Theater als vorm van verzet: Libanese ontheemden beelden hun dromen uit op een toneel in Beiroet
Zaallicht uit, spots aan. Op een podium in de Libanese hoofdstad Beiroet staan twaalf jonge acteurs, even onwennig als trots. Om de beurt worden ze naar voren gedirigeerd, om voor een denkbeeldig publiek hun droom uit te beelden. ‘Niet bang zijn’, moedigt de 40-jarige regisseur Kassem Istanbouli hen aan. Zijn stem is liefdevol. ‘Voel de muziek! In ieder van jullie zit een berg energie.’
Voorzichtig beginnen ze aan de oversteek naar de rand van het podium, eerst aarzelend, dan met overgave. Hard roepend beginnen ze hun hartenwensen te verwoorden. ‘Innerlijke vrede’, brult iemand. Een ander zoekt ware liefde. Als een derde de vrome hoop uitspreekt dat de airconditioning het gauw weer gaat doen, barsten ze allemaal in lachen uit. Istanbouli, boomlang uittorenend boven de acteurs, kijkt tevreden. Oefening geslaagd.
Geen van de mensen op het toneel is betaald acteur, integendeel. Het merendeel is hier voor de ontspanning, haast als therapie. Libanon, geplaagd door oorlog en verwoesting, kan zo’n aanpak goed gebruiken. Het land leeft op zijn tandvlees. Aan Israëls bezetting van het zuiden komt geen einde, en vrijwel dagelijks zijn er schermutselingen met de militante beweging Hezbollah.
Dinsdag beginnen Libanon en Israël in de Amerikaanse stad Tampa (Florida) aan hun achtste onderhandelingsronde sinds juni, in de hoop een verwaarloosd bestand nieuw leven in te blazen. Net als eerder treedt de VS op als bemiddelaar. Israël weigert zich terug te trekken uit het bezette zuiden, met als gevolg dat de 340 duizend ontheemden nog altijd niet terugkunnen naar hun huizen in de grensstreek.
Herinneringen in leven houden
Die laatste groep, de ontheemden, is een van Istanbouli’s voornaamste doelgroepen. Sinds maanden boekt hij succes met het toneelstuk Rejaeen (‘We keren terug’), waarin gevluchte Libanese jongeren hun eigen verhaal op de planken brengen. Theater als een ‘vorm van verzet’, noemt hij zijn werkwijze. ‘Aan onze zuidgrens wordt alles door Israël vernietigd. Daarmee proberen ze ook onze herinneringen te verwoesten. Op het podium houden we die herinneringen in leven.’
Tot de gangmakers vandaag behoort de 28-jarige Sally Mortada, gekleed in een hemelsblauwe pantalon en dito hoofddoek. Het huis van haar moeder in Aitaroun (2 kilometer van de grens) is er niet meer. Gebulldozerd, zoals minstens 66 dorpen in Israëls bezettingszone. ‘In mijn hoofd zie ik mijn kinderen en kleinkinderen daar ooit ook spelen’, zegt ze met weemoed in haar stem. ‘Ik wil dat beeld niet verliezen. Ik ben bang dat de verwoesting alles gaat overheersen.’ Vandaar dat het theater haar helpt. ‘Hier kan ik ademen.’
Hetzelfde geldt voor Zahraa Fares, pas 17 jaar. Ze ontvluchtte haar dorp Maroun al-Ras (eveneens in bezet gebied), en belandde met haar familie in Beiroet. Ze meldde zich aan als actrice en deed mee aan Rejaeen. ‘Ik speel een meisje, radeloos omdat haar moeder onvindbaar is na een bombardement. Ze blijft maar roepen: mama, mama! Een vriendinnetje heeft dat meegemaakt, daar is het op geïnspireerd.’
Regisseur Istanbouli is in Libanons culturele wereld een bekendheid. Dik tien jaar terug richtte hij stichting Tiro op, met de zuidelijke havenstad Tyrus als thuisbasis. Het doel: kunst en cultuur toegankelijk maken voor iedereen, in vredestijd of oorlog, een missie die sinds 2020 met jaarlijks 100 duizend euro gesteund is door de Nederlandse Stichting Doen. Istanbouli liet een vervallen bioscoop opkalefateren, vertoonde films voor doven en blinden en stuurde een opgepimpte schoolbus langs de kleinste dorpjes van het zuiden, om er theaterstukken op te voeren.
Slapen in een theater
Nadat de oorlog eind 2023 was uitgebroken, bood hij gevluchte families de mogelijkheid om in de bioscoop van Tyrus te slapen. Ook van twee in onbruik geraakte theaters in Tripoli (Noord-Libanon) en Beiroet opende hij de deuren. ‘Onze nationale regering doet niks’, schampert Istanbouli. ‘We zijn geen liefdadigheidsinstelling, maar ik vind dat theaters een rol moeten vervullen voor rijk én arm.’
Op het podium draait het vanavond om improvisatie. Mortada, de jonge vrouw uit het zuiden, mag samen met een collega een scène uitbeelden. De locatie is hun verwoeste dorp. ‘O nee, het graf van mijn vader is verwoest!’, roept de man, voor hij zich ter aarde stort. Istanbouli is onder de indruk. Zo moet het. Zolang je maar eerlijk bent in het delen van je gevoelens, instrueert hij de acteurs. ‘Als je je pijn deelt met anderen, word je sterker.’
Meer dan therapie
Het is een boodschap die de grenzen van Libanon overstijgt. Tussen de acteurs bevindt zich de 9-jarige Mohammed uit Gaza, wiens rolstoel door de anderen beurtelings wordt geduwd. Hij raakte grotendeels verlamd toen een Israëlische bom vlakbij zijn huis terechtkwam. Voor een medische behandeling konden artsen hem tijdelijk naar Beiroet halen.
Of neem Abdul Latif Hula, een 24-jarige Syriër wiens lot weinig verschilt van dat van Libanezen uit het zuiden. Ook hij is gevlucht. Hula is Alawiet, een religieuze minderheid in Syrië. Zoals veel geloofsgenoten voelt hij zich niet meer veilig sinds de val van dictator Bashar al-Assad. Tegenwoordig pendelt hij dagelijks van zijn tijdelijke onderkomen in de Libanese bergen naar het theater, en weer terug. ‘Soms gaat er geen bus meer, en slaap ik hier in de coulissen.’
Na afloop van de repetitie wordt er een chocoladetaart het podium op getild: Mohammed is jarig. Istanbouli klapt en zingt vrolijk mee. Hij is voorbereid op een lange oorlog, zegt hij, en wil met ontheemde jongeren blijven werken. ‘Het is méér dan therapie’, legt hij uit. ‘Bij therapie denk je al gauw: deze mensen zijn zielig. Maar ze hebben zoveel te bieden: talent, beweging en ronduit plezier.’
Lees ook
Geselecteerd door de redactie
- v-plusreportage
Minister Sjoerdsma toont zich solidair tijdens bezoek aan Zuid-Libanon: ‘De wetten van de jungle zijn in opmars’
- v-plusReportage
In Zuid-Libanon is geen oorlog, geen vrede en geen vertrouwen in het bestand: ‘Alles is kapot’
- analyse
Libanezen durven niet te geloven dat de oorlog voorbij is, ondanks akkoord tussen VS en Iran