Kijk naar deze werkplaats: het is gewoon mooi om een auto erin en eruit te zien gaan.’

De doorslaggevende factor was een documentaire die ze in 2019 voor het veertigjarig bestaan van het familiebedrijf maakte. ‘Toen kwam ik achter de intrinsieke motivatie van mensen om hier te werken. Je bent hier geen nummer, je wordt gezien. Als iemand jarig is, krijgen ze een handgeschreven kaart, als er een baby wordt geboren – we noemen ze ‘Möllerbaby’s’ – krijgt die een loopauto met eigen naam.’

Dus verkocht ze Influentials en trad ze bij haar vader in dienst. Ze heeft geen spijt van haar carrièrepad: als ze het bedrijf meteen had overgenomen, hadden mensen haar misschien minder serieus genomen, zegt Möller. ‘Dan was ik echt de-dochter-van geweest.’